Column

Winterzon

Het organiseren van een vakantie is dermate uitputtend dat je er, als het eenmaal gelukt is, ook echt aan tóé bent. Ik vermoed eigenlijk dat de reisbranche het met opzet zo moeilijk maakt, om te zorgen dat we iets hebben om van bij te komen. Dat wij op een gegeven moment met vakantie willen, is ook niet omdat we afgemat zijn, maar omdat er een vakantieperiode aan zit te komen, de kranten ineens vol staan met reisaanbiedingen en iedereen op kantoor het alleen nog over vakantieplannen heeft. Het sleutelwoord is ‘boeken’.

„En? Al geboekt?”

Vind je na lang zoeken een prettig reisbureau, dan is de kans aanzienlijk dat het binnenkort niet meer bestaat, want ook deze vorm van detailhandel is naar cyberspace aan het verhuizen. (Vaarwel, Mireille en Yasmina, waar jullie ook heen gaan). Waarom eigenlijk, vraag je je af. Wie heeft daar uiteindelijk profijt van? Kan ik nu voor hetzelfde geld verder reizen? En, zo ja, is het dat waard? Weegt dat op tegen de toegevoegde stress en frustratie van het online reiswezen? Internetreizen: je krijgt een dag vakantie meer voor je geld, maar die heb je dan ook echt nodig.

Goed, zo’n sessie op een geel-blauw krukje bij Thomas Cook is ook geen onweerstaanbare attractie, maar wat je wel hebt, is de tamelijk solide zekerheid dat een competente, lijfelijk aanwezige dienstverlener bezig is jouw luxeprobleem op te lossen. En wellicht zelfs een heel klein beetje aanvoelt wat je zou kunnen willen.

„Las Vegas? Oh nee, hihi, ik zie het al.”

Ook al ben je een consument van vlees en bloed, voor de computer waarmee je communiceert, ben je ook gewoon een computer. Misschien is het een overgangsprobleem. Nog even en je pc kent je zo goed dat hij het alleen afkan. ’s Nachts, terwijl je slaapt, gaat hij in de slag met al die andere computers en servers, en de volgende ochtend ligt het resultaat in de printer: voilà, het is een tiendaagse safari in Zuid-Afrika geworden.

Voorlopig zitten we nog in de Charlie-Chaplin-Modern-Times-fase: de helse machinerie kan zich elk moment tegen je keren. Je ziet een aardig hotel op TripAdvisor, je zou willen weten wat het ongeveer kost, drukt op een knop of link en er dendert een digitale lawine over je scherm van organisaties die daarin bemiddelen, hun kaders vechtend om de voorste plaats, als hongerige kinderen bij een Rode Kruistruck.

De computer zoemt en blaast inmiddels van inspanning, want de browser is geïnfiltreerd met tal van pop-unders, een soort commerciële verstekelingen, die wel aan boord zijn, maar zich liever verstoppen. Je wilt ze wegklikken, maar het worden er alleen maar meer, virusscanners en hardeschijfopruimers worden opgevolgd door flikkerende gokmachines, gokmachines maken plaats voor seksaanbiedingen – even overweeg je een emmer koud water over de monitor te gooien, maar de ervaring leert dat ze daar niet goed uitkomen en het eindigt ermee dat je op je knieën onder je bureau zit, op zoek naar de stekker. Opnieuw beginnen maar.

Reserveringscomputers willen altijd eerst tot in detail weten wat jij zou willen, begin- en einddata, aantal reizigers, type kamer, type voorzieningen, wel of geen minibar, 110 of 240 volt in het stopcontact, enzovoorts, om pas als je dat allemaal gespecificeerd hebt, uitsluitsel te geven of het wat wordt. Het is als in die mop van die man die een schilderij van een molen wil kopen.

„De molen tegen een donkergrijze wolkenhemel?”,zegt de kunsthandelaar.

„Ja!”

„Grijs dekzeil op de wieken?”

„Ja!”

„Ploegend boertje op de achtergrond?”

„Ja!”

„Rode trekschuit op de voorgrond?”

„Ja precies!”

„Ah, jammer, dat heb ik niet.”

„Controleer of uw paspoort nog zes maanden na de vertrekdatum geldig is”, sprak het systeem toen het na drie strips nicotinekauwgom en diverse wanhopige huilbuien eindelijk gelukt was. Juist. Voor een van onze paspoorten was die termijn nét een weekje te lang. En het gemeentehuis was met de feestdagen natuurlijk gesloten. Want die willen natuurlijk ook een weekje winterzon.

Jan Kuitenbrouwer is journalist, schrijver en directeur van de Taalkliniek.