‘Idealen mogen nooit doorslaan’

Kamerlid Mei Li Vos (PvdA) leerde politieke lessen van het oorlogsepos Sunshine van István Szabó.

„Zijn er echt mensen die één film hebben die hun leven beslissend veranderde? Dat kan toch niet? Elke film die ik zie stapelt zich op en bepaalt mede mijn wereldbeeld. Maar goed, moet ik er toch één uitkiezen dan noem ik Sunshine, een epos over een Joodse familie Sonnenschein in Hongarije met Ralph Fiennes in de hoofdrol. Die zag ik op mijn negenentwintigste en die maakte diepe indruk. Ik snap eigenlijk niet waarom je van die film nooit meer iets verneemt.

Sunshine vertelt de geschiedenis van de twintigste eeuw aan de hand van drie generaties. Het begint met keuterboeren op het Hongaarse platteland. Na de Eerste Wereldoorlog veranderen ze hun naam in Sors om minder Joods te lijken. Tevergeefs, want ze belanden tijdens de Tweede Wereldoorlog alsnog in een concentratiekamp. Als de zoon daar moet toekijken hoe nazi’s zijn vader martelen, bepaalt dat zijn keuze voor het communisme, waar hij zich na de oorlog bij aansluit. Maar ook aan die ideologie kleven foute kanten, zo ontdekt hij.

„Zodra idealen ideologieën worden gaat het mis. Daar had ik tijdens mijn studie al politieke theorieën over gelezen, maar het maakte pas echt indruk door deze film want het verhaal van individuele mensen laat de geschiedenis leven. Zelf was ik als student lid van de Evangelische Kerk, een haast sektarische gemeenschap. Dat leek in eerste instantie heel veilig want de groep bepaalde de normen en dat had ik nodig als jong meisje, maar eigenlijk was ik doodongelukkig. Ideologieën vind ik maar eng. Je moet nooit verdwijnen in een groep, maar altijd als individu blijven denken.

„Bijzonder aan Sunshine is dat het over de Hongaarse Joden gaat en daar hoor je weinig over. Maar ik kijk ook graag naar andere films over de Tweede Wereldoorlog, omdat ik me constant bewust wil zijn van een pijnlijk en belangrijk deel van onze geschiedenis. Het relativeert bovendien waar wij ons momenteel mee bezighouden in dit land, zoals bijvoorbeeld de koopkrachtplaatjes van 2 procent. Misschien ben ik geen goed politicus, maar ik denk bij dat soort onderwerpen: jongens, waar maken we ons nou zo druk over?”