Kony

‘I promise… I promise.” Je hoort het hem nog zeggen in het filmpje, tegen een slachtoffer van Joseph Kony: hij, Jason Russell, zou die oorlogsmisdadiger gaan pakken vóór het eind van het jaar. Promise.

Het filmpje Kony 2012 trok al in de eerste week honderd miljoen kijkers. Op het hoogtepunt werd er 1.200 keer per minuut ‘#STOPKONY’ getweet. Het werd het Gangnam Style der goede doelen.

Oudejaarsavond verstreek de deadline. Vlak daarvoor twitterde Invisible Children, de organisatie achter de film: „Je weet dat je het gemaakt hebt als Google Zeitgeist je opneemt in hun eindejaarsvideo.”

Oh, dáár ging het ze dus om.

Kony was niet gearresteerd. Er was wel iemand anders opgepakt: Jason Russell zelf, nadat hij naakt, vloekend, masturberend de straat op was gegaan, gek geworden van zijn eigen egomane, megalomane humanisme.

Ook dat werd gefilmd. Ook dat werd een hit.

Soms is leedvermaak gepast.

Maar soms te makkelijk.

Want wie maakte Kony 2012 tot een viral? Van wie kwamen die miljoenen clicks? Van de kaboutertjes? Bono?

Al wie klikte, was medeplichtig.

Het was niet voor het eerst dat wij dachten dat we vanachter onze schermpjes de wereld konden finetunen. Deze zomer was de verjaardag van Occupy – maar er was al niets meer van over. Eerder dit jaar was de verjaardag van de Arabische Lente (de Facebook-revolutie!) – maar die volgen we al lang niet meer. Het is een refrein. Steeds geloven we even in een strovuurtje, steeds blijkt al het getweet niets dan geblaat. Niets bereikt.

„Ja wacht”, zegt men dan, „we changed the conversation”. Maar dat zijn andere woorden voor: ‘veel gelul, nul actie’.

Er was één uitzondering: die keer dat er na een viral daadwerkelijk actie kwam op straat en de mensen massaal op de been kwamen. In Haren.

Als we gniffelen om die geflipte Russell lachen we om ons eigen onvermogen om met woordjes de wereld te veranderen.

Dit was de laatste column van Arjen van Veelen op deze plek. Hij schrijft voortaan elke dinsdag en donderdag een column in NRC Handelsblad. Vanaf volgende week neemt Sywert van Lienden het hier over.

    • Arjen van Veelen