Is het nog opera?

Sunken Garden is de nieuwe opera van Michel van der Aa op libretto van David Mitchell (Cloud Atlas). De combinatie van 3D-film met live muziektheater wordt ‘supersexy’. „Zozeer dat ik soms wil schreeuwen: het gaat om het libretto en de muziek!”

Componist Michel van der Aa met op het scherm naast hem een poster van zijn‘opera noir’ Sunken Garden. Foto Bram Budel

Op de eerste verdieping oogt het rijtjeshuis van componist Michel van der Aa als een gewoon gezinshuis. Houten treinbaan op de grond, deuren met kindernamen in clownsletters, actief espressoapparaat. Op de derde verdieping bevindt zich Van der Aa’s professioneel geoutilleerde componeerstudio. Twee klavieren staan er naast een keur aan beeldschermen – van klein naar enorm. In contrast daarmee werkt het ouderwetse muziekpapier waarop met potlood nootjes staan gekrabbeld vervreemdend. Alsof je J.S. Bach door de Mediamarkt ziet struinen. Van der Aa lacht. „En toch begint het componeren nog steeds meestal zo: achter de piano. Denken, spelen, wat werkt, wat niet.”

Van der Aa (1970) is de meest succesvolle Nederlandse componist na en naast Louis Andriessen (1930), overigens ook zijn oud-leermeester. Hij ontving talrijke prijzen voor zijn inventieve en vaak multimediale oeuvre, waaronder recentelijk nog de Grawemeyer Award (78.000 euro) voor zijn celloconcert/filmopera Up-Close. Maar het meest sprekende voorbeeld vormt misschien wel de speellijst van zijn nieuwe opera Sunken Garden. De inkt is nog niet droog en – nerveuze grinnik – „er moeten zelfs nog vijftien minuten muziek echt gecomponeerd worden”.

Maar de zegetocht van Sunken Garden langs internationale operahuizen is op papier al begonnen: de première is in april bij de English National Opera, daarna volgt een reprise in het Holland Festival en voor daarna staan nog voorstellingsreeksen gepland aan het Toronto Luminato Festival en de Opera de Lyon. Voor een nieuwe opera zijn vier voorstellingsreeksen luxueus, maar voor het kostbare Sunken Garden is een dergelijk internationaal samenwerkingsverband noodzakelijk. „Omdat de opera deels in 3D is gefilmd, werken er ontzettend veel mensen aan mee”, zegt Van der Aa. „Vroeger rukte ik uit met een team van vier man, nu waren het er twintig. We hebben onder meer een week gedraaid in een tropische kas in Cornwall. Na die week voelde ik me zeven jaar ouder.”

Eeuwig zweven

Van der Aa’s vorige grote opera After Life opende in 2006 het Holland Festival. In die opera liepen film en live zang door elkaar heen; de personages mochten het mooiste moment van hun leven kiezen om daarin eeuwig te blijven zweven.

„Na After Life heb ik lang gedacht over een volgend muziektheatraal project. Met welke schrijver zou ik kunnen samenwerken? Ik heb veel omwegen in mijn hoofd gemaakt voordat ik Cloud Atlas van David Mitchell las. Dat boek gaf me in zijn gigantische veelvormigheid meteen een sterk ‘muzikaal’ gevoel.”

Op zijn mailtje aan Mitchell kreeg Van der Aa tot zijn verbijstering direct antwoord; Mitchell had After Life zelfs gezien. „Ongelooflijk.” Minder gunstig was dat Mitchell al bezig bleek met een andere Nederlandse componist; voor Klaas de Vries werkte hij aan Wake, een opera over de vuurwerkramp. „Twee jaar later hadden we opnieuw contact. Toen hebben we een hele dag in een café gebrainstormd en in feite de hele opera in contouren geschetst en doorgepraat. We vonden elkaar in een hang naar het duistere.”

Mitchells libretto is een intrigerende pageturner; kruising tussen detective, fantasy en horrorstory – maar dan met humor en een aan Cloud Atlas verwante, mozaïekachtige opzet en occulte thematiek. Heel in het kort: er verdwijnen mensen. Via een documentairemaker en gevonden footage leren we gaandeweg hun voorgeschiedenissen kennen en ontdekken wat er met ze is gebeurd.

