Wat doet die man hier eigenlijk?

Wekelijks doet Japke-d. Bouma verslag van haar ontmoetingen met allerlei typen collega’s. Deze week: de collega van wie niemand precies weet wat hij doet.

Hij gaat nergens over. Als je hem mailt, antwoordt hij dat het zijn terrein niet is. Zelfs als de secretaresse zegt van wel.

Maar meestal geeft hij helemáál geen antwoord. Hij heeft geen tijd. Hij moet naar een conferentie in San Francisco. Daarna Berlijn, en dáárna gaat hij beginnen met die inventarisatie van hoe alles beter kan, weet je nog. Dan dat andere project, dat brede. Hij knipoogt. Het is nu nog even een niemandsland, zijn portefeuille, het moet nog even uitkristalliseren allemaal. Maar het komt echt goed, uiteindelijk.

Als hij naar je lacht, geloof je hem.

Dit is de collega van wie niemand precies weet wat hij doet. Altijd een hoog salaris, altijd dichtbij de baas, maar zijn functieomschrijving is elke drie maanden anders.

Hij is een talent, hij sprankelt door de gangen. Het bedrijf heeft veel aan hem te danken. Hij kan ook alles, dat weet je. En hij luncht veel buiten de deur, dus zal het wel goed zijn.

Hij heeft ook vijanden. Die zeggen achter zijn rug dat hij niet hard genoeg werkt. En de jongere collega’s morren: wat dóet die gast hier. Maar niemand die het hem recht in zijn gezicht durft te zeggen. Hij zwiert erlangs, hij heeft te veel credit.

Je vindt het leuk om bij hem te zijn. Hij is het middelpunt op borrels. Hij charmeert er iedereen, ook de ongelovigen. Hij maakt ook van die prachtige powerpoints. Met een matrix. We zitten altijd in het kwadrant linksonder, en we moeten – hippe pijl naar boven! – naar rechtsboven. Wat er op de assen staat, is niet belangrijk. Up up up moeten we, en als hij het verkoopt, ga je mee.

Blind.

Hij is grappig. Hij zegt altijd alles zoals je het zelf ook zou zeggen. Hij is zo anders dan de andere leden van het gezag. Hij past overal bij. Hij is origineel genoeg om geloofwaardig te blijven voor de sceptici, en standaard genoeg voor de mensen die zijn salaris aftekenen. Op elk bureau is hij thuis.

Hij kan nog jaren mee, de collega van wie niemand precies weet wat hij doet. Hij kan overal in, overal tussen, overal to the rescue, als het maar niet te lang is. De belofte die hij was, maakt hem onaantastbaar.

Zijn fans zeggen dat we nog van hem gaan horen, wacht maar af. Zijn critici verdenken hem ervan dat hij zo druk is met zijn eigen exit strategie.

Wat hij meestal ook is.

Maar dan komt hij ineens weer met iets moois.

Altijd net op tijd.

    • Japke-d. Bouma