Waarom maken ze in de bouw zo vroeg veel lawaai?

‘Lekker, nog een uurtje blijven liggen’ denk je als je ’s ochtends om zeven uur op de wekker kijkt. Net op het moment dat je je nog een keer wil omdraaien, word je je bed uitgetrild. De bouwvakkers op de hoek zijn weer begonnen met het openbreken van de straat. Waarom zo vroeg, vraagt Roos Genet zich af. En waarom moet het meest luidruchtige werk eerst?

Allereerst is het duidelijk dat bouwvakkers vroeg beginnen. Maar waarom? Bouwend Nederland, belangenvereniging van bouwbedrijven, laat weten dat al in de CAO Bouwnijverheid van 1964 staat dat vaklui tussen 7.00 en 18.00 uur werken. ’s Avonds na zessen verrichten de vaklui overwerk, en dat is duur. Aannemers willen hun werknemers zo vroeg mogelijk laten beginnen, om de kans op overwerk te verkleinen.

Het Utrechtse aannemersbedrijf Van Zoelen geeft nog een reden in een oude next question uit 2010: „We willen de files voorblijven. Op de bouwplaatsen wordt ’s ochtends nog vaak materiaal geleverd, dat moet ook voor de files aankomen.”

Maar dat verklaart nog niet waarom de bouwvakkers uitgerekend zo vroeg beginnen met de meest luidruchtige activiteit van hun werkdag. Daar heeft Elvira Bos, woordvoerder van FNV Bouw, een uitleg voor: „Bouwwerk is in de ochtend nou eenmaal vaak luidruchtiger dan de rest van de dag. Een stukadoor die gaat smeren, zal bijvoorbeeld eerst moeten mengen. Dat brengt lawaai met zich mee. Stratenmakers zullen eerst de straat moeten openbreken om hem daarna te kunnen herbestraten. En dan krijgen ze ook nog stenen geleverd, wat ook weer lawaai geeft.”

Bos geeft ook een psychologische verklaring waarom het getimmer en gehamer in de ochtend zo hard klinkt: „Vroeg in de ochtend, wanneer je nog lekker ligt te slapen, lijken geluiden harder dan wanneer je wakker bent. Bedenk maar eens hoe hard een huilende baby ’s nachts klinkt. Daarnaast zijn er zo vroeg nog geen omgevingsgeluiden die de werkgeluiden ‘dempen’. Als dat geluid het enige is wat je hoort, lijkt het nog harder dan het in werkelijkheid is.”

Ook een vraag voor deze rubriek? Mail naar vraag@nrc.nl