Meer dan 60.000 doden in Syrische oorlog, aldus VN

De oorlog in Syrië heeft de afgelopen 21 maanden meer dan 60.000 levens geëist, zo hebben de Verenigde Naties berekend. Dat is 15.000 meer dan het totaal dat het Syrische Observatorium van de Mensenrechten tot en met gisteren telde. Gisteren werden weer tientallen mensen gedood bij een luchtaanval op een benzinestation in een voorstad van Damascus die in handen is van rebellen. Volgens de oppositie doet het regime vaak weinig moeite om burgerslachtoffers te vermijden bij aanvallen op rebellengebied.

De Hoge Commissaris van de VN voor de Mensenrechten, Navi Pillay, maakte gisteren in Genève bekend dat dataspecialisten „in een uitputtende analyse” tussen 15 maart 2011 en 30 november 2012 in Syrië 59.648 doden hebben geteld. „Aangezien het conflict sinds november niet in hevigheid is verminderd, kunnen we aannemen dat er begin 2013 meer dan 60.000 mensen zijn gedood”, aldus Pillay. „Het aantal slachtoffers is veel hoger dan we verwachtten.”

Het Syrische Observatorium verzamelt zijn cijfers bij een uitgebreid netwerk van activisten en artsen door het hele land. De VN gingen uit van een lijst van 147.349 doden, die was samengesteld uit gegevens van zeven bronnen, waaronder het Observatorium en andere oppositie-organisaties, en de Syrische regering. Aangemelde doden van wie niet voor- en achternaam plus datum en plaats van overlijden bekend waren, werden geschrapt. Dubbeltellingen werden eveneens verwijderd. Deze analyse leverde in een proces van vijf maanden het aantal van 59.648 sterfgevallen door het conflict op.

De analyse toont een gestage groei van het aantal gedocumenteerde doden per maand sinds het begin van de opstand, van 1.000 in de zomer van 2011 tot gemiddeld meer dan 5.000 sinds juli 2012. Begin deze week waarschuwde de internationaal bemiddelaar voor Syrië, Lakhdar Brahimi, juist dat de oorlog dit jaar 100.000 levens kan eisen, als de internationale gemeenschap oppositie en regime niet dwingt te gaan praten. Van de doden is 76 procent man, 7,5 procent vrouw en de rest onbekend. Het was niet mogelijk strijders en niet-strijders te onderscheiden.

Pillay onderstreepte dat de Syrische regering was begonnen met een meedogenloze onderdrukking van vreedzaam protest door ongewapende burgers. „Maar terwijl de situatie verloederde, zijn ook steeds grotere aantallen gedood door strijdgroepen tegen de regering, en is er een proliferatie geweest van ernstige misdrijven aan beide zijden, inclusief oorlogsmisdrijven en – waarschijnlijk – misdrijven tegen de menselijkheid.”

Gisteren werd ook bekend dat een Amerikaanse journalist, James Foley, sinds zes weken in Syrië wordt vermist. Hij werd, met een andere journalist wiens naam niet is bekendgemaakt, ontvoerd in de noordelijke provincie Idlib. Het is niet duidelijk of zij in handen zijn van rebellen, regime of misdadigers. Diverse journalisten zijn al in Syrië ontvoerd.