Mens krijgt plek in de dierentuin

Tijdens het 175-jarig jubileum van Artis legt de directie minder nadruk op de dieren en meer op de ervaringen van de bezoekers door de eeuwen heen.

Vlnr: Tekening kop van een honingbij. In: J. Schepens, De groote wonderen Gods beschouwd in het kleine diertje: de honigbye (ca. 1800). Bruin-rug platstaartslang (een zeeslang) en Het Kaapsche-Kameelpaard (giraffe). In: A. Vosmaer, Regnum Animale (Amsterdam, 1804.) Boven: het opengeslagen boek laat draken zien. In: J. Jonston, Naeukeurige beschryving (Amsterdam, 1660) Collectie UvA-Artisbibliotheek, Amsterdam

‘Dieren, dieren, in Artis draaide het vroeger allemaal om dieren. De zoölogen van toen verzamelden soorten en ondersoorten, hoe breder de collectie des te beter. Dat beeld is veranderd.” Directeur Haig Balian van de Amsterdamse dierentuin Artis staat me te woord in zijn werkkamer in het gebouw De Volharding, vroeger het Ethnografisch Museum. De ramen bieden uitzicht op de gieren in hun vliegverblijf. „In aanloop tot het 175-jarig jubileum van Artis gaan we het accent verschuiven naar de mens, naar de bezoekers van Artis door de tijd heen.”

Balian vult deze voor een dierentuindirecteur verrassende visie aan: „We weten alles van Artis, van de geschiedenis van het park en van de dieren, maar eigenlijk niets van de mensen. We hebben een herinneringsboek geopend. Iedereen kan daarin zijn mooiste belevenissen in Artis opschrijven.” Dit herinneringsboek vindt veel weerklank. Artishoogleraar Erik de Jong bevestigt het belang van persoonlijke herinneringen voor de geschiedschrijving: „Artis is de grote wereld in het klein. Een bezoek aan Artis was altijd een familiegebeurtenis, dat lezen we terug in de herinneringen. Voor vele Amsterdammers behoort Artis tot het rijkste bezit uit hun jeugd.”

Voordat het Concertgebouw er stond, het Rijksmuseum en het Centraal Station was Artis er al. Het is een van de weinige dierenparken die zich zo nabij het hart van de stad bevinden. Sinds de oprichting op 1 mei 1838, voluit Zoölogisch Genootschap Natura Artis Magistra geheten, had Artis een omvangrijke en gezaghebbende taak in het Amsterdamse openbare leven. De Jong: „In elk opzicht was Artis het kloppende hart van de stad, ermee verbonden dankzij de beroemde entree door de Papegaaienlaan, voorheen Fransche Laan. Men flaneerde langs de wandelpaden. Het was een stadspark waar tussen de dieren muziekuitvoeringen plaatsvonden voor een publiek van genodigden en leden van het Zoölogisch Genootschap. Kunstenaars stelden hun werk tentoon. Poëzie speelde een grote rol. Artis voldeed aan het ideaal van de negentiende eeuw om te komen tot een samenhangende visie op kunsten en wetenschap. Het hoorde bij die tijd dat alles wat leefde op en boven de aarde werd samengebracht.”

Hoezeer mens en natuur in Artis aanvankelijk ook waren verbonden, toch zijn we geleidelijk van de natuur vervreemd geraakt, betoogt Balian: „In de twintigste eeuw nam economisch gewin de overhand. De rijkdom van de aarde viel aan exploitatie ten prooi. Dierentuinen leken relicten uit een voorbije tijd, en ook Artis kreeg het moeilijk, al is de belangstelling voor dieren altijd gebleven. In het jubileumjaar willen we die band tussen mens, natuur, kunst en wetenschap herstellen.”

De Artisprofessor en Artisdirecteur hebben daartoe tal van feestelijkheden bedacht. Erik de Jong verrijkt zijn lezingenreeks in de Artis Academie met bijzondere thema’s als Microbiologie, Aardse paradijzen, Het verlangen naar de natuur en Sterrenkunde. In samenwerking met de Artisbibliotheek, onderdeel van de Universiteit van Amsterdam (UvA), vinden tentoonstellingen plaats. Voorts verschijnen een bloemlezing dierengedichten, het herinneringsboek Ik hou van Artis en de jubileumuitgave De wereld in de stad. Natuurhistorische lezingen en een Summerschool die de collectie van de bibliotheek belicht begeleiden het feestjaar.

„Wie jarig is, geeft een cadeau en mag een cadeau ontvangen”, zegt directeur Balian. „Artis is altijd meer geweest dan een collectie dieren. We zijn ook een park vol in- en uitheemse bloemen, bomen en struiken, een echt arboretum. Daarom zal Artis het gehele jaar 2013 uitbundig in bloei staan, in elk seizoen. Dat geven wij aan ons publiek. Met de herinrichting van de Hollandse Tuin, een stijltuin uit 1863, is hiermee een begin gemaakt. Het geschenk dat wij vragen is steun in de aanleg van een nieuw landschap voor de bedreigde Aziatische olifant langs het Entrepotdok. Vooral zetten we ons in om een nieuw natuurbesef uit te dragen, waarin educatie, liefde en zorg voor de natuur het belangrijkste zijn. Het aloude biologische denken over een dierentuin als verzamelplaats voor dieren is voorbij.”

Het opvallendst aan de geschreven herinneringen is de nadruk op de kinder- en jeugdtijd van de bezoekers. Een mevrouw herinnert zich dat „de beroemde toneelspeelster en zangeres Rika Hopper” haar naar de dierentuin bracht. Haig Balian: „Veel mensen schreven dat ze zijn ‘opgegroeid met Artis’. Een bezoeker herinnert zich van voor de oorlog dat het mooie is dat als de tuin om zes uur dichtging je ‘de dierengeluiden in het donker hoorde’, zoals het brullen van leeuwen en het kwetteren van kaketoes en papegaaien. Een herinnering als deze maakt duidelijk dat we de mens in relatie tot de natuur een belangrijke plek moeten geven in Artis. Dat is de opdracht die we ons in het jubileumjaar stellen, en in de jaren erna.”

Inl: www.artis.nl; UvA-Artisbibliotheek ( via: www.bijzonderecollecties.uva.nl)

    • Kester Freriks