De Wever begint zijn gidsstad voor Vlaanderen

Gisteren begon Vlaams nationalist Bart De Wever als burgemeester van Antwerpen. België kijkt met spanning: wordt heel Vlaanderen straks zo?

Katiba Kasmi (31) uit Antwerpen, geboren in Marokko, heeft nog nooit van Bart De Wever gehoord. De Wever is de leider van de Vlaams-nationalistische N-VA, de grootste politieke partij van België, en sinds gisteren is hij ook burgemeester van Antwerpen, de grootste stad van Vlaanderen.

Katiba Kasmi werkt als huishoudhulp, ze heeft een tweeling van twee jaar, haar man is afgelopen nacht vertrokken met al zijn spullen. „We hadden altijd ruzie.” Nu staat ze in het Antwerpse district Borgerhout, waar veel allochtonen wonen, voor het kantoor van de sociale dienst – gesloten wegens de feestdagen. Katiba Kasmi wilde vragen of ze geld kan krijgen om de huur te betalen. „Alleen tijdelijk. Ik zal extra uren gaan werken.”

Bart De Wever, die de sociaal-democraat Patrick Janssens opvolgt als burgemeester, wil dat allochtonen in Antwerpen hun best doen om Nederlands te leren, anders verliezen ze hun uitkering of sociale woning. Katiba Kasmi noemt dat „een heel goed idee”. „Als je hier woont, moet je Nederlands spreken. Mijn man doet zijn best niet en vindt Belgen racisten als ze hem niet gedag zeggen. Hij is boos op iedereen. Hij is architect, maar werkt in de schoonmaak.”

De N-VA, die streeft naar de onafhankelijkheid van Vlaanderen, was in het najaar de winnaar van de gemeenteraadsverkiezingen. N-VA-leider De Wever wil in Antwerpen laten zien wat zijn idee is voor Vlaanderen – met veel aandacht voor economie, ondernemerschap, mobiliteit en een streng beleid voor anderstaligen.

Onder het bestuur van De Wever, samen met de Vlaamse christen-democraten CD&V en de liberale Open VLD, zullen er in de stad veel vaker boetes tegen overlast uitgedeeld kunnen worden, er komt meer cameratoezicht, het aantal parkeerplaatsen wordt uitgebreid, mensen die werken krijgen voor hun kinderen eerder een plaats in de crèche.

Maar volgens de meeste commentaren wordt het beleid niet opvallend anders dan onder het vorige stadsbestuur, waar de N-VA ook aan meedeed. Auto’s krijgen niet opeens alle ruimte, vieze auto’s worden geweerd, ook in de Antwerpse districten komen er standplaatsen voor fietsverhuur. En voor allochtonen met een uitkering is het genoeg als ze aantonen dat ze zich inspannen om Nederlands te leren, er komt geen taaltoets.

De Wever, die neerbuigend kan praten over de ‘linkse culturele elite’ in Vlaanderen, had al wel een conflict met een Antwerps kunstencentrum. In interviews moest hij ook steeds uitleggen of hij echt de burgemeester wilde zijn van alle Antwerpenaren.

De Wever reageerde geïrriteerd en begon dan over de vorige verkiezingen, in 2006: een derde van de kiezers in Antwerpen stemde extreemrechts, maar niemand had zich er toen druk over gemaakt dat het stadsbestuur geen aandacht voor hen had. „Er mocht gelachen worden om de democratische onderklasse”, zei De Wever in het weekblad Knack.

Maar De Wever weet dat de onrust over zijn overwinning lang niet alleen over Antwerpen gaat. Volgend jaar zijn er regionale en federale verkiezingen en als de N-VA zo groot blijft, kan dat het land fundamenteel veranderen. De Wever vindt dat hij met zijn partij de ‘Vlaamse grondstroom’ vertegenwoordigt: de woede over vooral de Franstalige socialisten die oppermachtig zijn in Wallonië en de economische ontwikkeling van het land zouden tegenhouden.

De Wevers partij wil na de volgende verkiezingen niet meer onderhandelen met de Franstaligen, zoals in 2010 en 2011, over extra bevoegdheden voor Vlaanderen, Wallonië en Brussel. De N-VA wil dat België een confederatie wordt: een samenwerkingsverband van twee staten.

Bij het kantoor van de sociale dienst in Borgerhout is Luciën Mortelmans (73), vroeger elektriciën, op weg naar de glasbak. Hij woont in een serviceflat van de sociale dienst. Daar zijn „spanningen”, zegt hij, over Afrikaanse schoonmakers die geen Nederlands spreken. „De Wever zal daar iets aan doen. Hij begrijpt onze problemen.”

Bij de flat zegt een andere bewoonster, Maria Vanoverbeke (78), dat het óók aan de Vlamingen ligt als er spanningen zijn in de buurt. „Ik doe mee aan de Stadsklap, een intercultureel gesprek van Vlamingen met nieuwkomers. In de binnenstad werkt dat. Maar in Borgerhout zitten er twintig allochtonen en maar drie Vlamingen. Ze willen geen contact.”