De hond en cavia hebben ook last van de crisis

Voedselbanken voor dieren zijn in opmars nu de crisis aanhoudt. Verslag van een uitdeelochtend in Emmen. „Je doet je kind toch ook niet weg?”

Nederland -Emmen- Drenthe - 13-09-2012 Dierenvoedselbank, uitgifte van dierenvoedsel. Vrijwilligers jannie ( 2 e links en Lonneke rechts ) hebben net een pak van 20 kg overhandigd aan klant die het met de fiets naar huis brengt. Foto: Sake Elzinga

Emmen. „Ben ik nog op tijd?”, hijgt een springerige jongen op de fiets.

Zijn rottweiler, één oor afgebeten, heeft het schuim op de mondhoeken staan. De jongen („ik heet Bertje”) heeft de hond een kilometer mee gesleurd, vertelt hij. Omstanders riepen nog dat hij rustiger aan moest doen. Maar door zijn adhd was ie vergeten dat er vandaag uitgifte was. Terwijl hij de hondenbrokken hard nodig heeft: „Van mijn Wajonguitkering houd ik maar veertig euro in de week over.”

Het is uitdeelochtend bij de dierenvoedselbank van Jannie en Lonneke in Emmen. Zo’n honderd dierenbezitters die krap bij kas zitten, komen langs in Lonnekes garage aan het Meerveld in Emmen, een arbeidersbuurtje ingeklemd tussen twee rondwegen. De vrouw van Lonneke houdt de schuimbekkende rottweiler een bak water voor. Gulzig valt Pablo aan. Om uitgeput neer te vallen op de stoep, de poten voor zich uit, het bonkende lijf ertussen.

De garagedeur is opgehaald, Jannie en Lonneke staan eronder, achter een campingtafel. Voor hen ligt een lijst met af te strepen namen en adressen van eigenaren en hun dieren. Achter hen balen hooi en ingezameld dierenvoer: honderd pakketten om precies te zijn. Hondenbrokken, kattenbrokken, hamsterbix, konijnenkorrels, knabbelsticks, snoeprolletjes. Beschikbaar gesteld door een groothandel die anoniem wil blijven.

Zonder een cent subsidie richtten Jannie en Lonneke afgelopen februari de dierenvoedselbank Zuidoost-Drenthe op. Met tien vrijwilligers willen ze voorkomen dat huisdieren slachtoffer worden van de economische crisis. Want als voormalig vrijwilliger van de dierenambulance hebben ze te vaak honden, katten en pony’s bij hun eigenaren moeten weghalen wegens verwaarlozing. Mensen met een minimumloon of een uitkering kunnen op vertoon van hun identiteitskaart een contract tekenen en gratis voer komen halen.

De sociale dienst, de schuldhulpverlening en de voedselbank verwijzen klanten door naar de dierenvoedselbank. En om misbruik te voorkomen gaan de vrijwilligers af en toe onverwachts op huisbezoek. Eén fraudeur hebben ze tot nu toe opgespoord. Zij verkocht het voer door op Marktplaats. Er is aangifte gedaan bij de politie.

Om kwart voor elf staat er een rij voor de garage. Jonge mannen en vrouwen, en een meisje met vlechtjes in het haar, ze is een jaar of acht. Ze praten. Over de honden, de katten, de beesten, en dat het zo fijn is dat er nu een dierenvoedselbank is. Ze pakken hun mobiele telefoons om elkaar foto’s te laten zien. „Kijk dit is Natio, wat een lief bekkie, hè? Een kruising tussen een labrador en een pincher. Net twee geworden.”

Een lasser die al een tijd „aan huis zit”, is gekomen via de sociale dienst. Zijn buurvrouw, een oppaskindje achterin, heeft hem gereden en laadt het voer voor zijn herder in de achterbak. „En daarmee bespaar ik toch mooi tien euro in de week.” Daan is net de gevangenis uit en vraagt om brokken voor zijn oude politiehond. En een mevrouw op krukken uit een leeglopend veendorp komt voor het eerst, haar maatschappelijk werker tekent het contract. Want ze peinst er niet over haar chihuahua, cavia en konijn vanwege geldzorgen weg te doen. „Je doet je kind toch ook niet weg?”

En al zou ze dat wel doen, vertelt Lonneke: ook dat kost geld. Een kat onderbrengen bij het asiel kost 35 tot veertig euro, een hond 85 euro, en dan komen er voor de hond nog 20 euro voorrijkosten bij.

Een mevrouw uit Emmen is aan de beurt. Ze heeft konijntjes en een aquarium vol vissen, maar visvoer heeft de voedselbank nog niet. Ze krijgt de laatste baal hooi. Tot over twee weken, zwaait de mevrouw. Ho ho, zegt Lonneke. Wanneer de volgende keer is, ligt er maar aan. „Als we niks hebben, kunnen we ook niks uitdelen. Kijk maar op de site.”

„Maar we hebben geen internet.”

„Dan zullen we je bellen.”

Jan is vaste klant. Hij zit in de schuldsanering. Hij moet tot zijn vijfenzestigste leven van tachtig euro in de week. Trek daar elke week vijftig euro voor de reiskosten naar de fabriek in Coevorden vanaf. Dan is gratis voer voor zijn twee katten à tien euro per week „mooi meegenomen”. Jan: „Als ik deze hulp niet had gehad, had ik het niet kunnen bolwerken. Ik heb vier keer geprobeerd er een einde aan te maken. De laatste keer heb ik alle pillen geslikt die ik in huis had.”

Dacht je niet aan je katten dan, vraagt een vrouw verontwaardigd. Jan: „Dat is ’t ’m juist. Ik had er zes, maar ik moest er vier laten ophalen. En ik ben blij dat ik die twee nog heb. Anders ben je zo allenig.”

Jannie: „Wil je mensen in de crisis gezond houden, dan moet je ze hun dieren niet afpakken. Dieren zijn hun steun en toeverlaat, ze helpen tegen vereenzaming. Een hond moet je uitlaten. Dan kom je buiten, spreken mensen je aan, ben je iemand op wie de mensen acht slaan.”

Lonneke: „We zitten hier om het welzijn van mensen én van dieren te beschermen. Met de dierenambulance kwamen we soms in huizen met verwaarloosde dieren. Acht katten, overal uitwerpselen, zoals in de tv-programma’s. Die mensen worden hun huis uitgezet en moeten afstand doen van hun dieren. Er is een gezin, daar hebben ze drie honden, vier katten een papegaai en nog meer. Daar mogen geen honden meer bij. Daar sturen we een controleur op af.”

Maar van dierenmisbruik wil de rij niks weten. Wij zijn dierenmensen, zegt een vrouw in een scootmobiel, en dierenmensen begrijpen elkaar. Dieren zijn altijd blij, ervaart Vivian, welk humeur je ook hebt. Dieren geven altijd, zegt Bertje, ze hoeven daar nooit wat voor terug. „Alleen al het thuiskomen. Die blijdschap, dat knuffelen, ik kan niet meer zonder. Mijn honden begrijpen me. Het is precies zoals ze zeggen: toen ik de mensen leerde kennen, ben ik van dieren gaan houden.”

En weg fietst hij, met de blaffende rottweiler in zijn kielzog.

    • Wubby Luyendijk