Een eerlijk sprookje

Minister Dijsselbloem van Financiën (PvdA) lijkt wel bezig met een eerlijkheidsoffensief. De nieuwe bewindsman liet rap na zijn aantreden een nuchter, om niet te zeggen ontnuchterend geluid horen over de Nederlandse steun aan Griekenland. De geruststellende prognose van voorganger De Jager (CDA) dat Nederland zijn geld met rente terugkrijgt, is niet langer actueel. Er is een „heel groot risico” dat de steun ons geld gaat kosten, zei Dijsselbloem na zijn eerste optreden in Brussel.

Nu zijn de gevolgen voor de schatkist van de reddingacties voor de Nederlandse financiële sector aan de beurt. Dijsselbloem stuurde gisteren een brief aan de Tweede Kamer, waarin hij bevestigt dat de reddingsacties uit 2008 en 2009 voor ABN Amro, ASR, Aegon, ING en SNS Reaal in 2012 voor het eerst geld hebben gekost: 193 miljoen euro. Dat is een formidabel bedrag, maar overzichtelijk op het geheel van de rijksbegroting. De Staat zal moeten toeleggen op de crisismaatregelen, schrijft Dijsselbloem. Daarmee suggereert hij dat er ook een andere, mooiere uitkomst binnen handbereik was.

Dat is een sprookje.

Het saldo valt lager uit omdat ABN Amro, de bank die in 2008 is genationaliseerd, haar dividend aan de Staat als aandeelhouder in kas houdt. De bank moet, evenals de sector, haar buffers verhogen. Dat is het enige beleid dat sinds de bankencrisis raadzaam is. Het is gelukkig ook kabinetsbeleid.

Daaruit volgt vanzelfsprekend dat de inkomsten van de Staat teruglopen, terwijl de rentekosten doorlopen op de leningen waarmee de nationalisatie is betaald. Daar komt bij dat banken extra zuinig zijn, omdat het kabinet ook een bankenbelasting invoert én zij moeten gaan meebetalen aan een garantiesysteem voor spaargelden.

Maar het ultieme argument tegen reddingsacties als publieke winstbron is dit: zij zijn alleen zinvol als zij voorkomen dat spaarders in paniek raken, dat salarissen en uitkeringen niet betaald worden en de samenleving ontwricht raakt. Reddingsacties hebben, mits adequaat uitgevoerd, een publieke opbrengst die ver uitgaat boven een simpele private winst- of verliesrekening. Daarbij speelt het zeker een rol dat een resultatenrekening altijd een concreet en verifieerbaar getal laat zien, terwijl de publieke opbrengst abstract is – hoe becijfer je de kosten van het voorkómen van financiële paniek?

Het kan natuurlijk best zo zijn dat de overheid achteraf nog een verkoopwinst maakt op aandelen die verworven zijn in een reddingsactie. Maar de Staat redt alleen financiële instellingen die een rol spelen in de vitale infrastructuur van de samenleving. De Staat redt geen banken om er zelf winst op te maken.