„Een soort droste-effect; je wordt steeds dieper in het verhaal gezogen”, zegt Van der Aa. De mozaïekachtige opzet biedt hem ook de mogelijkheid om brede middelen in te zetten. „Ik heb me maximale vrijheid in mijn muzikale taal toegestaan – van abstract tot pop en alles wat ertussen zit.”

Blauw neonlicht

Op het grote beeldscherm toont hij wat ruw materiaal. Auto’s razen over een weg. Onder het viaduct zit een deur, van waarachter blauw neonlicht opgloort. Dáár, zo leren we, ligt de toegang naar de geheime tuin waarin alle verdwenen personages – instabiele types, allen – als „levende batterijen” het eeuwige leven verschaffen aan één vrouw.

„De overgang van 2D naar 3D zit in feite in het DNA van Mitchells libretto”, zegt Van der Aa. „Dat heeft ook drie dimensies. De eerste laag is het verhaal; een whodunnit eigenlijk. De tweede laag is het occulte: een vrouw die zich het eeuwige leven verschaft door labiele mensen leeg te zuigen. De derde laag is het maken van een film. We zien de documentairemaker Toby aan het werk; hij begint in 2D, maar wil steeds meer. Eerst HD, dan 3D, steeds beter en groter. Waar Toby in de tuin al filmend op 3D overgaat, gaat de opera dat óók. Daar moeten de bezoekers hun 3D-brilletje opzetten. Die overgang werkt heel goed, omdat het 3D-effect de occulte dimensie van de tuin versterkt.”

Als ‘opera noir’ is Sunken Garden ‘vintage’ Van der Aa, vol thematische en muzikale lijnen naar eerdere werken. Isolement, onmacht, het symboolzwangere beeld/geluid van een brekende tak, de impact van traumata op ons dagelijks leven, omgaan met verlies, wanen en mysterie – Sunken Garden is tegelijkertijd het vervolg op en de overtreffende trap van Van der Aa’s eerdere muziektheatrale werken als One, The Book of Disquiet, After Life en Up-Close.

„Die zwaarte, die slagschaduw zit in mijzelf”, erkent hij. „De frisse, hippe jonge componist, dat is buitenkant. Ik vergeet nooit het beeld van de première van One. Mijn moeder, die voor me zat en zich met grote ogen omdraaide. Ik vrees dat ze straks ook weer hoofdschuddend de zaal zal uitlopen.”

De geur van kindernekjes

Van der Aa lacht en toont nog maar een fragment. Personage Simon dwaalt door een gang en bezingt het levenseinde van zijn dochtertje Emily. De deur van haar kamertje is identiek aan die van Van der Aa’s eigen kinderen: zelfde witte lak, zelfde clownsletters. Een kinderdeur als miljoenen andere. Terwijl de man bij de deur probeert te komen en zingt over de bedwelmende geur van warme kindernekjes, belemmeren ijzeren staketsels in 3D hem de weg.

De realistische, ‘documentair’ gefilmde scène krijgt in combinatie met de toch al extreem emotionerende muziek en tekst, een ondraaglijke slagkracht. Hoe moet het publiek dat straks verwerken? „Dit is ook wel de heftigste scène”, zegt Van der Aa, die zelf ook een beetje aangeslagen kijkt. „Gaat de emotie te ver? Dat was een afweging. Maar deze opera is film; een belangrijk deel van het verhaal wordt verteld en gezongen op film. Of het dan nog ‘opera’ is, is een vraag. Ik hoop vurig dat het werkt, maar ik geloof er ook heilig in. De techniek is vernieuwend, maar dienstbaar aan het verhaal en de muziek.”

‘Sunken Garden’ is te zien in het Holland Festival, 3, 4, 6, 7, 8, 9 juni. Inl: www.dno.nl. Wereldpremière op 12 april 2013 bij de English National Opera, Londen.

    • Mischa Spel