Koester probeert onbekende te vatten in nieuwe ficties

Beeldende kunst

Joachim Koester: Maybe One Must Begin With Some Particular Places. T/m 10/3. S.M.A.K, Citadelpark, Gent. Catalogus: € 30,00. Di t/m zo 10-18u. Inl.: www.smak.be ****

Misschien moeten we inderdaad - zoals de tentoonstellingstitel aangeeft -zelf gaan zoeken naar een „paar merkwaardige plaatsen”. Dus kom uit die stoel, graaf in je geheugen en ga op stap. Naar plaatsen die je verwonderden als kind. Naar plaatsen waarover je als volwassene ooit in een voetnoot hebt gelezen en waarover je twijfelt of ze wel bestaan. Je kunt ook, een beetje makkelijker, naar een plek gaan waar een heleboel van dat soort plaatsen samenkomen.

Het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst (S.M.A.K.) in Gent is nu zo’n plek. Vrijwel de gehele begane grond is verbouwd tot iets dat het midden houdt tussen een magisch labyrint en een berg aangespoeld wrakhout. Als een moderne Robinson Crusoe laveer je langs een piramide-achtige stellage, nauwe gangetjes en fris ruikende hokjes. Soms is het bijna aardedonker, dan weer zo schel verlicht dat je ogen pijn doen. Onderweg stuit je op een ‘paar merkwaardige plaatsen’, die de Deense beeldend kunstenaar Joachim Koester (1962) heeft uitgelicht, voorzien van een nieuwe realiteitswaarde, een nieuwe fictie.

Dertien jaar lang al doet Koester onderzoek naar plekken die zijn verbeelding prikkelen. Dat kunnen locaties zijn waar een complete poolexpeditie-met-luchtballon in de negentiende eeuw vermist is geraakt, waar bizarre occulte experimenten werden verricht, sekteleden gestoorde wandaden uitbroedden of schrijvers en kunstenaars dankzij geestverruimende middelen tot wellicht hogere prestaties kwamen. Koester interesseert zich voor het occulte en de magie van het toeval, maar de kunstenaar is het tegenovergestelde van een goochelaar met een trukendoos die open- en dichtklapt. In Gent staan zo’n twintig behoorlijk minimalistische werken .

Op deze eerste overzichtstentoonstelling over Koester zijn abstracte video’s van visuele ruis te zien, er zijn aan vroege conceptuele films herinnerende registraties van rituele performances en er glijden staccato ijslandschappen voorbij. In een volgend kabinet hangen Becheriaanse foto’s van huizen in zwart-wit, een zaal verderop ratelt een bataljon 16mm-projectoren, weer verderop zien we een meisje drummen in een wildernis. Voor de drumliefhebbers: ze speelt het ritme van Sympathy for the Devil.

Alles wat je ziet en hoort balanceert op de rand van veel. Is hier een maffe wetenschapper of een erudiete kunstenaar aan het woord? Een literair schrijver of een essayist? Een tovenaar, een antropoloog, een cartograaf, een musicus, een choreograaf?

Al die vragen, al die scheidslijnen tussen de disciplines moet je op deze tentoonstelling overboord zetten. Alleen dan ontstaat het effect dat Koester beoogt: alle poorten van de verbeelding gaan open. Bewust en onbewust grijpen in elkaar, realiteit en fictie gaan een fascinerend hinkelspel met elkaar aan. Dat spel gaat over inspiratie en hard onderzoek, over toeval en wetmatigheid, en over nooit voor vanzelfsprekend aannemen wat vanzelfsprekend lijkt.

De samenstellers zeggen dat Koester „langs de grenzen van het onbekende” speurt. En ja, als bezoeker kom je terecht in onbekende streken. Mèt hem maak je onze eigen versie van de pelgrimage die de negentiende-eeuwse Engelse opiumeter Thomas de Quincey maakte naar de grote Duitse filosoof Immanuel Kant in Kaliningrad (toen nog Königsberg). We weten dat Kant veel over het ding an sich schreef maar over zichzelf persoonlijk bar weinig losliet. Toch ontstaat er door de foto’s van Koester aan de muur, de kaart van Kaliningrad in de vitrine en niet in de laatste plaats door de teksten van Koester een indruk van grote nabijheid. Alsof je naast Kant zit en hem in slaap ziet vallen boven de kaars op zijn schrijftafel.

Zo zijn er meer voorbeelden. Waar Koesters interesses hem ook brengen, ieder onderzoek leidt tot een werk dat iets nieuws toevoegt aan wat al bestaat, zelfs als dat nog niet bestaat. Koester doet daarom veel meer dan speuren langs de grenzen van het onbekende. Hij probeert het onbekende te vatten. Hij geeft invulling aan de lege plekken van onze beschaving – en of ze nu bestaan hebben of niet, dat doet er dan uiteindelijk helemaal niet meer toe.