In Afrika land je tussen de leeuwen

Luchthavens in Afrika groeien, vooral door de toename van kleine toestellen die vliegen op afgelegen streken. Wilson Airport ligt in het hart van dat netwerk.

De vertrekhal lijkt op een clubhuis, maar het is een van de drukste luchthavens van Afrika. Wilson Airport in Nairobi ademt nog de sfeer van het avontuurlijke Afrika, waar piloten tussen leeuwen landen en niet kunnen opstijgen omdat een hyena de band heeft lek gebeten. Na de start scheren de kleine en vaak antieke vliegtuigjes nog steeds over de hoofden van giraffen in het nabijgelegen Nairobi Nationale Park.

Luchthavens in Afrika barsten uit hun voegen en moeten vrijwel jaarlijks worden uitgebreid voor de verwerking van het toegenomen luchtverkeer. Een groot deel van het vliegverkeer betreft kleine toestellen met een tiental stoelen naar afgelegen streken. Het vliegtuigje landt op een onverharde baan en parkeert bij een vertrekhal die niet meer is dan de schaduw van een acaciaboom. Wilson Airport ligt in het hart van dat netwerk van kleine toestellen.

Bij de vertrekhal probeert een toestel met als bestemming een gehucht in Zuid-Soedan te parkeren naast een oude Dakota DC-3. Het is zwaar bepakt met blikken bakolie en de piloot vraagt het handjevol passagiers zijn toestel te helpen duwen naar de voor hem gereserveerde plaats. Iets verderop staan hulpvluchten klaar voor vertrek naar Somalië en Oost-Congo. Een paar toeristen stappen in de Dakota op weg naar het beroemde wildpark Maasai Mara. Bij een hangaar laden Somaliërs juten zakken met mirra (een soort khat) in een van de vele toestelletjes die dagelijks de milde drug naar Noord-Kenia en Somalië vervoeren – een handel waarin jaarlijks 150 miljoen dollar omgaat.

Wilson Airport lag vroeger buiten Nairobi, nu vlakbij het centrum van de Keniase hoofdstad. Aan het einde van de jaren twintig groeide Nairobi snel en de rijken onder de blanke kolonialen gingen met gammele vliegtuigjes het binnenland in voor jachtsafari’s. De komst in 1931 van een toestel van Imperial Airways uit Kairo luidde het begin in van een bloeiende luchtvaartindustrie. Het vliegtuig vloog met een ontzagwekkende snelheid van 100 kilometer per uur. Om bij te tanken werden in de meest afgelegen gebieden landingsbanen aangelegd, een infrastructuur waar nog steeds gebruik van wordt gemaakt door een medische organisatie als de Flying Doctors, of politici die in verkiezingstijd met een helikopter hun kiesdistrict bezoeken.

Wilson Airport groeide uit tot hét regionale kruispunt van kleine toestellen. Net als de ver buiten de stad gelegen luchthaven Jomo Kenyatta is uitgegroeid tot de draaischijf voor grote toestellen binnen Afrika en naar Azië en het Midden-Oosten. Maar die luchthaven mist de charme uit het tijdperk van de pioniers in de Afrikaanse luchtvaart.