Lage straffen na oudejaarsnacht

Het OM in Den Haag eiste hoge straffen voor vandalisme en geweldpleging tijdens de jaarwisseling. Maar de rechters gingen er niet in mee. Het OM gaat in hoger beroep.

Amsterdam. De raddraaiers van Oud en Nieuw keihard aanpakken. Lik op stuk, supersnelrecht. Het Openbaar Ministerie kondigde dat al in december aan.

Voor vernieling en vandalisme in de oudejaarsnacht zou het OM 75 procent hogere straffen eisen. En voor geweld tegen gezagsdragers waren de strafeisen zelfs 200 procent hoger.

Maar de rechter ging niet mee in die hardere aanpak. Het OM in Den Haag is teleurgesteld over de uitspraken van de supersnelrechter in Den Haag en heeft gisteren laten weten in hoger beroep te gaan tegen drie van de vier uitgedeelde straffen. Die waren fors lager dan het OM eiste.

Wat besloot de supersnelrechter? Die legde woensdag veertig uur werkstraf en 200 euro boete op aan een Hagenaar die een agent had geslagen of geduwd. Het OM eiste een fors hogere straf tegen deze verdachte: acht weken cel. In drie andere zaken oordeelde de rechter ook minder streng dan het OM had gevraagd. Tegen de verdachten waren celstraffen van zestien dagen tot tien weken geëist. De zwaarste straf die de rechter oplegde was één dag cel.

„Het OM ondermijnt met zijn hoge strafeisen het gezag van de rechter”, zegt Eric Deen, strafrechtadvocaat in Den Haag. „Het beeld dat nu ontstaat is: wij van het OM wíllen wel streng zijn, maar de rechter werkt niet mee.” Het Openbaar Ministerie bedrijft volgens Deen een „kwalijke vorm van populisme”. „En met die taal scoor je ook, bij het overgrote deel van de Nederlanders.” Deen prijst de opstelling van de rechter, gisteren in Den Haag. „Die heeft gedacht: als ik het OM volg, dan doe ik deze zaken geen recht.”

Ook de Tilburgse hoogleraar strafrecht Theo de Roos benadrukt dat de rechter per zaak nu eenmaal een eigen oordeel velt, wat het OM ook aan straffen eist. „Vaak gaat het bij deze nieuwjaarszaken om gelegenheidsdaders. Dat telt mee. Een kleine taakstraf kan dan volstaan, als signaal aan de daders.” De Roos begrijpt dat het OM duidelijk wil maken dat het wangedrag bij Oud en Nieuw niet tolereert. Maar, zegt hij, „het OM moet geen politiek nummer maken van die strafzaken”. De Roos vraagt zich af of supersnelrecht de juiste vorm is, om wangedrag bij de jaarwisseling aan te pakken. „Waarom neemt het OM niet wat meer tijd? Haast kan gevolgen hebben voor de kwaliteit.”

Feit is dat het OM de belofte van het supersnelrecht moeilijk kan waarmaken. Supersnelrecht houdt in dat verdachten binnen drie dagen na het delict worden berecht. Van de honderden arrestanten in de oudejaarsnacht verschijnt echter maar een kleine fractie voor de supersnelrechter.

Neem Rotterdam, waar de politie 116 aanhoudingen verrichtte. Verreweg de meeste zaken zijn afgedaan met boetes, taakstraffen of ze zijn overgedragen aan het functioneel pakket. Voor 32 zaken kwam het supersnelrecht te vroeg: justitie onderzoekt de dossiers nog. Gistermiddag verschenen in Rotterdam slechts twee mensen op een supersnelrechtzitting. Ook in Utrecht vonden maar vier supersnelrechtzittingen plaats, al nam het OM veertig zaken in behandeling. In Amsterdam vond helemaal geen supersnelrecht plaats: delicten zijn te licht of strafzaken komen later dan drie dagen voor.