Hema had medewerkster niet mogen ontslaan om hoofddoek

Joyce Van op den Bosch uit Genk werd door de Hema ontslagen omdat ze een hoofddoek droeg.

De 21-jarige Joyce Van Op den Bosch had vorig jaar niet ontslagen mogen worden door de Hema-vestiging in het Belgische Genk. Zo oordeelt de arbeidsrechtbank in Tongeren vandaag.

Volgens de rechtbank had Hema geen duidelijk neutraliteitsbeleid en dus geen gegronde reden om Lemia op basis van haar geloof te ontslaan, zo schrijft de Belgische krant De Standaard. Ze krijgt van Hema nu 6 maanden achterstallig loon betaald voor een bedrag van 9.351 euro. De rechter draagt de winkel op dit bedrag te betalen.

Toen Van Op den Bosch via uitzendbureau Randstad bij de Hema kwam werken, droeg ze volgens de Hema nog geen hoofddoek. Zij ontkent dat. Na een verzoek gaf de winkelleiding haar toestemming, maar het hoofddoekje leidde tot veel negatieve reacties van klanten, aldus de Hema. Toen de werkneemster weigerde de hoofddoek af te doen, werd haar contract niet verlengd.

De winkelketen gaf hierop toe dat ze verkeerd heeft gehandeld, en bood Van Op den Bosch opnieuw een baan aan. Daarnaast heeft de Hema het kledingreglement in haar winkels in België aangepast en “verfijnd” om dergelijke situaties in de toekomst te voorkoomen. Hema heeft daarvoor ook naar protocollen bij andere bedrijven gekeken.

    • Annemarie Coevert