Iedereen wil maar internet, het is een explosion

Internet is voor een correspondent geen overbodige luxe. Televisie ook niet. En een vaste telefoonlijn zou, gezien de in deze stad structureel overbelaste mobiele netwerken, het leven een stuk eenvoudiger maken. Maar voor de verse Parijzenaar is het achteraan aansluiten, net als bij de bakker, de bank en het Louvre. Ook na twee maanden zijn er nog vele wachtenden voor me. Wanneer de verbindingen met de buitenwereld gaan werken? „Bientôt!”

De strijd met de Franse bureaucratie begon in november zo voorspoedig. Fluitend een elektriciteitsaansluiting, een bankrekening en perskaart geregeld. Dat kostte op mijn vorige standplaats, in Zuid-Afrika, weken, veel energie en kilo’s onverklaarbaar papierwerk. Dus aan het eind van een volle werkdag even snel langs de ‘boutique’ van telecombedrijf Orange, de frisse merknaam van ex-staatsmoloch France Telecom. Verkoper Kevin („comme Costner”) deed een prima aanbieding: supersnel internet, honderden televisiezenders (Shanghai Dragon TV! Télé Congo!) en gratis bellen binnen Europa. Mijn handtekening stond.

„Prima, dan kan de monteur op 5 december langskomen”, zei Kevin. Ik lachte. „Ha, u bedoelt natuurlijk 5 november!” Vertwijfeld keek Kevin me aan. „Maar dat is over drie dagen! U moet begrijpen, het internet is buitengewoon populair in Frankrijk. U zult echt tot 5 december moeten wachten. U wil toch niet zeggen dat het in Afrika sneller gaat?” Ja, dat wilde ik wel zeggen. Maar daar is het internet vast minder populair dan in Frankrijk.

Een noodoplossing gezocht. De vooruitbetaalde datasimkaart van concurrent SFR bleek het goedkoopst, maar de kaart kon niet geregistreerd worden omdat het computersysteem dienst weigerde. „Hecht u eigenlijk aan ons merk” vroeg de verkoopster meedenkend. „U kunt even verderop net zo makkelijk naar Bouygues Telecom.” Maar bij Bouygues wist niemand hoe zo’n datakaart te activeren.

Het gaat niet goed met de Franse economie. Het ontbeert de staat en het bedrijfsleven aan ‘competitiviteit’, schrijven de kranten. Op de laatste Global Competitiveness Index kelderde Frankrijk tot plaats 21, nog achter Saudi-Arabië en België. Duitsers werken goedkoper, beter en innovatiever, in Amerika en Engeland is het veel makkelijker een bedrijf te beginnen. Is telecommunicatie de zwakke schakel?

„Iedereen wil maar internet, het is een explosion”, herhaalde de monteur van Orange op Sinterklaasdag. Maar het heerlijke avondje ging zonder televisie of internet voorbij. Het was hem niet gelukt de magische ‘box’ voor internet, telefoon en televisie aan te sluiten.

Er zou iets mis zijn met de bekabeling in mijn flatgebouw in hartje Parijs. En die is niet van Orange, maar van Free, een prijsvechter die in korte tijd een flink aandeel op de telecommarkt heeft veroverd. „Free zit ons dwars”, zuchtte de monteur. Nog twee monteurs kwamen in de laatste dagen van 2012 langs. Uren trokken ze aan draden om mopperend, en onverrichter zake, te vertrekken.

Een correspondent kan uiteindelijk best zonder televisie. En dat dit stukje u heeft bereikt, is te danken aan het wifi van buurman Julien. Of ik ooit nog een eigen aansluiting krijg, weet ik niet. „De bal ligt nu bij Free”, zei de telefonische helpdesk van Orange gisteren. De prijsvechtende concurrent moet het probleem van de marktleider oplossen. Wanneer dat gaat gebeuren? „Bientôt!”

    • Peter Vermaas