Vijf factchecks uit de oudejaarsconference

‘Bij het allereerste Songfestival werd Finland al vertegenwoordigd door een indiaan’

Volgens de factcheckers werd Finland op het Eurovisie Songfestival heel vaak vertegenwoordigd door een indiaan. Zo ook bij het eerste songfestival, dat volgens hen in 1956 plaatsvond. Dat het eerste songfestival in 1956 was, dat klopt. Maar Finland deed daar niet aan mee, laat staan dat ze een indiaan stuurden. Kostuums en dans-acts waren in 1956 sowieso nog niet in zwang, want het werd enkel op de radio uitgezonden. In 1961 deed Finland voor het eerst mee. Laila Kunnunen zong het liedje ‘Valoa ikkunassa’. Maar ook toen deed ze dat niet verkleed als indiaan, blijkt uit de beelden. Wij beoordelen deze stelling dan ook als onwaar.

‘Factchecken zagen we bij Nieuwsuur voor het eerst’

„Dat factchecken hebben we voor het eerste gezien bij Pauw & Witteman”, zei Erik Van Muiswinkel, waarop werd hij direct werd gecorrigeerd door de factcheckers: „Nee nee nee dat was bij Nieuwsuur voor het eerst.” Wie begon er nu eigenlijk mee?

Factchecken begon online, tijdens de Amerikaanse verkiezingscampagne in 2004. Weblogs factcheck.org en politifact.com controleerden uitspraken van presidentskandidaten George W. Bush en John Kerry. In Nederland begon weblog leugens.nl in 2007 met factchecken. NOS en NRC volgden op hun sites in aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen in 2010. Ook dagblad De Pers begon toen en maakte er een vaste krantenrubriek van.

Omdat Van Muiswinkel het woord ‘gezien’ gebruikt, lijkt hij te doelen op de eerste factcheck op de (Nederlandse) televisie. In dat geval was de factcheckrubriek in het RTL-programma Wat kiest Nederland, gepresenteerd door oud-nrc.next-hoofdredacteur Rob Wijnberg in ieder geval eerder. Die rubriek begon op maandag 27 augustus, de rubriek in Nieuwsuur begon op zaterdag 1 september. We beoordelen de stelling als onwaar.

‘Wij staan bovenaan het lijstje van westerse landen die het minst uitgeven aan het basisonderwijs’

„Staan wij dan altijd onder de Finnen?”, vroeg factchecker Joep van Deudekom. ,,Nee. Wij staan helemaal bovenaan het lijstje van westerse landen die het minst uitgeven aan het basisonderwijs”, antwoordde hij zichzelf direct. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) weet alles over onderwijs in de OESO-landen (voornamelijk westerse, rijke landen). En uit hun lijstjes blijkt dat Nederland niet het minst uitgeeft aan het basisonderwijs. Nederland geeft zo’n 15.000 euro per kind uit voor de kleuterschool en het basisonderwijs samen. Dat is iets meer dan het gemiddelde. Finland, om maar eens een voorbeeld te noemen, zit daar met bijna 13.000 euro per kind net iets onder. Dit beeld is hetzelfde als we de kleuterschool niet meetellen (Nederland: 7.900 euro, Finland: 7.350 euro, gemiddeld: 7.700 euro per kind). Ook als we naar de uitgaven als deel van het bbp kijken is Nederland, net als Finland, een middenmoter. Het antwoord dat factchecker Van Deudekom zichzelf gaf, is dus onwaar.

‘Alleen de Finnen zijn gelukkiger dan wij’

Nederland scoort meestal goed op ‘lijstjes’, zei Erik van Muiswinkel. Hij voelt echter „één klein graatje” in zijn keel: Finland eindigt vaak net iets hoger, zoals op het lijstje ‘gelukkigste volk op aarde’. „Klopt”, reageerden de factcheckers. „Nederland behoort tot de landen die zichzelf tussen de 6,5 en 7,5 geven. Er is eigenlijk maar één land dat zichzelf een hoger cijfer geeft en dat is Finland.”

