‘Gelijkhebberij is zinloos’

Bij Brabants Orkest en Limburgs Symfonie Orkest moeten veel mensen weg. Vertrekkend interim-directeur Hans van Beers kijkt terug.

Fons Bruins, na Hans van Beers de nieuwe interim-directeur van de twee fuserende zuidelijke orkesten. Foto Merlin Daleman

Kwartiermaker was Hans van Beers de afgelopen maanden. Zijn taak: bij Het Brabants Orkest (HBO) en het Limburgs Symfonie Orkest (LSO) de geesten rijp maken voor een samengaan. In de periode daarvoor waren de gezelschappen het niet eens geworden over één toekomstvisie.

Blijven hangen in terugkijken leidt tot niets, vindt Van Beers die per 1 januari is opgevolgd door eveneens interim-directeur Fons Bruins (70). „Wat moet, dat moet. Oorlogszuchtige taal over en weer of gelijkhebberij hebben dan geen zin. Mijn opdracht was om het onvermijdelijke proces op een redelijke manier op gang te brengen. Proberen standpunten te verenigen. De toon wat luchtiger te maken. Het defaitisme om te zetten in het ambiërende van klinkende toekomst. Dat is de afgelopen maanden aardig gelukt.”

Van Beers formuleert voorzichtig, zoekt naar woorden die geen wonden openrijten of mensen voor het hoofd stoten. Zijn klus in het zuiden vraagt niet om „heldenmoed maar om stille diplomatie”. De zeventigjarige kwartiermaker (eerder onder meer directeur bij het Stedelijk Museum, NOS, VPRO en Rotterdams Philharmonisch Orkest) let op dat hij de aandacht zorgvuldig verdeelt over Brabant en Limburg: de helft van de tijd is hij in Eindhoven, de andere helft in Maastricht.

Nadat de orkesten gedwongen werden tot een fusie maar het niet eens konden worden over een toekomstplan, lukte dat afgelopen zomer wel met hulp van Winnie Sorgdrager, oud-minister van Justitie en voormalig voorzitter van de Raad voor Cultuur. HBO en LSO gaan op in één organisatie, die misschien Orkest van het Zuiden of Zuid-Nederlands Orkest gaat heten. Met één directie en één chef-dirigent.

De musici zullen bij de uitvoering van grote orkestrale werken gezamenlijk optreden. Op andere momenten opereren ze in diverse formaties, voor uitvoeringen maar ook voor educatie. Ondertussen moet zoveel mogelijk van de Brabantse en Limburgse identiteit overeind blijven. De organisatie blijft gevestigd in Eindhoven en Maastricht.

Het terugbrengen van de bestaande orkestbezettingen (75 en 65 fte’s) naar de nieuwe (110) voor het komende seizoen, kan de komende jaren voor een groot deel via natuurlijk verloop verwezenlijkt worden. „Aan de ondersteunende kant zijn voorlopig nog veel mensen nodig, omdat de nieuwe organisatie via marketing, publieksacties en sponsoring een plek moet veroveren.”

Noord-Brabant steekt tot 2017 8 miljoen euro in de nieuwe orkestvoorziening, Limburg 7 miljoen. Met Zeeland wordt over een bijdrage gesproken. Van Beers: „Voor het geld eisen de provincies een behoud van eigen identiteit terug, en terecht.”

Limburgse Statenleden kwamen al in het geweer, omdat er mogelijk geen aparte stichting ter bewaking van de Limburgse orkestwaarden komt. Zij eisen waarborgen.

De ondernemingsraden van beide orkesten hebben vertrouwen in de nieuwe interim-directeur Fons Bruins. Zijn achtergrond is gemengd genoeg om niet de verdenking op zich te laden van eenzijdige sympathie voor een van beide bloedgroepen: Bruins draait sinds 1964 mee in de theaterwereld, was onder meer directeur van de schouwburgen in Sittard, Heerlen en Eindhoven en heeft de twee gezelschappen in die jaren steeds kunnen volgen. „Dat ze niet allebei zelfstandig door kunnen, doet me pijn. Om artistieke redenen, maar ook omdat orkesten als deze hoogwaardige voorzieningen zijn die horen bij regio’s met zoveel bedrijvigheid.”

Bruins moet met hulp van de twee zittende directeuren van de orkesten de reorganisatie in goede banen leiden. „Daar hoort het programma voor komend theaterseizoen bij”, zegt Bruins. „Het is vooral veel procedureel werk. Afscheid nemen van mensen ook. Vanaf volgend najaar is het tijd voor een ander soort directeur, die zich vooral kan focussen op het artistieke.”

    • Paul van der Steen