Tweede kansen

Abraham Lincoln, die dankzij Steven Spielberg ineens aan een revival bezig is, begon er ooit mee. Of liever zijn zoontje, dat zijn vader vroeg om een presidentieel pardon voor de kalkoen die bestemd was voor de kerstmaaltijd in huize Lincoln. De kalkoen had immers net zo veel recht op leven als ieder ander wezen, vond

Abraham Lincoln, die dankzij Steven Spielberg ineens aan een revival bezig is, begon er ooit mee. Of liever zijn zoontje, dat zijn vader vroeg om een presidentieel pardon voor de kalkoen die bestemd was voor de kerstmaaltijd in huize Lincoln. De kalkoen had immers net zo veel recht op leven als ieder ander wezen, vond het jongetje. Zo begon een traditie die loopt tot en met president Obama. Ook hij heeft dit jaar met Thanksgiving weer twee grote witte kalkoenen, Cobbler en Gobbler, het leven geschonken. Zij zullen de rest van hun dagen slijten op een landgoed bij Washington. Dat dit geen garantie biedt op een langdurig leven, blijkt uit de dood – door euthanasie – van een van de vorig jaar gepardonneerde kalkoenen.

Wij mensen domineren het genoom van andere soorten

Een geliefde, maar ook troebele traditie. Want het genereuze gebaar tegenover Cobbler en Gobbler verhult dat er per jaar alleen al in de VS tientallen miljoenen kalkoenen en ander gevogelte worden geslacht. En trouwens, hoezo een pardon? Die twee arme kalkoenen zijn toch geen criminelen waarvan de misdaden moeten worden kwijtgescholden, noch wezens belast met een erfzonde? Is de kalkoen niet juist per definitie onschuldig en zijn wij mensen de schuldigen?

Recht op leven, onschuld en pardon – de projectie van menselijke waarden op dieren is niet alleen iets van nu. En toch, vandaag de dag, en speciaal na december, lijkt geen voedseldilemma groter dan onze vleesconsumptie. In de kalkoen en al die andere dieren – de zalmen en de kreeften, de herten en de biggetjes – die bestemd waren als ingrediënt in onze overvloedige feestmaaltijden, balt zich het ongemak samen. Aan de ene kant stonden er weer lange rijen voor de slagers en visboeren, en zijn de ‘eerlijke’, ‘ambachtelijke’ slagers in opkomst. Vlees, mits het aangezicht van bloed en dode dieren ons bespaard blijft, geniet een nieuwe populariteit. Maar aan de andere kant verwoorden steeds meer mensen hun afkeer van de manier waarop wij dieren gebruiken in de grootschalige bio-industrie.

In de natuur draait het altijd om eten en gegeten worden. Mensen doen in die zin niets anders dan andere organismen. Toch is met de mondiale handel in veevoer, vlees en vis een nieuwe dimensie ontstaan, al is niet precies duidelijk wat die inhoudt. Iets is er aan het verschuiven in de vanzelfsprekendheid van ongelimiteerd vlees. Wat we technisch kunnen, is misschien niet wat we op den duur moeten willen.

Zoals Obama zei toen hij Cobbler en Gobbler vrijliet: life is all about second chances. Voor mensen mag dat soms waar zijn, en zeker voor een net herkozen Obama, maar in het grotere historische perspectief gaat het niet om tweede kansen, maar om evolutie en aanpassing in het licht van veranderde doelen. Dieren, althans de warmbloedige dieren die ons tot voedsel dienen, krijgen langzamerhand een andere plaats in de evolutie. Het meest gehanteerde argument voor een andere benadering tegenover dieren is dat van respect, mededogen en dierenwelzijn. Zorg voor dieren is een teken van beschaving en daar worden wij zelf beter van. We kunnen de evolutie niet ontdoen, maar we kunnen wel de manier waarop we dieren behandelen een tweede kans geven.

Morele argumenten zijn echter niet de enige reden om opnieuw na te denken over hoe wij vlees, of ruimer, dierlijke eiwitten produceren. Doordat wij zo zeer ingrijpen in de eigenschappen van dieren – hun uiterlijk, groei en productiviteit– beïnvloeden wij op een ongekende manier hun evolutie en die van alle andere organismen, zoals parasieten, vogels of virussen die bij landbouwhuisdieren betrokken zijn. Nooit eerder heeft een soort op een dergelijke schaal het genoom van andere soorten gedomineerd. Je zou dan ook kunnen zeggen dat wij van concurrerende medesoort op aarde verantwoordelijken zijn geworden voor een deel van de loop van de evolutie. Dat argument is nog sterker als je de indirecte invloed erbij telt, via ontbossing, uitstoot van chemische stoffen en verstedelijking.

Onze evolutionaire verantwoordelijkheid valt niet zomaar te vertalen in de juiste morele en technologische keuzes. Geen vlees is geen optie, minder vlees is dat alleen voor degenen die al voldoende eten. Dierlijke eiwitten zijn de komende eeuwen niet goed weg te denken uit het menselijke dieet, al zullen plantenetende vissen, algen en insecten deels de plaats van kippen en varkens overnemen. Hoewel voor vis ook overwegingen van dierenwelzijn gelden, zouden bacteriën, insecten en algen grotendeels onze huidige malaise wegnemen. Al zal er vast wel iemand opstaan die medelijden bepleit met de massageproduceerde meelworm. Maar wie weet ziet de toekomstige evolutie, gestuurd door menselijke verantwoordelijkheid, er heel anders uit. Stel dat vlees geproduceerd kan worden uit dieren die er niet uitzien als herkenbare en aaibare beesten, direct in de fabriek, uit organismen die zonder kop, dus zonder bewustzijn en lijden, zijn geëvolueerd dankzij menselijke selectie, of uit spierweefsel dat machinaal geoogst wordt. Zouden onze waarden zo evolueren dat de koploze kalkoen of de levende, buitenlichamelijke spier acceptabel worden?