AFM en Rabobank ruziën over tarieven voor adviezen

De AFM ligt met de Rabo- bank in de clinch over de nieuwe regels voor advies. Marktbederf? Kleine adviseurs vrezen voor hun bestaan.

Trammelant in financieel adviesland. Op 1 januari is er nieuwe wetgeving van kracht geworden voor financieel advies over onder meer hypotheken en levensverzekeringen (zie kader). Maar amper een halve week later is er al een felle ruzie ontbrand tussen een aantal van de grootste belanghebbenden op die markt over de naleving van die nieuwe spelregels.

De branchevereniging voor zelfstandige adviseurs, Adfiz, en intermediairs als De Hypotheker beschuldigen de Rabobank ervan de regels aan haar laars te lappen. De Rabobank, de grootste verstrekker van hypotheken in Nederland, biedt hypotheekadvies aan op basis van no cure no pay: als er uiteindelijk geen hypotheek wordt afgesloten, hoeft het advies ook niet betaald te worden.

In de nieuwe regels staat duidelijk dat er altijd voor advies betaald moet worden, zo is te lezen op de site van de toezichthouder op de financiële markten, de AFM. „Ook als er geen product wordt afgenomen.”

Dus maakt Rabobank zich schuldig aan concurrentievervalsing, beweert Adfiz. Bij concurrent ABN Amro moeten klanten wel gewoon betalen voor advies als ze geen hypotheek afsluiten, zegt de woordvoerder.

Gisteren kreeg de lobbyclub bijval van diezelfde AFM. De toezichthouder bevestigde sterke vermoedens te hebben dat de ‘no cure no pay’-formule inderdaad strijdig is met de regels. „Wij zijn hierover nadrukkelijk in gesprek met Rabobank”, aldus de woordvoerder. Volgens hem mag er onder de nieuwe regels geen enkele koppeling zijn tussen advies en product. „Het lijkt er toch wel op dat daar sprake van is.”

Die steun is opvallend. De toezichthouder, zo bevestigt de woordvoerder zelf ook, laat zich zelden publiekelijk uit bij dergelijke verdenkingen. Namen worden al helemaal bijna nooit genoemd. „Dat we dat nu wel doen, geeft aan hoe serieus we dit nemen”, aldus de woordvoerder.

Bij Rabobank wordt die openlijke verdenking hoog opgenomen. De bank zegt „verrast te zijn over de scherpte waarmee de AFM nu naar buiten komt”. Want bij de AFM zouden ze al maanden op de hoogte zijn geweest van de nieuwe werkwijze. Op 21 november werd de formule aan het grote publiek bekendgemaakt. Maar in mei zou er al uitvoerig over gesproken zijn met de AFM.

Rabobank wil vooralsnog niet ingaan op de vraag of haar formule inderdaad in strijd is met de regels. Het beleid blijft ongewijzigd zo lang de gesprekken met de AFM gaande zijn. Volgens de bank heeft de ophef bij de toezichthouder in elk geval voor een deel te maken met de uitwerking van de nieuwe regels. Die zou niet helemaal overeenkomen met wat de AFM vooraf in haar hoofd had.

Belangrijkste uitwerking van de regels lijkt namelijk een kaalslag te zijn onder de zelfstandige adviseurs en intermediairs. De vraag is of zij wel mee kunnen gaan in de nieuwe, goedkopere tarieven die veel banken nu hanteren – die overigens gunstiger zijn voor consumenten. De banken vragen prijzen van rond de 2.000 euro. Veel tussenpersonen zitten met hun vergoeding rond de 3.000 euro.

Rabobank zelf lijkt overigens een van de belangrijkste aanstichters te zijn van die dreigende kaalslag. De bank hanteert momenteel een van de laagste tarieven voor advies: 1.750 euro. En wie zelf digitaal allerlei persoonlijke documenten aanlevert, kan nog 600 euro korting krijgen.

Dat is vermoedelijk dan ook eveneens een belangrijke achtergrond bij de oplopende ruzie. Met haar lage tarief ontketent Rabobank volgens Adfiz in feite een prijzenoorlog, zoals Albert Heijn dat ook heeft gedaan in de supermarktwereld. Ook hier beschuldigt Adfiz Rabobank van concurrentievervalsing. Rabobank zou onder de kostprijs gaan zitten, om concurrenten de markt uit te drijven. En dat mag niet in Nederland.

Rabobank zelf ontkent dit. De bank zegt zo laag te kunnen zitten, omdat zij zo veel hypotheken uitzet in Nederland. Daardoor kan de bank haar vaste kosten meer verdelen.