Gezelschappen bezuinigen op acteurs

De gesubsidieerde gezelschappen moeten werken met minder subsidie, minder publiek en hard onderhandelende podia. Dat bekent minder acteurs in dienst en ‘veilig’ repertoire spelen.

Het Nationale Toneel in Den Haag heeft grote plannen in tijden van bezuinigingen. Het vaste ensemble wordt uitgebreid, nieuwe medewerkers voor fondsenwerving en marketing zijn aangetrokken, het aantal producties zal toenemen. „We willen laten zien dat we ook in de komende periode toptoneel kunnen brengen”, zegt zakelijk directeur Walter Ligthart.

Het is een afwijkend geluid onder de repertoiregezelschappen. Ze moeten door teruglopende subsidies van Rijk en gemeenten bezuinigen, soms meer producties brengen voor het zelfde geld, aan talentontwikkeling doen en ze hebben met schouwburgen te maken die voorzichtiger programmeren. Reserves om klappen op te vangen hebben ze nauwelijks.

In de nieuwe subsidieperiode, die 1 januari is begonnen, ontvangen de grote repertoiregezelschappen 2,2 miljoen euro minder aan subsidie. Daarnaast verwachten ze 3,7 miljoen euro minder aan eigen inkomsten binnen te halen dan in 2011, blijkt uit een rondgang van deze krant. Budgetteren betekent stevige keuzes maken. „Elke dag vraag ik me af of ik dit nog acceptabel vind. Is het een aanpassing of een aantasting?”, zegt artistiek leider Arie de Mol van Toneelgroep Maastricht.

NT gaat desondanks „anticyclisch” het vaste ensemble uitbreiden en geeft nieuwelingen daarbij een contract voor vier jaar (ervaren krachten) of twee jaar (jong talent). Daarmee volgt NT het succesmodel van rivaal Toneelgroep Amsterdam. Hoofd Financiën Winfred Voordendag van dat gezelschap: „Met het ensemble kunnen we een breed publiek trekken, grote namen aan ons verbinden, het repertoire opbouwen, internationaal werken en met veel reprises komen.”

Voor gezelschappen met lagere budgetten zijn acteurs in vaste dienst niet meer te handhaven. Alleen het Noord Nederlands Toneel houdt acht acteurs in dienst. Zuidelijk Toneel, Tryater, Toneelgroep Maastricht en Toneelgroep Oostpool hebben afscheid genomen van acteurs met een vaste dienstbetrekking. Ro Theater heeft het aantal acteurs met een vast contract teruggebracht. Wel houden al deze gezelschappen acteurs via freelance contracten bij de gezelschappen betrokken.

Door de voortwoekerende crisis komen bezoekersinkomsten onder druk. Het aantal podiabezoekers is tussen 2008 en 2011 teruggelopen van 14 naar 12 miljoen. Vooral cabaret en musical verkochten minder kaartjes. Het aantal bezoekers van serieus toneel lijkt te stabiliseren.

Maar ook dat beeld is vertekend. Volgens onderzoeksbureau APE is het aantal toneelbezoekers in 2011 zelfs gestegen, maar alleen door het succes van Oerol en van de opera Orfeo van De Utrechtse Spelen. Dat is nou net de voorstelling waardoor DUS in financiële nood raakte. „Je moet vechten voor iedere bezoeker, ze komen minder makkelijk naar de schouwburg”, zegt Ruud van Meijel van Toneelgroep Oostpool. De middelen ontbreken vaak. Neem Toneelgroep Maastricht. „Wij hebben twee mensen voor marketing, waarvan één iemand ook nog parttime”, zegt Arie de Mol. „Dat is echt minimaal.”

Schouwburgen programmeren voorzichtiger, omdat ze zelf moeten bezuinigen. Gerard Tonen van het Zuidelijk Toneel: „Het aantal speelbeurten wordt daardoor minder. Door garantiesommen kon je voorstellingen ontwikkelen. Als die wegvallen, valt het vangnet onder je voorstellingen uit.” Schouwburgen betalen deze garantiesommen ongeacht het aantal bezoekers, zodat toneelgezelschappen bij een voorstelling verzekerd zijn van inkomsten. Maar aan de hoogte van die garantiesommen tornen de schouwburgen, tot ongenoegen van de gezelschappen. „Je baseert je begroting op die garantiesommen”, zegt Arie Wink van het Noord Nederlands Toneel. „Op wisselende bezoekersaantallen kun je dat niet doen. Het is de vraag hoe lang dit systeem standhoudt.”

Daarbij komt dat door het bijna-faillissement van DUS riskante voorstellingen vermeden worden. „Iedereen denkt aan DUS of aan het risico dat sommige vrije producenten hebben gelopen”, zegt Tonen. Het Zuidelijk Toneel stopt daarom met de Theaterspektakels waar bekendheden als Marc-Marie Huibregts en Bert Visscher in speelden.

Over verhoging van eigen inkomsten uit sponsoring en schenkingen zijn de gezelschappen pessimistisch. „Iedereen vist in de zelfde vijver”, zegt Ruud van Meijel. Alleen Toneelgroep Amsterdam en het Nationale Toneel zien mogelijkheden. Voordendag van TGA: „Wij investeren daar veel tijd in en betrekken het gehele gezelschap.”

Bezuinigen doen gezelschappen door samenwerking met schouwburgen en soms ook andere gezelschappen in hun stad te versterken en gezamenlijk te bezuinigen op ondersteunende diensten. Bij techniek en decor- en kostuumateliers verdwijnen mensen. Ook in de keuze van repertoire worden ze voorzichtiger. Dat betekent minder of geen nieuw Nederlands repertoire. „Dat scheelt zo ongeveer 20.000 euro per voorstelling. We kunnen ons dat niet meer veroorloven, zeker omdat ook wel eens een stuk wordt afgekeurd”, zegt Arie de Mol van Toneelgroep Maastricht. „Stukken die nog niet bekend zijn, zijn te moeilijk te verkopen aan schouwburgen”, zegt Tonen van het Zuidelijk Toneel. „We gaan terug naar het wereldrepertoire.”

Veel reserves om klappen op te vangen hebben de gezelschappen niet, bleek uit een alarmerend onderzoek van de Rebel/Kwinkgroep, dat het ministerie van OCW vorig najaar uitbracht. Een onterecht verwijt, vinden de zakelijk directeuren. „Ik kán niet eens een serieuze buffer opbouwen, want het ministerie roomt mijn overschotten af”, zegt Van Meijel van Toneelgroep Oostpool.

    • Daan van Lent