Een uit Syrië liefdesverhaal

Jaber en Nour zijn als Shakespeares Romeo en Julia. Hun liefde heeft ze uit Syrië verdreven. Hij is een sunniet, zij een alawiet – een onmogelijke combinatie in het door haat geteisterde land.

In this Tuesday, Dec. 11, 2012 photo, a Syrian woman collects her belongings from rubble after her home was damaged due to fighting between Free Syrian Army fighters and government forces in Aleppo, Syria. (AP Photo/Narciso Contreras) AP

In het voorjaar van 2011 wist Jaber het nog zeker: de Syrische opstand zou een schone revolutie worden. Syrië zou een democratie worden met ruimte voor alle religieuze groeperingen.

Van die droom is weinig meer over, vertelt hij vanuit Beiroet in een gesprek via Skype. De demonstraties zijn veranderd in een bittere strijd, waarbij de alawitische minderheid en de sunnitische meerderheid elkaar naar het leven staan. De onderlinge haat is intens, de kans op verzoening minimaal.

Toch zijn er uitzonderingen. Jaber is een sunniet. Zijn geliefde Nour is een alawitische, lid van de shi’itische sekte waaruit president Assads regime voortkomt. Zij zijn de Syrische Romeo en Julia. Een onmogelijke liefde tussen twee mensen uit groepen die met elkaar in oorlog zijn.

Voor de revolutie zat Jaber twee jaar gevangen, nadat hij een artikel had geschreven over de Vrijmetselaars, een in Syrië verboden organisatie. Na zijn vrijlating bleef hij geregistreerd staan als staatsgevaarlijk en kreeg hij een reisverbod.

Toen de demonstraties begonnen, ging Jaber naast zijn baan bij de pro-regime krant Al-Watan in het geheim werken voor de oppositiezender Orient TV. Hij verzamelde voor het satellietkanaal informatie over demonstraties, arrestaties en dodenaantallen.

Doordat het regime woongebieden bombardeerde, sloegen veel Syriërs op de vlucht. De overheid deed niets voor hen, want zij ontkende dat er een ontheemdenprobleem bestond. Jaber richtte met enkele vrienden Ghouth op, een kleine organisatie die deze mensen probeerde bij te staan met voedsel, kleding en medicijnen, en zo nodig onderdak.

Het regime beschouwde Ghouth echter als een illegale organisatie die steun gaf aan het verzet. De vrijwilligers moesten daarom in het diepste geheim werken. Via Ghouth leerde Jaber Nour kennen. „Aanvankelijk was ik erg op mijn hoede”, geeft Jaber toe. „Omdat ze alawitisch is, was ik bang dat ze voor de veiligheidsdienst werkte.”

De verdenkingen van Jaber bleken niet terecht. En het feit dat Nour alawitische is, kwam de organisatie goed van pas. „Veel gevluchte families woonden in de buitenwijken van Damascus”, vertelt Jaber. „Het was voor ons haast onmogelijk om voedselpakketten en medicijnen langs de controleposten te krijgen. Daarom gebruikten we Nour als koerier.” Nour vult aan via Skype: „De veiligheidsagenten bij de checkpoints konden aan mijn familienaam en geboorteplaats meteen zien dat ik alawitisch ben. Ze lieten me dan zonder vragen door.”

In de schaduw van de revolutie werden Jaber en Nour verliefd. Maar zoals de revolutie hen bijeenbracht, zo dreef zij hen ook weer uit elkaar. Jaber begon steeds meer vermoedens te krijgen dat de veiligheidsdienst achter zijn activiteiten was gekomen. De hoofdredacteur van Al-Watan dreigde hem zelfs uit te leveren aan de veiligheidsdienst.

Toen agenten van de veiligheidsdienst ook een bezoek brachten aan de familie van Nour, wist Jaber dat hij niet langer in Damascus kon blijven. Jaber vluchtte naar Mar Musa, een klooster in de bergen ten noorden van de hoofdstad. Nour bleef alleen achter.

