Voorzichtig kruipt de belegger uit zijn schulp

Banken en beleggingsfond- sen etaleren voorzichtig optimisme over de econo- mie. Maar voor politieke wispelturigheid blijven ze bevreesd. „Investeerders letten nu meer op politici dan op centrale bankiers.”

An investor puts his feet onto the back of a chair in front of an electronic board displaying stock information at a brokerage house in Hefei, Anhui province October 26, 2012. Mainland China shares closed at three-week lows on Friday, posting their first weekly slip in four with growth-sensitive sectors leading losses after Chinese media reported that fund managers were pessimistic about the fourth quarter. REUTERS/Stringer (CHINA - Tags: BUSINESS) REUTERS

Wordt 2013 het jaar om in te stappen? Sommige beleggers zullen zeker kriebels voelen. In de vooruitzichten die zakenbanken en investeringsfondsen elk jaar publiceren is er voor het eerst sinds het uitbreken van de crisis bijna vijf jaar geleden optimisme te bespeuren. Dat optimisme is nog (heel) pril. En de banken en fondsen zien nog allerlei – voornamelijk politieke – risico’s. Maar het is er. Heel duidelijk. Bij de meeste partijen.

Hun gezamenlijke advies: koop nú aandelen. En dan met name Europese of Chinese. Laat de staatsobligaties voor wat ze zijn. De tijd om uit de schulp te kruipen, is aangebroken. Maar doe nog wel voorzichtig.

Belangrijkste redenen voor het nieuwe optimisme zijn de macro-economische ontwikkelingen. In China en de Verenigde Staten lijkt er eindelijk weer schot te komen in de economische groei, dankzij een aantrekkende huizenmarkt en een grotere industriële productie.

Europa zal daar, dankzij de export, van mee profiteren, zij het marginaal. „Europa en Nederland zullen weinig groei kennen, maar waarschijnlijk zullen ze wel meeliften met de wereldeconomie”, zegt Valentijn van Nieuwenhuijzen, hoofd strategie bij ING Investment Management.

Europa blijft het zorgenkind van de wereldeconomie, maar er is veel minder bezorgdheid dan een jaar geleden. Door maatregelen van met name de Europese Centrale Bank (ECB) zijn een aantal structurele risico’s in het Europese financiële systeem weggewerkt. Dat schept enig vertrouwen.

„De uitspraak van Mario Draghi (president van de ECB, red.) dat de ECB ‘alles zal doen wat nodig is’ en de daarop volgende aankondiging dat de ECB bereid is om staatsobligaties van landen in nood op te kopen, waren de belangrijkste stappen voor de eurocrisis dit jaar”, zegt Van Nieuwenhuijzen. „Voor het eerst nam de ECB de rol op zich als lender of last resort voor overheden. Het ontbreken daarvan was altijd een weeffout in de eurozone.”

Het rampscenario van een Griekse exit lijkt ook afgewend. Spanje zal volgens iedereen ergens in de loop van dit nieuwe jaar om steun moeten vragen, en die ook krijgen. „De crisis in Europa zal zeker nog een paar keer oplaaien”, voorspelt de Amerikaanse zakenbank Merrill Lynch, „maar het risico dat de eurozone uit elkaar valt, is vermoedelijk voorbij.”

Voor beleggers vormen dat redenen om zich te herbezinnen. Na het uitbreken van de crisis parkeerden zij hun geld in staatsobligaties van veilig geachte landen, zoals Duitsland, de VS en Nederland. De rentes daarop zijn zo laag geworden, dat het nu al moeilijk is om de inflatie te compenseren. Er blijven grote zorgen over de overheidsfinanciën van de Verenigde Staten. Veel beleggers durven nu weer een minder defensieve strategie aan: terug naar de aandelenbeurs. En dus ook: weg van de ‘noordelijke’ obligaties. Dat zou tot een koersval van die papieren kunnen leiden.

„De waarderingen van aandelen zijn aantrekkelijk en het bedrijfsleven is er tijdens de crisis goed in geslaagd om de winstgevendheid op peil te houden door scherpe kostenreducties”, zegt Van Nieuwenhuijzen. Volgens Merrill Lynch zijn aandelen er, in vergelijking met andere beleggingen, „in de afgelopen 25 jaar nog nooit zo gunstig uitgesprongen als nu”.

Bedrijven die de crisis hebben overleefd zijn „gezonder en sterker”. De bank waagt zich aan de voorspelling dat Amerikaanse, Europese en Aziatische beurzen komend jaar winsten gaan boeken van 10 tot 16 procent. De S&P-500-index zou zelfs een nieuw record kunnen bereiken van 1.600 punten.

Europese aandelen zijn nu het aantrekkelijkst, denkt Van Nieuwenhuijzen. „De Europese beurs was enorm afgestraft tijdens de crisis, de beurzen in Amerika waren veel weerbaarder. Nu herstellen de huizenmarkt en de economie in Amerika en dat slaat over op de wereldeconomie. Dat gegeven is dominanter voor het sentiment op de Europese aandelenbeurs dan het feit dat Europa achterblijft wat groei betreft. Dus juist de plekken die het hardst geraakt zijn, zie je nu het hardst terugkomen.”

