Rampen eisten in 2012 zo’n 9.500 levens

Natuurrampen hebben vorig jaar relatief weinig levens geëist. Door orkanen, aardbevingen, overstromingen en andere rampen kwamen zo’n 9.500 mensen om het leven. Het jaargemiddelde was in de afgelopen tien jaar 106.000.

Dat becijferde de Duitse verzekeraar Munich Re gisteren in een verslag over 2012. Dat relatief lage dodental komt doordat minder grote rampen plaatsvonden in ontwikkelingslanden. Daar vallen doorgaans de meeste slachtoffers, doordat veiligheidsmaatregelen beperkt zijn.

Zo vielen vorig jaar de meeste doden in het arme zuiden van de Filippijnen, dat in december werd getroffen door de tyfoon Bopha. Daarbij kwamen meer dan duizend bewoners om.

Natuurrampen richtten vorig jaar voor zo’n 160 miljard dollar (123 miljard euro) aan schade aan. Daarvan komt tweederde voor rekening van de Verenigde Staten, een twee keer zo groot aandeel als gemiddeld.

Dat kwam voornamelijk door de orkaan Sandy, die het Caraïbisch gebied en de Amerikaanse oostkust ontwrichtte. Sandy was met een schade van zo’n 50 miljard dollar verreweg de duurste ramp van 2012.

Vandaag stemt het Amerikaanse Congres naar verwachting over een maatregel om 9,7 miljard dollar vrij te maken voor het betalen van verzekeringsclaims na de kostbare orkaan. Het nationale verzekeringsfonds dreigt niet voldoende geld te hebben voor alle gedupeerden. Het programma werd in 1968 opgericht omdat weinig private verzekeraars overstromingschade dekken. Tot nu toe hebben 140.000 Amerikanen een claim ingediend. Het voorstel wordt naar verwachting goedgekeurd.

Ook de droogte op het Amerikaanse platteland kostte veel geld, doordat de oogst van sojabonen en maïs deels mislukte. Bijna de helft van de landbouwgrond had last van het gebrek aan regenval. Sinds 1936 was de Amerikaanse landbouw niet zo zwaar getroffen.