Niet veel later drongen agenten van de veiligheidsdiensten zijn huis binnen en sloegen de boel kort en klein. Een vrouw die medicijnen smokkelde voor de organisatie, werd opgepakt en veroordeeld tot zes maanden gevangenis. De Facebook-pagina werd gehackt door een cyberteam van het regime.

Drie maanden bleef Jaber in het klooster, waar hij met de abt werkte aan verzoening tussen moslims en christenen in de stad Quseir. De verhouding tussen sunnieten en christenen (veelal aanhangers van het regime) was in de stad door de revolutie op scherp komen te staan wat had geleid tot afrekeningen.

Maar ook in Mar Musa was Jaber niet veilig. Op een avond drongen gewapende mannen het klooster binnen op zoek naar rebellen. Jaber: „Ik had me verstopt in een grot in de bergen achter het klooster. Maar ik besefte dat ik niet langer kon blijven.”

Jaber besloot naar Libanon te vluchten. Maar eerst ging hij terug naar Damascus voor Nour. Afgelopen augustus trouwden ze. Ze brachten elk twee getuigen mee: één alawiet en één sunniet. „Ons huwelijk moet symbool staan voor de uitdagingen waar ons land mee te kampen heeft”, zegt Nour. „Alawiet of sunniet, samen hebben we één toekomst.”

Tijd voor een uitgebreide bruiloft was er niet. Jaber moest zo snel mogelijk het land uit. Omdat hij een reisverbod had, kon dat niet via een normale grensovergang. Voor 500 dollar was een strijder van het Vrije Syrische Leger bereid hem door de bergen naar Libanon te smokkelen. „Het was pikdonker. Onderweg sloegen met regelmaat granaten om ons heen in.” Door de bergpassen onder vuur te nemen, probeert het regime smokkelaars af te schrikken.

„Bij de grens was de Libanese smokkelaar die ons verder zou leiden nergens te bekennen. We zijn uiteindelijk zelf maar afgedaald.” Dat was niet zonder risico. De vallei aan de Libanese kant van de grens bestaat voornamelijk uit shi’itische dorpen die gecontroleerd worden door Hezbollah, een bondgenoot van Assad. „Als die je te pakken krijgen, maken ze je meteen af.”

In Beiroet werd hij met Nour herenigd. De eerste paar dagen verbleven ze in een kamp voor Syrische vluchtelingen. De omstandigheden waren slecht en het leven in de Libanese hoofdstad was peperduur.

Vanuit Beiroet verhuisden ze naar Akkar, een sunnitische stad in het noorden van Libanon. De inwoners van Akkar zijn streng sunnitisch en hebben een hekel aan alawieten. Deze haat stamt nog uit de tijd dat het Syrische leger dit deel van Libanon bezet hield. „Hier was het leven al helemaal onhoudbaar”, zegt Jaber. „De mensen vielen ons voortdurend lastig, met name wegens Nours achtergrond. Maar als niet-gelovige had ook ik het zwaar. Als we tegen het Syrische regime waren, dan moesten we vrome moslims zijn. Iets anders kon niet.”

Momenteel is de situatie van Jaber en Nour sterk verbeterd. Het paar is weer terug in Beiroet waar Jaber een baan heeft gevonden bij Skeyes Media, een Libanese stichting die zich inzet voor de bescherming van cultuur- en persvrijheid in het Midden-Oosten. Maar het belangrijkste is dat daar niemand moeilijk doet over hun achtergrond.

Maarten Zeegers is de auteur van ‘Wij zijn Arabieren, portret van ondoordringbaar Syrië’ (2012). Hij studeerde in Syrië, toen er een opstand uitbrak tegen president Bashar al-Assad. Hij deed verslag in NRC Handelsblad en nrc.next tot hij in juli 2011 het land werd uitgezet.