Conflict kost 105 wethouders de kop

Afgelopen jaar zijn 105 van de ruim 1.400 Nederlandse wethouders afgetreden na een politiek conflict. Alleen in 2004 en 2008 moesten meer wethouders om die reden het veld ruimen. Dat blijkt uit gisteren verschenen onderzoek van VNG Magazine, een tijdschrift over lokaal bestuur.

Conflicten over budgetoverschrijdingen en bezuinigingen zijn de belangrijkste reden voor het vertrek. In bijna eenderde van de gemeenten met een wethouderscrisis was sprake van een financieel geschil.

Onderzoeker Henk Bouwmans legt een verband met de economische crisis. „De gemeenteraad pikt het niet, vooral in tijden van continue bezuinigingen, wanneer budgetten worden overschreden.”

Net als de ‘rampjaren’ 2004 en 2008, was 2012 het tweede volledige bestuursjaar na raadsverkiezingen. Bouwmans: „Beginnersfouten vormen in een tweede ambtsjaar geen excuus meer. De raad houdt de wethouder geheel verantwoordelijk.”

Wethouders die vorig jaar opstapten om integriteitskwesties konden rekenen op veel publiciteit. Maar zij vormen een relatief klein deel van de noodgedwongen aftochten: negen wethouders traden om zaken als belangenverstrengeling af.

„Er is in politiek en media veel aandacht voor de integriteit van bestuurders”, zegt Bouwmans. „Die aandacht kan een wethouder de das om doen, zelfs als fraude of belangenverstrengeling niet is bewezen.”

Neem Delfzijl. CDA-wethouder Mahmut Kaptan zou gemeenschapsgeld in zijn slagerij hebben gestoken. Integriteitonderzoek pleitte hem vrij, maar Kaptan vertrok toch, wegens „aanhoudende twijfel over zijn geloofwaardigheid.”

In totaal stapten vorig jaar 196 wethouders op – ook om herindeling, een carrièreswitch, ziekte. Veertien werden burgemeester, negen Kamerlid. Lodewijk Asscher (Amsterdam) en Sander Dekker (Den Haag) traden toe tot kabinet-Rutte-II.