De vergeten rijders van 1963

Deze maand 50 jaar geleden won Reinier Paping de meest barre Elfstedentocht ooit. Vijftig andere wedstrijdrijders haalden ook de finish, maar liepen het kruisje mis omdat ze te laat finishten. Onlangs verscheen een boek als eerbetoon aan hen.

‘Een slagveld in het kwadraat.” Zo noemt sporthistoricus Johannes Lolkama (76) uit Aldeboarn de Elfstedentocht van 1963 in zijn nieuwe boek Elfstedentocht 1963. De Elfstedenkenner vindt het „een godswonder” dat er tijdens deze meest barre editie van de ‘Tocht der Tochten’ op de schaats door Friesland geen doden zijn gevallen. Lolkama, erelid van de Vereniging de Friesche Elf Steden, sprak de afgelopen vier jaar meer dan 300 mensen, onder wie schaatsenrijders, bestuursleden, baanvegers, stempelaars en supporters over de tocht van 18 januari 1963. Zijn boek ziet hij vooral als eerbetoon aan de 50 wedstrijdrijders die de „marathon der ontgoocheling” wel uitreden, maar niet binnen de tijdslimiet wisten te finishen. Officieel kregen 58 van de 568 wedstrijdrijders en 69 van de 9.294 toerrijders het zilveren Elfstedenkruisje. De 50 die te laat finishten liepen het mis. Een ondergewaardeerde en vergeten groep, vindt Lolkama. „Zij verdienen het om geëerd te worden.” In 1963 moest je binnen twee uur na winnaar Reinier Paping zijn gefinisht, nu geldt een tijdslimiet van 20 procent van de tijd van de winnaar. Vijf schaatsers van deze groep zouden met de huidige tijdslimiet wél een kruisje hebben gekregen. „De tocht uitrijden was een prestatie van formaat”, onderstreept hij nog eens. Want het was Siberisch koud, min tien overdag. Er woei een harde, snerpende wind en er lag stuifsneeuw. Het ijs was zeer slecht.”

Lolkama ging de afgelopen vier jaar voor zijn boek op zoek naar wedstrijdrijders die te laat finishten. Schrijver Piet Maaskant traceerde er in 1963 al 20 en Lolkama zelf spoorde er in de jaren tachtig ook al 20 op. Een handicap was dat het archief van de Vereniging De Friesche Elf Steden van de periode 1958-1963 spoorloos verdwenen is. De reden „is in nevelen gehuld”, verklaart Lolkama. Hij vermoedt dat de toenmalige Elfstedensecretaris zo kwaad was dat de Tocht in 1963 werd uitgeschreven, dat hij de archiefdozen heeft weggegooid. Lolkama: „Bewijs heb ik niet. Wel weet ik dat de secretaris, die arts was, het medisch onverantwoord vond dat de tocht van 1963 doorging.”

Gelukkig gaf Gauke Bootsma van het Schaatsmuseum in Hindeloopen dozen vol krantenknipsels aan Lolkama. „Zo kon ik via via nog weer tien rijders achterhalen.”

In zijn boek gaat Lolkama uitgebreid in op de chaotische taferelen bij de finish op de Grote Wielen. Toen koningin Juliana en prinses Beatrix per helikopter arriveerden, renden duizenden toeschouwers die aan de kant stonden, het ijs op. „Er lag wel een ijsvloer van zo’n 43 centimeter dik, maar het ijs golfde en kraakte. Maar Juliana wilde niet van het ijs af”, vertelt Lolkama.

In zijn boek haalt hij passages aan uit de ongepubliceerde memoires van burgemeester W.M. Oppedijk van Veen van Tytsjerksteradiel: „Het ijs barstte en stond schuin. Ik deed een beroep op de commissaris die nog eens aan de majesteit vroeg toch vooral naar de oever te gaan. ‘Nee hoor, Paping kan elk moment komen’, antwoordde de koningin. Mevrouw Linthorst Homan, de echtgenote van de Commissaris der Koningin zei: ‘Ik ga wel. Ik wil hier niet verzuipen.’ ‘Is het dan werkelijk gevaarlijk?’, vroeg de koningin een paar malen. Ze wilde op Paping wachten en ging tegen haar zin met haar gezelschap mee naar het Paviljoen.” Later hoorde Oppedijk van Veen dat Juliana en Beatrix genoten hadden van de „heerlijke chaos”.

Toch treft de Elfstedenvereniging geen blaam voor het bijna-fiasco, vindt Lolkama. „Baancommissaris Sjirk Velstra van Oudkerk wilde de finish bij de oever hebben. Als mensen daar door het ijs zouden zakken, zouden ze hooguit tot hun knieën in het water staan. Maar Velstra moest van de, zoals hij ze noemde, ‘hoge heren’, de burgemeester en kopstukken van de politie, de eindstreep midden op de plas leggen. Dan hadden zij er vanuit het Paviljoen goed zicht op. Velstra stamelde dat daar het water tussen de zes en acht meter diep was. Maar het hielp niet.”

Johannes Lolkama: Elfstedentocht 1963. Uitg. Friese Pers Boekerij. 160 pag. Prijs 22,50 euro.

    • Karin de Mik