Beleggers signaleren dat aandelen van veel Europese bedrijven tijdens de crisis waarde hebben verloren enkel vanwege het feit dat ze Europees zijn, niet omdat ze slechter presteerden.

De Franse vermogensbeheerder AXA Investment Managers heeft een voorkeur voor aandelen van opkomende markten. En dan met name van China en India, omdat daar de groeiverwachtingen het hoogst zijn. Die groei is volgens AXA komend jaar voor een belangrijk deel te danken aan de Chinese en Indiase consumenten zelf. Hun inkomens groeien gestaag en dus hebben zij meer te besteden. De industrie, de export, blijft de belangrijkste aanjager van de economieën. Maar de consument wordt een steeds belangrijkere tweede motor. China en in mindere mate India evolueren langzaam maar zeker van industrie-economieën naar consumptie-economieën, aldus AXA.

Veel van de analisten raden met name dividendaandelen aan; aandelen van bedrijven met een bewezen staat van dienst ten aanzien van dividenduitkeringen. Shell dus, in Nederland. Met andere aandelen moet men voorzichtiger zijn. Ondanks het nieuwe optimisme zeggen veel analisten dan ook dat ze een deel van hun staatsobligaties nog wel even zullen aanhouden.

Eén bank, Goldman Sachs, adviseert zelfs een gok te nemen met staatsobligaties; Spaanse vijfjarige obligaties wel te verstaan. De redenering is: bij een onvermijdelijke hulpactie voor Spanje zal de ECB Spaanse staatsobligaties opkopen. Daardoor zullen die obligaties in waarde stijgen. Bovendien zal de rente nog steeds hoger zijn dan in andere landen.

Goldman waarschuwt wel dat deze investering „niet voor watjes” is. De mogelijkheid bestaat dat Spanje pas steun aanvraagt als het land daar door de financiële markten toe gedwongen wordt, waardoor het schatkistpapier eerst fors in waarde zal dalen. Het besluit is aan de regering-Rajoy.

De afhankelijkheid van politici – binnen Europa en daarbuiten – is de meest genoemde onzekerheid voor 2013. Politieke factoren krijgen een steeds belangrijkere plek in de voorspellingen; niet alleen harde economische cijfers tellen. Hoe gaat het nu verder met de onderhandelingen over de Amerikaanse begroting? Zal de nieuwe Chinese leiding de binnenlandse consumptie weten te stimuleren?

Het frustreert beleggers dat ze geen vat op de politiek kunnen krijgen. Hoofdeconoom Keith Wade van het Londense beleggingshuis Schroders: „De politiek heeft Europa naar de rand van de afgrond gebracht. Investeerders letten nu meer op politici dan op centrale bankiers. Dat maakt alles onvoorspelbaar.”

De belangrijkste gebeurtenissen in Europa zijn vooralsnog de Italiaanse verkiezingen in februari en vooral de Duitse verkiezingen in september. Een terugkeer van oud-premier Silvio Berlusconi – hoe onwaarschijnlijk wellicht ook – wordt gezien als een ramp voor de houdbaarheid van de Italiaanse overheidsfinanciën. En een crisis in Italië kan weer overslaan op Spanje.

„Duitsland kan in elk geval tot de verkiezingen geen situatie gebruiken waarin Griekenland uit de euro wordt gezet en de hele boel uit elkaar valt”, zegt Patrick Dunnewolt van obligatiebelegger Pimco.

Het sentiment in de eurozone werkt volgens Dunnewolt als volgt: „We geven wat meer geld aan de Grieken, we zorgen ervoor dat de rente iets lager wordt, dat we de looptijd van hun schuld iets verlengen, tot aan de verkiezingen in Duitsland. Dat is allemaal politiek.” Griekenland zal in 2020 zijn staatsschuld niet hebben teruggebracht naar 120 procent van het bruto binnenlands product. „Dat is alleen afgesproken om iets op papier te hebben.”

De grootste angst van beleggers is de onvoorziene politieke gebeurtenis. Wie weet, bijvoorbeeld, of de ultralinkse Griekse oppositiepartij Syriza, die afgelopen zomer bijna de verkiezingen had gewonnen, opnieuw verkiezingen kan uitlokken? Of er in Griekenland „een revolutie of zo” komt, dat is niet te voorspellen, zegt Dunnewolt. „Wij hebben mensen in Griekenland om de politieke partijen heel nauwlettend in de gaten te houden.”

Waarschijnlijk zullen de meeste beleggers vanwege deze politieke risico’s het advies van Goldman Sachs naast zich neerleggen, en niet investeren in obligaties van de Europese perifere landen. Van Nieuwenhuijzen van ING: „Je kunt nu wat extra rendement halen als je belegt in Italië of Spanje – maar als het misgaat, is de schade voor je reputatie of misschien zelfs je baan veel groter.” Ondanks het nieuwe optimisme blijft voorzichtigheid dus troef.

    • Chris Hensen
    • Hanneke Chin-A-Fo