‘In elk verlangen schuilt ook veel geweld’

Provocateur Ulrich Seidl maakte een film over een Oostenrijkse sekstoeriste in Afrika. „Iedereen heeft onvervulde verlangens. Iedereen zit vast in zijn eigen gevangenis.”

Ulrich Seidl Foto Reuters

Aanvankelijk wilde de Oostenrijkse aartsprovocateur Ulrich Seidl (Wenen, 1952) één film maken, maar achter de montagetafel bleken het toch drie films te moeten zijn. Paradies: Liebe, over de Oostenrijkse toerist Teresa (Margarete Tiesel) die seks heeft met jonge Afrikaanse mannen in een vakantieoord in Kenia, ging in première in Cannes. Paradies: Glaube volgt de godsdienstfanaat Anna Maria, ging in première in Venetië en haalde zich daar de woede op de hals van conservatieve Italianen door onder meer een masturbatiescène met een kruisbeeld. En tijdens het komende filmfestival van Berlijn in februari zal het slotdeel van Seidls trilogie volgen met Paradies: Hoffnung, dat zich zal afspelen in een afslankoord voor tieners. Seidl zorgde eerder al voor veel ophef met confronterende films als Import/Export (2007), waarin daadwerkelijk demente bejaarden figureerden en Hundstage (2001), een woeste aanval op de Weense burgerij. Paradies: Liebe komt nu eerst in de Nederlandse bioscoop.

Vindt u het een belangrijke taak van de filmmaker om mensen naar zaken te laten kijken die ze liever niet zouden zien?

„Ja. Mijn films moeten de kijker verstoren. Ik wil dat mensen anders de bioscoop uitkomen dan ze erin gegaan zijn.”

Kan een film dat nog wel? Hebben we intussen niet alle shocks al een keer gehad?

„Een film kan de wereld niet veranderen, dat is duidelijk. Maar je kunt wel door een film mensen bewust maken van bepaalde verschijnselen, als ze daar tenminste voor open staan. Dat is wel moeilijker geworden. Ik laat zaken zien die de toeschouwer liefst zou verdringen. Maar ik vertel ook verhalen waar ik me zelf mee kan vereenzelvigen: verhalen over eenzaamheid, over niet vervulde verlangens. Die hebben we allemaal. Iedereen zit vast in zijn eigen gevangenis.”

Je zou kunnen denken dat Paradies: Liebe over lichamelijke verlangens gaat en Paradies: Glaube over geestelijke, maar beide films gaan over het lichaam.

„Ja, onder meer in scènes van flagellatie en in de masturbatiescène. Glaube gaat over een vrouw die zeer extreem is in haar geloof en zeer eenzaam. Ze ziet Jezus als haar minnaar, zoals er nonnen bestaan in kloosters die een trouwring dragen, omdat ze met Jezus zijn getrouwd. Dat idee heb ik verder doorgevoerd.”

Beide films leiden onvermijdelijk naar de morele, maar ook fysieke onttakeling van de hoofdpersoon.

„In menselijke betrekkingen speelt geweld altijd een rol, zeker ook bij seksualiteit. Er zijn altijd daders en slachtoffers. Alleen lopen in mijn films die rollen door elkaar heen.”

Hoe krijgt u acteurs zover om zich zo bloot te geven?

„Het belangrijkste is dat je elkaar heel goed moet leren kennen en heel veel moet praten. Ik werk nooit met een scenario. Daar praten we dus ook niet over. We praten over het personage. Dat is ook altijd een kruisbestuiving van de acteur zelf en de denkbeeldige figuur. De overgrote meerderheid van acteurs weigert om zo te werken. Ze willen altijd een zekere quasiprofessionele afstand behouden. Bij mij zijn acteurs niet alleen lichamelijk, maar ook emotioneel en psychisch naakt. Ook daarin moet de acteur grenzen overschrijden. Mijn taak is om heel duidelijk te maken wat het doel is van een bepaalde scène. Als ik dat goed doe, is in principe alles mogelijk.”

Teresa in Paradies: Liebe is aanvankelijk een vriendelijke vrouw, maar ze wordt alsmaar wreder door de onbegrensde macht die ze als rijke toerist in Afrika heeft.

„Dat zat van meet af aan in het personage, zoals me dat voor ogen stond. Maar verder probeer ik vooral heel veel dingen uit. Ik ben niet bezig de pagina’s van een scenario te verfilmen. Aan het einde van elke draaidag vraag ik me af: waar zijn we nu? Wat missen we nog? Hoe gaat het verder? Zo ontstaat de film.”

Mogen we lachen om de situaties, hoe mensonterend ze soms ook zijn?

„Ja, graag. Mensen lachen vaak juist omdat ze een situatie pijnlijk vinden. Dat kan een bevrijding zijn. Dat vind ik prima.”

Uw films bevinden zich ergens in het grijze gebied tussen fictie en documentaire.

„Mijn primaire belangstelling was altijd om zo dicht mogelijk bij de werkelijkheid te blijven. Tegelijkertijd wil ik uitdrukking geven aan hoe ik de wereld zie, bijna zoals een fotograaf. Dat zou je het kunstmatige en fictieve in mijn werk kunnen noemen. Tussen die twee polen beweeg ik me.”

Eigenlijk een heel vreemde combinatie: een soort ultrarealisme én heel schilderachtige beelden.

„Dat zijn de twee heel ongelijksoortige elementen. Het zou net zo goed niet kunnen werken, maar het werkt wel. Ik probeer elke shot bijna als een schilderij te maken. Ik wil de volledige controle hebben over alles wat er in het beeld voorkomt. Tegelijkertijd vind ik improvisatie heel spannend en interessant, omdat er dan iets kan ontstaan wat ik niet had voorzien. Dat is bijna altijd beter dan alles wat je van tevoren kunt bedenken en vastleggen.”

Het contrast tussen mooie Afrikaanse lijven en westers overgewicht is schril.

„We denken dat we enorm vrij zijn in het Westen, maar dat zijn we helemaal niet. Deze vrouwen komen in het Westen seksueel niet meer aan bod, omdat ze niet voldoen aan het gefantaseerde schoonheidsideaal. Ze lijden daar enorm onder. Dat is ook een reden dat zulke vrouwen naar Afrika komen en met jonge mannen in zee gaan.”

    • Peter de Bruijn