Zijn de Finnen inderdaad het gelukkigst?

Geluk is subjectief, zoals ook hoofdpijn door iedereen anders wordt ervaren, zegt Ruut Veenhoven, emeritus hoogleraar geluksonderzoek aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. De beste vraag om geluk te meten is dan ook een subjectieve: hoe tevreden bent u met uw leven?

Dit is volgens Veenhoven ook de beste, meest heldere onderzoeksvraag waarmee je landen met elkaar kunt vergelijken. Uit alle geluksenquêtes die wereldwijd sinds de jaren 70 worden gehouden, heeft hij deze vraag gefilterd en de antwoorden opgeslagen in zijn ‘World Database of Happiness’.

Costa Rica scoort daarin het hoogst. Inwoners geven hun leven een 8,5. Dat cijfer is echter gebaseerd op slechts één enquête, uit 2002. Er geldt: hoe meer enquêtes, hoe betrouwbaarder. Veenhoven: „Het hoeft maar net die dag te regenen en je hebt andere antwoorden.” Ook Denemarken (8 enquêtes), IJsland (2 enquêtes) en Zwitserland (15 enquêtes) scoren een 8 of hoger. Finland staat op een (gedeeld) vijfde plaats, met een 7,9 gebaseerd op 9 enquêtes. Nederland staat (gedeeld) veertiende met een 7,6 gebaseerd op 11 enquêtes.

Noordelijke, individualistische landen scoren doorgaans hoger dan zuidelijke, collectivistische omdat inwoners er grotere keuzevrijheid ervaren zoals in beroeps- of partnerkeuze. ‘Harde’ waarden als welvaart en mate van rechtszekerheid verklaren voor circa 80 procent het rapportcijfer. Vele onmeetbare verschillen, zoals de variërende kwaliteit van tv-programma’s („er wordt heel veel tv gekeken”) verklaren 10 procent. Meetfouten en culturele interpretatieverschillen van ‘tevredenheid’ of ‘satisfaction’ verklaren de overige 10 procent. Verschillen in geluk tussen noordelijke landen onderling zijn subtiel en daarom moeilijk te verklaren, zegt Veenhoven.

Het klopt dat de Finnen gelukkiger zijn dan wij, zoals Erik van Muiswinkel zei. Echter, dat alléén de Finnen gelukkiger zijn dan wij, zoals de factcheckers beweerden, dat klopt niet. Wij beoordelen de stelling daarom als onwaar.

‘In Nederland kon je op 22 partijen stemmen, in Finland op 26’

In de Verenigde Staten, Nederland en China, drie grootmachten, waren in 2012 verkiezingen. De factcheckers kwamen met enkele feiten. In Nederland konden we bijvoorbeeld uit 22 partijen kiezen, in Finland bij de laatste verkiezingen uit maar liefst 26.

Voor Nederland klopt dat in grote lijnen. Uit de website van de Kiesraad blijkt dat er inderdaad 22 partijen meededen aan de verkiezingen. Op twee partijen kon slechts in één van de twintig kieskringen worden gestemd. Maar toch, er kon op gestemd worden.

De feiten over Finland hadden de factcheckers wat minder goed op een rijtje. Op vaalit.fi, de site over verkiezingen van het Finse ministerie van Justitie, staan bij de uitslagen van de laatste parlementsverkiezingen 17 partijen. Diezelfde site zegt echter dat er 16 geregistreerde partijen zijn. En dan is er nog de website van de Finse publieke omroep YLE, waar voor 18 partijen een verkiezingsuitslag staat. Hoeveel partijen er precies meededen is dus ook bij de Finnen zelf niet geheel duidelijk, maar dat het er 26 waren is hoogstwaarschijnlijk onwaar. Wij beoordelen de uitspraak over de twee landen dan ook als half waar.

    • Freek Schravesande
    • Laura Wismans