Fluitstopper van 1,4 miljoen

Een fluitversiering uit Oceanië bracht bij de veiling in Parijs 1,4 miljoen euro op. „Het was een lievelingsstuk van mijn grootvader Louis.”

Een Oceanisch beeld uit de collectie van de Nederlandse familie Lemaire werd vorige maand voor 1,4 miljoen euro geveild in Parijs. „Bizar hè?” Finette Lemaire, eigenaresse van Galerie Lemaire, kan het nog altijd niet echt geloven.

Al sinds 1925 handelen de Lemaires in kunstobjecten van tribale culturen uit Azië, Afrika en Oceanië. In Nederland is het familiebedrijf aan de Reguliersgracht in Amsterdam slechts bij een kleine groep verzamelaars bekend, maar in de internationale etnograficawereld is de kunstgalerie een begrip.

De veiling van Afrikaanse en Oceanische kunst bij Sotheby’s in Parijs bracht op 12 december in totaal 7,3 miljoen euro op. Het beeld uit de collectie van Lemaire is een zogeheten fluitstopper, een wusear van de Biwat uit Papoea-Nieuw-Guinea. Het beeld van 59 centimeter hoog is gesneden in de vorm van een mensenfiguur en werd ter versiering in een opening van de manshoge bamboefluiten gestopt. Bovenop het hoge voorhoofd zit een weelderige pruik van kasuarisveren en aan de oren hangen oorbellen van schildpad en andere natuurlijke materialen.

Finette Lemaire legt uit dat deze fluitstopper extra waardevol is omdat de geschiedenis ervan is gedocumenteerd. Het stuk behoorde tot de collectie van het Berlijnse museum voor Volkenkunde, voordat het via de Duitse handelaar Speyer in de jaren vijftig bij de familie Lemaire terechtkwam. Zo’n zogeheten provenance is een belangrijk begrip bij etnografica, alleen als de vorige eigenaren bekend zijn weet de koper zeker dat hij een origineel stuk koopt. Daarnaast is deze fluitstopper beroemd, hij siert bijvoorbeeld de voorkant van het boek Oceanic Art van Anthony J.P. Meyer, een klassieker in de etnografische vakliteratuur.

„De fluitstopper behoorde tot de lievelingsstukken van mijn grootvader Louis”, zegt Finette Lemaire. Het beeld was onderdeel van de privécollectie en stond tot nu toe bij een familielid in huis. Na jaren twijfelen, besloot de familie het object te laten veilen.

Op veilingen lopen de prijzen voor zeldzame etnografische stukken sinds een aantal jaren soms flink op. „Dat komt door de emoties, mensen willen zich niet laten overbieden”, denkt Lemaire.

Etnische kunst wordt in Nederland sinds een aantal jaren niet meer apart geveild, daarvoor is de markt te klein. Bovendien liggen in het buitenland de prijzen veel hoger. De verwachte opbrengst van de fluitstopper lag tussen de 450.000 en 550.000 euro. De koper, een Franse verzamelaar die anoniem wil blijven, betaalde bijna drie keer zoveel.

„In Nederland houden maar weinig mensen zich bezig met etnografica en de media berichten er nauwelijks over”, zegt Lemaire. Onbekend maakt onbemind, denkt ze. De bezoekcijfers van de volkenkundige musea geven haar gelijk. In Parijs trekt het etnografische museum Quai Branly jaarlijks zo’n anderhalf miljoen bezoekers. Drie keer zoveel als het Wereldmuseum in Rotterdam, het Afrikamuseum bij Nijmegen, het Volkenkundig museum in Leiden en het Tropenmuseum in Amsterdam samen.

Om etnische kunst in Nederland meer op de kaart te zetten, organiseert Lemaire sinds 2002 jaarlijks de Tribal Art Fair in Amsterdam. Hoewel de bezoekersaantallen de eerste paar edities stegen, lijkt het maximum nu bereikt, zegt Lemaire. Haar galerie moet het daarom vooral hebben van internationale klanten. Die komen daarvoor naar Amsterdam, want etnografica wordt nauwelijks online verhandeld. „Een masker dat er op een plaatje prachtig uitziet, kan van dichtbij ineens tegenvallen”, zegt Lemaire. „Je moet het aanraken om te bepalen hoeveel je ervoor overhebt.” Zo dacht haar grootvader er al over. Finette Lemaire kan zich nog goed herinneren hoe ze als kind urenlang in de winkel met de trommels uit de collectie speelde. Trommels waarop daarvoor mensen in Indonesië of Oceanië hadden gespeeld. „Dat is nou juist zo leuk aan etnografica, het is kunst om aan te raken.”