De engel kijkt de korwar in de ogen

Het Tropenmuseum toont voorwerpen uit zijn collectie die een connectie met elkaar hebben. Vaak geslaagde combinaties.

De tijdelijke tentoonstelling Onverwachte ontmoetingen in het Tropenmuseum zou eigenlijk langer dan een half jaar moeten duren. Zij zou tot de vaste opstelling moeten horen. Onverwachte ontmoetingen is de derde tentoonstelling in het museum waarin niet een deel van de wereld wordt belicht, maar een bepaald thema over de hele wereld. Een paar jaar geleden was dat thema de kleur rood, vorig jaar de dood. Voorwerpen en kunstwerken uit allerlei culturen kwamen daarin aan bod, ook uit de Nederlandse.

Nu, in Onverwachte ontmoetingen, draait het om het museum zelf. „Verborgen verhalen uit de eigen collectie”, luidt de ondertitel. Het idee is dat in de rijke collectie van het museum voorwerpen te vinden zijn die elkaar aanvullen of in een ander daglicht stellen. Er is bijvoorbeeld overeenkomst in vorm te zien tussen een christelijk beeldje van een engel en een korwar uit Papoea Nieuw Guinea, beide bovennatuurlijke helpers.

Soms laten de voorwerpen de verwevenheid van alle delen van de wereld zien. Er is bijvoorbeeld een staalkaart uit omstreeks 1930 te zien met ‘Venetiaanse’ kralen uit Nederland vervaardigd voor de handel met Afrika. Daarnaast hangt een schaal uit Zuid-Afrika gemaakt van gekleurde stukken telefoondraad.

Veelzeggend is ook de combinatie van een serie tekeningen van Marlene Dumas met een staalkaart van oogkleuren en een serie wandplaten waarop verschillende types mensen waren getekend voor onderricht in de antropologie, een neger, een Polynesische, een Melanesiër. De wandkaarten van omstreeks 1900 waren bedoeld om mensen te classificeren, de vrije tekeningen van Dumas om het hachelijke van zo’n onderneming te laten zien.

Niet alle combinaties zijn even geslaagd. Zo is de ontmoeting die als beeldmerk van de tentoonstelling is gekozen nogal cliché. Het gaat om een laptop van Apple en een nkisi, een krachtbeeld uit de Congo dat, als een soort Teletubbie, een kastje met een glazen voorkant op zijn buik draagt. De zaaltekst maakt de overeenkomst duidelijk: „Voor de gemiddelde gebruiker is de computer een magisch kastje.” Dat is wel heel kort door de bocht. Zo gesimplificeerd lijkt alles en iedereen op elkaar en bestaan verschillen niet meer.

Het Tropenmuseum is een museum met een zeer rijke maar hybride collectie. Dat is tegelijkertijd zijn kracht en zijn zwakte. Het museum begon in de negentiende eeuw als uitstalkast van koloniale waren en kreeg er via dierentuin Artis een grote collectie etnografica bij, ook uit landen die geen kolonie waren geweest. In de jaren zestig werden de bakens verzet en werd het een museum over de derde wereld, waar geen waardevolle spullen werden verzameld maar juist het dagelijks leven centraal stond. Geen krissen maar tandenborstels.

En nu? Soms lijkt het museum een beetje stuurloos. Wat moet het tonen? Soms lijkt hedendaagse kunst ingezet te worden om die stuurloosheid te verdoezelen. Het museum heeft geen visie meer, individuele kunstenaars wel.

Maar het museum is nu niet alleen interessant door de collectie, het is zelf geschiedenis geworden. Net als het Rijksmuseum, dat ook een tamelijk hybride collectie heeft. Die geschiedenis tonen, dat wordt in Onverwachte ontmoetingen op een inspirerende manier gedaan.

Misschien wordt het tijd dat het museum zijn naam weer eens verandert. Wereldmuseum misschien? Als het huidige Wereldmuseum in Rotterdam zijn Afrikaanse collectie verkocht heeft en zich vooral op Azië gaat richten. Komt die naam vrij.

Onverwachte ontmoetingen, Tropenmuseum, Amsterdam. T/m 14/7. Inl: tropenmuseum.nl ***

    • Bianca Stigter