Ze zouden Sam wel resetten

Ellen Matta kocht een rashond van een fokker. Maar de Ierse setter bleek erfelijke epilepsie te hebben. Ze klaagde de fokker aan bij de rechter.

„Het vreet aan je om je hond zo te zien lijden.” Foto Dirk-Jan Visser

Op 18 mei 2011 kreeg Sam zijn eerste aanval. De Ierse setter was nog geen anderhalf jaar. Het ene moment liep Sam nog kwispelend door de kamer. Het ander moment lag hij te stuiptrekken op de grond. Schuimbekkend. Zijn urine liet hij lopen.

Ellen Matta, zijn baasje in Rotterdam, wist niet wat Sam overkwam. Ze durfde hem niet zelf naar de dierenarts te brengen, een paar honderd meter verderop in de straat. Ze belde de dierenambulance. Nog dezelfde dag kreeg ze de diagnose te horen: erfelijke epilepsie.

Ze belde de hondenfokker in Oud Gastel van wie ze Sam had gekocht. Die vertrouwde ze volkomen. Daar had ze eerder een Ierse setter bij gehaald. Max, die 12 jaar en 5 maanden was geworden. Prachtig dier. Nooit problemen mee gehad.

Epilepsie? Dat kan niet, zei de hondenfokker. „Het is onze hond, breng hem maar hier. Wij resetten hem.” Terug thuis kreeg hij opnieuw een aanval.

Weer belde ze de fokker. Die gaf haar de schuld. Ze had Sam verkeerd opgevoed. Ze had Sam te veel verwend. Waarom had haar vorige Ierse setter dan nooit zo’n aanval gekregen? Die had waarschijnlijk een sterker karakter gehad, zei de fokker. Voortaan moest ze maar een speelgoedhondje op batterijen nemen. Alleen gedragstherapie kon Sam nog helpen. Zo had ze die hond verziekt.

Veel eerder dan afgesproken kon Ellen Matta haar Ierse setter weer ophalen. Diezelfde dag kreeg Sam zeven epileptische aanvallen. De dagen daarna hoopten de aanvallen zich op. Ellen Matta hield ze bij in een dagboek: soms 23 op een dag. „Ik sliep op de bank. Bij het minste geluid lag ik naast hem. Het vreet aan je om je hond zo afschuwelijk te zien lijden. Ik kon hem niet helpen. Ik kon alleen bij hem blijven en tegen hem praten.”

Sam belandde op de intensive care van de Diergeneeskundige Kliniek in Utrecht. Hij onderging een MRI-scan en een ruggenmergpunctie. Met behulp van medicijnen bleven de aanvallen in de maanden daarna beperkt. Maar de reeks aanvallen bleek zijn hersenen onherstelbaar te hebben beschadigd. Op 14 augustus 2012 liet Ellen Matta hem inslapen. „Met zijn hoofd op mijn armen.”

Matta klaagde de fokker aan, met hulp van de stichting Dier en Recht. „Niet om het geld, maar uit woede om wat Sam is aangedaan.” Ze was er inmiddels achtergekomen dat er jaarlijks tienduizenden puppies van rashonden ter wereld komen met erfelijke gebreken als gevolg van inteelt. De fokkers kennen de risico’s.

Ze was blij dat de kantonrechter haar vorige maand in het gelijk stelde en de fokker veroordeelde tot een schadevergoeding. „Het voelde als erkenning van het lijden van Sam en het verdriet dat ik daarvan heb gehad. Dit mag niet. Dit kan niet. Hier komt een fokker niet meer mee weg.”

Aan de muur in de keuken hangt Sams rode halsband. Naast de groene en blauwe halsband van de twee Ierse setters die ze eerder heeft gehad. „De mooiste, de liefste honden.” Maar nooit neemt ze meer een Ierse setter. Ze durft het risico niet aan.

    • Dick Wittenberg