Het doek valt voor de vaste acteur

Door de bezuinigingen op podiumkunsten heeft een aantal toneelgezelschappen alle acteurs ontslagen. Het parool is nu: flexibel werken.

Voor het Friese acteursechtpaar Marijke Geertsma en Jan Arendz is het zuur: ze hadden graag in 2014 hun veertigjarig bestaan als acteur gevierd bij hun vaste theatergezelschap Tryater in Leeuwarden. Maar door de bezuinigingen is er per 1 januari een eind aan hun nu 38-jarige vaste dienstverband gekomen. „We zijn nu voor onszelf begonnen, als J&M Teaterwurk”, zegt Jan Arendz.

Vier van de negen rijksgesubsidieerde theatergezelschappen werken sinds 1 januari niet meer met acteurs met een vast dienstverband. Dat blijkt uit een rondgang van deze krant. Landelijk zijn per 1 januari zo’n 15 acteurs hun vaste baan kwijt.

Door flexibeler te werken willen de toneelgezelschappen de bezuinigingen opvangen die ze door Rijk en soms ook gemeenten opgelegd hebben gekregen. De subsidies van Rijk en gemeenten zijn afgenomen met 2 miljoen euro van 33 naar 31 miljoen euro. Deze negen gezelschappen uit de zogeheten basisinfrastructuur zijn vaak minder hard getroffen dan kleinere gezelschappen.

Zuidelijk Toneel, Toneelgroep Oostpool, Toneelgroep Maastricht en Tryater werken, net als De Utrechtse Spelen al deed, voortaan alleen nog met freelance acteurs. Toneelgroep Amsterdam, het Nationale Toneel en het Noord Nederlands Toneel zijn de enige die het aantal acteurs in hun ensemble met een vast contract op het zelfde niveau houden of zelfs uitbreiden. Het Ro Theater zegt afscheid genomen te hebben van „een aantal” acteurs in vaste dienst.

„De gezelschappen wentelen hun risico af op acteurs”, zegt Pepijn ten Kate van FNV Kiem. „Het is een kortzichtig beleid dat leidt tot afbraak van de sector en ten koste gaat van de mensen die er werken.”

Opvallend is dat de grote gezelschappen met 8,8 miljoen euro ook 3,7 miljoen euro minder aan eigen inkomsten begroten dan de 12,5 miljoen euro die ze in 2011 binnenhaalden. Ze houden rekening met minder bezoekers en voorzichtig programmerende schouwburgen, die ook moeten bezuinigen.

De bezuinigingen leiden tot een veiliger repertoirekeuze. Dat betekent minder theaterspektakels, en minder of zelfs helemaal geen nieuw Nederlandse repertoire meer.

    • Daan van Lent