Chinese massage

Ondanks mijn wonderschone en peperdure bureaustoel werk ik het liefste in bed, in een houding die nog het meest doet denken aan een opgegraven veenlijk (zo’n kromgegroeid takkenbosvrouwtje waarvan naderhand blijkt dat ze pas veertien jaar was en in de bloei van haar leven). Om weer eens al mijn ruggenwervels op hun originele plek te krijgen, besluit ik een massage te nemen.

In mijn buurt bevinden zich een heleboel Chinese massagesalons en op goed geluk stap ik er een binnen. In de kleine ruimte staan twee jonge vrouwen die me allebei roerloos aankijken, alsof ze midden in een handeling zijn gestopt met bewegen. Ze dragen korte, glimmende jurkjes die je op de markt kan kopen, de een felrood met inkepingen op de zij en aan de ander bungelen zilveren kettinkjes.

Op dat moment registreer ik de geur: geen dennenparfum of rustgevende wierook, maar ziltig en muf. Als ik opzij kijk, zie ik een gootsteen waar een emmer in staat die voor de helft gevuld is met dode krabben. Er ligt een aardappelmesje naast en een halfopen krab: lunch. Uiteraard is er een aanzienlijk deel van mij dat denkt: gemasseerd worden met krabhanden – weet je, ik kijk wel even verder. Maar de blik van de meisjes is zo vragend dat het voelt alsof ik me moet verdedigen dat ik hier zomaar ben binnen gelopen, en uiteindelijk stamel ik: „Massage?”

Het meisje in de rode jurk knikt emotieloos en gebaart dat ik door moet lopen naar achteren, waar ik in een donker kamertje mijn kleren uittrek. Als ik ga liggen, ben ik vooral bezig met de krab: zou ze haar handen wassen? Zou ik straks ruiken naar de Noordzee op een bewolkte oktoberdag? Maar als het meisje de kamer inloopt en zonder iets te zeggen begint met masseren, ben ik al snel met hele andere dingen bezig – met de beestachtige marteling die zonder enig mededogen op mij losgelaten wordt, voornamelijk.

De massagetechniek van het meisje lijkt vooral neer te komen op: haar venijnige handjes om mijn gevoelige spieren zetten en zo hard mogelijk knijpen, waarna ze aan mijn huid gaat hangen alsof het los moet scheuren van mijn lijf en zij er een kittige handtas van kan maken. Enigszins wanhopig probeer ik mezelf ervan te overtuigen dat dit gewoon een massagetechniek is, eentje uit de vroegere Mingdynastie, dat het juist goed is om alles even los te schudden – maar die andere stem blijft sterker, de stem die zich afvraagt waarom iemand met zo’n duidelijke afkeer van het menselijke ras in godsnaam als professioneel masseur mag werken.

En dan herinner ik me iets – het meisje is ondertussen hardop aan het telefoneren terwijl haar ene elleboog ritmisch in mijn ruggengraat beukt – iets over Chinese massagesalons als dekmantels voor bordelen. Dat is het. Ik word gemasseerd door iemand die alleen het happy ending-gedeelte kent. Door een willekeurig iemand eigenlijk, alsof ik heb gevraagd of de caissière van Albert Heijn me in het magazijn drie kwartier over mijn rug wil wrijven. Nu ik weet dat er iemand op me zit die alleen maar mijn nek aan het bewerken is omdat ze me nou eenmaal niet kon weigeren, voelt het nog onwerkelijker – maar toch blijf ik de volle tijd liggen, gepijnigd, terwijl ik nadenk over haar vreemde baan en me afvraag of de mannen die hier komen een iets mildere behandeling krijgen.