Als realist kom je verder met de EU

Critici van de EU als Thierry Baudet voorzien het einde van de Unie. Zo bang hoeven we niet te zijn. Uit de onderhandelingen komt een versterkt Europa, denkt Adriaan Schout.

Oskar Matzerath is de alwetende kinderlijke verteller in Die Blechtrommel, het meesterwerk van Günter Grass. Oskar besluit op driejarige leeftijd niet meer te groeien en vermijdt de verantwoordelijkheden die bij volwassenheid horen. De wereld van volwassenen is vreselijk en zonder uitweg. Zelfs leugenachtige volwassenen hebben geen invloed op de rampzalige ontwikkelingen. Als observerend kind ziet hij de vreselijkste dingen gebeuren in Europa. Terwijl Europa zich in het verderf stort, houdt hij het liever bij trommelen.

Baudet is een erudiet en welbespraakt criticus van Europese integratie. Volgens hem leidt de eenwording onherroepelijk tot een Europese superstaat die niet kan werken. Nederland en andere landen lossen er in op omdat besluiten genomen worden op een niveau waar burgers geen vat op hebben. In zijn visie is een federaal Europa met één munt, Europese belastingen, en Europese eenheidsregelgeving onvermijdelijk. Het gevolg is een gigantische kloof tussen de federale toekomst en draagvlak. Met een gewelddadige explosie – Kladderadatsch – of met een zachte dood, maar de EU zal volgens Baudet sterven. Als kinderen zonder invloed kijken wij toe hoe wij door volwassenen met leugens een federaal Europa worden ‘ingerommeld’.

Nu werken de Europese leiders aan blauwdrukken om Europese integratie veel verder te tillen en staat federalisme openlijk op de agenda. Deze ontwikkeling lijkt Baudet gelijk te geven. De voorstellen van Europese ‘Presidenten’ zoals Commissievoorzitter Barroso en de voorzitter van de Europese regeringsleiders, Van Rompuy, gaan richting een utopische Europese regering onder het politieke toezicht van het onbeminde Europese Parlement. De plannen bewijzen nog wel lippendienst aan nationale parlementen, maar de koers is duidelijk. Er worden economische contracten en Europese belastingen in het vooruitzicht gesteld die onmogelijk kunnen werken omdat nationale parlementen en regeringen hun beleidsvrijheid zullen bewaken en zullen blijven tellen hoeveel geld zij in de EU stoppen en hoeveel zij er uit halen.

Binnen de eurozone is het verschil tussen concurrentiekracht tussen Noord en Zuid eerder toe- dan afgenomen zodat de kans groot is dat de EU vervalt tot een verslavende overdrachtsunie. Zeker gezien de publieke weerstand tegen een dergelijk federaal Europa is het onbegrijpelijk dat de ‘Presidenten’ met dit soort vergezichten durven te komen. Op zijn minst liggen veto’s in het vooruitzicht zoals in 2005 tegen de even risicovolle ‘Europese grondwet’. Ook zijn ergere scenario’s denkbaar, bijvoorbeeld dat landen uit de EU willen stappen of eruit willen stappen maar niet kunnen, of dat extreem rechts wint in landen, etc.

Hun over-optimistische woordgebruik is inderdaad bedrieglijke grotemensentaal. Met een beroep op Europese solidariteit worden andersdenkenden als egoïstisch weggezet. Ze praten over een banken-‘unie’ omdat de stap naar een politieke ‘unie’ dan klein lijkt. Ondertussen gaat het eigenlijk gewoon over bankenwetgeving. We praten in de EU ook niet over een voedselunie maar over voedselwetgeving. Voorzitters die denken aan ‘unies’ wanen zich vanzelf Europese Presidenten en dromen van Europese belastingen en een volwaardig Europees Parlement.

Toch besluit Oskar Matzerath op te groeien. Oskar realiseert zich dat volwassenen niet alleen geniepig zijn maar ook complexe besluiten kunnen nemen in de hoop althans het beste te doen. Wij weten dat Duitsland niet alleen het land van de verschrikkingen uit Die Blechtrommel is. Duitsland is ook het land geworden met een waardevolle plek op het wereldtoneel. Alleen onheilsprofeten zien onvermijdelijke afgronden.

Deze stap naar groei durft Baudet niet te maken. Oskar ziet dat het geen zin heeft om stil te staan, en dat besluiten en ontwikkelingen ook tot inzichten leiden. De stoute plannen van Van Rompuy en Barroso zijn niet het einde maar tussenstappen. De EU is een noodzakelijk vehikel om problemen op te lossen – en daar is ze erg goed in. Bankenregulering hoeft echt niet tot (federale) ondergang te leiden maar zal eerder bijzonder goed uitpakken.

En zo slecht zijn Van Rompuy c.s. ook niet, hoewel het wel onhandig is dat ze de schijn wekken de crisis te misbruiken om burgers een federaal Europa door de strot te duwen. Hun vergezichten bieden voorstellen waarvan vooral de meer praktische eerste maatregelen urgent zijn. Zoals ze zelf aangeven, moet nog jaren worden getwist.

Het parcours van de onderhandelingen is onvoorspelbaar maar eenduidige federalisme wordt het niet. De regeringen gaan dit uitvechten, niet op de Europese slagvelden maar rond de onderhandelingstafels. Rutte II, anders dan Rutte I, wil graag ‘positief meedenken’ maar zal in werkelijkheid keihard moeten vechten en vuile handen durven te maken. Al ruziënd komen volwassen mensen en landen tot complexe beslissingen die onvermijdelijkheden kunnen voorkomen.

We hoeven niet bang te zijn om mee te zoeken naar Europese oplossingen. Er zijn ook alternatieven voor de plannen van de Europese ‘Presidenten’ en die zullen zeker gevonden worden. Nederland moet deze helpen uitdenken en uitventen, en zo de volwassenheid van het Europese betoog versterken. Ondertussen is het noodzakelijk dat Baudet zijn trommel roffelt, maar we hoeven niet bang te zijn om mee te groeien.

Adriaan Schout is hoofd EU-studies van het Instituut Clingendael.