Rechter: ontslag vanwege hoofddoek onterecht

De Belgische Joyce Van Op den Bosch (21) had vorig jaar niet ontslagen mogen worden door de Hema vanwege het dragen van een hoofddoek.

Amsterdam. De arbeidsrechtbank in het Belgische Tongeren oordeelde gisteren dat Joyce Van Op den Bosch vorig jaar niet ontslagen had mogen worden door een Hema-vestiging in Genk. Volgens de rechtbank had Hema geen duidelijk neutraliteitsbeleid en dus geen gegronde reden om Van Op den Bosch op basis van haar hoofddoekdracht te ontslaan. Ze krijgt, op bevel van de rechtbank, zes maanden achterstallig loon uitbetaald van het warenhuisconcern. Toen Van Op den Bosch via uitzendbureau Randstad bij de winkel kwam werken, droeg ze volgens de Hema nog geen hoofddoek. Zij ontkent dat. Na een verzoek gaf de winkelleiding haar toestemming, maar het hoofddoekje leidde tot veel negatieve reacties van klanten, aldus het concern. Toen de werkneemster weigerde de hoofddoek af te doen, werd haar contract niet verlengd.

De winkelketen gaf hierop toe dat ze verkeerd heeft gehandeld, en bood Van Op den Bosch opnieuw een baan aan. Daarnaast heeft de Hema het kledingreglement in haar Belgische winkels aangepast en „verfijnd” om dergelijke situaties in de toekomst te voorkomen. Uitzendbureau Randstad, dat ook was gedagvaard in de zaak, werd vrijgesproken.

Hema-medewerksters in Nederland mogen wel hoofddoekjes dragen. NRC/Novum