De kwallenplaag blijft nooit hangen

De kwallencyclus duurt ongeveer twintig jaar. Een blijvende kwallenexplosie is er niet. Behalve in Japan. Daar blijft de reuzenkwal toenemen.

Kwallen en kwalachtigen kunnen plots uitbreken, zoals deze manteldiertjes voor de kust van Nieuw-Zeeland. Foto Seacology

Kwallen nemen de oceanen toch niet over, wat sommige wetenschappers eerder vreesden. De kwallenstand blijkt met een regelmaat van twintig jaar te schommelen. De alarmerende toename die tot de piek van 2004 werd waargenomen, is inmiddels weer ingezakt.

Dat schreven kwallenkenners van de Global Jellyfish Group onder leiding van de Amerikaan Robert Condon op oudjaarsdag in het wetenschappelijke tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences.

Dezelfde groep onderzoekers zette in een publicatie van vorig jaar al vraagtekens bij het populaire idee dat kwallen de wereldzeeën veroveren. Dat beeld is vooral in de media ontstaan, schreven zij toen, die gretig berichten over uitbraken van kwallen die zwemmers lastigvallen, vissenkwekerijen vernietigen of kernreactors stilleggen omdat ze de koelwatertoevoer te blokkeren.

Maar ook in de wetenschap kreeg de kwal steeds vaker de naam van plaagdier. Begin jaren ’90 sloegen zeebiologen bijvoorbeeld alarm toen zij de Amerikaanse langlob-ribkwal (Mnemiopsis leidyi) in groten getale aantroffen in de Zwarte Zee. In 2006 dook deze invasieve kwallensoort ook in de Waddenzee en in Zeeuwse wateren op. Op sommige plekken vingen biologen een ribkwalletje in elke liter zeewater.

Er kwamen uiteenlopende hypothesen om de kwallenplagen te verklaren. De mens zou de wereldwijde toename van kwallen zélf veroorzaakt hebben, omdat de dieren gedijen in leeggeviste, troebele en vervuilde wateren. Een kwallenexplosie in de Beringzee werd aan de opwarming van het zeewater toegeschreven.

Verklaringen genoeg, maar ze zijn zelden getoetst. Er zijn maar een handvol plekken op de wereld waar de kwallenstand langdurig is bijgehouden. Aan de zuidkust van Frankrijk werd tussen 1885 en 1986 bijvoorbeeld het voorkomen van kwallenbloeien geregistreerd, en tussen 1977 en 1992 werden de kwallen die vast kwamen te zitten in de watertoevoer van een krachtcentrale bij de Theems geteld en gewogen. De onderzoekers van het kwallenconsortium besloten daarom de resultaten van 37 van deze meerjarige studies te bundelen.

Uit deze gegevens bleek onverwachts dat de hoeveelheid kwallen wereldwijd met regelmaat groeit en krimpt. Deze kwallencyclus duurt grofweg 20 jaar. In 1951, 1971 en 1993 bereikte de kwallenstand een dieptepunt, om in 1957 en 1985 en 2004 weer te pieken.

De waargenomen opkomst van kwallen in de jaren ’90 was waarschijnlijk onderdeel van deze natuurlijke schommeling. In de Zwarte Zee stortte de ribkwalpopulatie eind jaren ’90 weer in en ook in de Beringzee zijn de kwallen weer op hun retour.

Alleen in Japan vonden de onderzoekers bewijs dat het aantal kwallenbloeien structureel is toegenomen. Het gaat om de opvallende reuzenkwal Nemopilema nomurai, die een maximale diameter van twee meter kan bereiken. Sommige exemplaren wegen 200 kilo, ‘zwaarder dan een sumoworstelaar.’ In het verleden vond er elke veertig jaar een uitbraak van nomurai-kwallen plaats, nu gebeurt dat bijna jaarlijks.

Condon en collega’s vonden geen bewijs dat de hoeveelheid kwallen tussen 1874 en 2011 sterk is toegenomen. Wel was het kwallenminimum 1993 minder diep dan die van 1971. De onderzoekers willen het volgende kwallenminimum afwachten, om te zien of de toename in kwallen structureel is of dat het om een afwijking in de natuurlijke cyclus gaat.

Het viel Condon op dat de kwallentoename tussen 1971 en 1985 niet werd opgemerkt in de wetenschappelijke literatuur, maar de groei tussen 1993 en 2004 wel. Er zijn nu meer zeebiologen die de oceanen beter bemonsteren en observeren dan in de jaren ’70.

Kwallenplagen zijn dus van alle tijden. De vraag wordt nu wat de mondiale cyclus van kwallenkrimp en -groei aandrijft, schrijven Condon en collega’s. Wellicht volgen kwallen de schommelingen in het klimaat, de samenstelling van de atmosfeer of de zonnevlekcyclus, opperen zij.

De onderzoekers hopen dat hun inzichten uiteindelijk leiden tot een waarschuwingssysteem voor kwallenplagen.