De Delftse brandweer komt hier en daar iemands feestje verpesten

Met Oud en Nieuw zijn er in Delft bijna voortdurend brandweerauto’s onderweg. „Als je bij zo’n vuurkorf ingrijpt levert dat alleen maar onbegrip en woede op.” Een avond en nacht op pad met de brandweer.

Haagse brandweerlieden blussen een aanhangwagen. „Als de brandweer komt zijn de mensen meestal blij.” Foto David van Dam

Fijn, regen. Jan Kuipers is aan het begin van Oudejaarsavond zeer te spreken over het weer. „Als het zulk slecht weer is, hebben mensen geen zin om lekker buiten rond te hangen.” Als hoofdofficier van de brandweer in de regio Haaglanden is hij bij incidenten verantwoordelijk voor de afstemming met andere hulpdiensten. Als een grote brand uitbreekt zal Kuipers erheen gaan.

De jaarwisseling is voor de brandweer wat de Kerst voor de warenhuizen is. „Met Oud en Nieuw halen wij ongeveer 10 procent van onze jaaromzet binnen”, zegt Kuipers. In zijn regio waren er bij de vorige jaarwisseling zo’n 1.500 meldingen. Dit jaar staan 36 blusauto’s met ruim 200 brandweerlieden paraat. Op een doorsnee avond zijn dat er 24, waarvan 10 bemand door vrijwilligers.

31 december, 20.25 uur. De hoofdofficier heeft op het hoofdbureau van de politie in Den Haag een laatste briefing gehad. Hierbij zijn risicolocaties besproken, plekken waar in het verleden problemen zijn ontstaan, maar bijvoorbeeld ook een leegstaand schoolgebouw dat wordt omgebouwd tot een moskee. Kuipers: „Niet iedereen is daar even blij mee.”

20.45 uur. De hoofdofficier meldt zich op het politiebureau in Naaldwijk. De samenwerking tussen brandweer en politie is intensief, vertelt Kuipers. Al kort na de zomer beginnen de gezamenlijke voorbereidingen voor de jaarwisseling.

22.14 uur. Op de kazerne in Delft, waar Kuipers kantoor houdt, is het nog rustig. Hoewel de brandweermannen ruim over de helft van hun 24-uursdienst zijn, heeft nog niemand een oog dicht gedaan. Ploegchef Pieter van den Berg, die leiding geeft aan twintig man, adviseert de verslaggever brandweerkleding aan te doen. „Grote kans dat mensen vuurwerk naar je gooien. Nee, dat is niet normaal, maar je kan het wel verwachten.”

Volgens de Stichting Hulp voor Hulpverleners heeft ruim 75 procent van de hulpverleners te maken met verbaal geweld of bedreigingen. De stichting riep burgers op om filmpjes of foto’s te maken van zulk geweld en die in te leveren bij de politie of de stichting. Van den Berg vertelt dat twee collega’s drie jaar geleden volle bierblikjes naar zich toegegooid kregen. „We hebben aangifte gedaan, maar de rechter vond het te weinig voor een veroordeling. Als brandweerman draag je beschermende kleding, waardoor de kans op letsel kleiner is. Je kan beter aangifte doen van een verbale bedreiging, dan is de kans op een veroordeling groter.”

Vrijwel alle Delftse brandweermannen hebben te maken gehad met agressie. Zo moest een van hen eens met een blusauto achteruit een straat uitrijden, omdat mensen met lawinepijlen naar de brandweer schoten. Toch vinden ze dat het over het algemeen meevalt. Deze nacht begroeten de meeste mensen de Delftse brandweer met warme woorden. Geweld komt voor, maar „het valt relatief mee”, zegt ook hoofdofficier Kuipers. „Als de brandweer komt zijn de mensen meestal blij.” Oud en Nieuw is een uitzondering, omdat vreugdevuren worden geblust. Kuipers: „We beseffen dat we dan iemands feestje komen verpesten. We trainen erop hoe we mensen moeten benaderen en hoe we moeten omgaan met agressie.”

22.26 uur. Een van de twee blusauto’s in de Delftse kazerne rijdt uit voor een binnenbrand in een nauw straatje even verderop. Het blijkt loos alarm, zoals bij zeker 90 procent van zulke meldingen.

23.27 uur. Het is spitsuur in Delft. De meldingen volgen elkaar snel op en de blusauto’s zijn ruim anderhalf uur constant op straat. Het gaat om reguliere klussen, zoals een liftinsluiting en een kapotte aansluiting van een waterleiding die in een flat flinke waterschade veroorzaakt. Maar er zijn ook brandjes op straat, zoals de afvalcontainer waarin studenten een vuurtje hebben gestookt. Even verderop wordt in een berm een vreugdevuur van kerstbomen en een plastic stoel gedoofd. Een buurtbewoner komt verhaal halen, maar ploegchef Van den Berg wimpelt hem af. „Van die popie jopie’s heb je er altijd tussen lopen. Daar moet je niet mee in discussie gaan.” Bij een ander vuurtje in een ton grijpt de brandweer niet in. Van den Berg: „De burgemeester wil natuurlijk dat alle brandjes worden uitgemaakt, maar als er geen schade wordt veroorzaakt kun je het beter laten branden. Als je bij zo’n vuurkorf ingrijpt levert dat alleen maar onbegrip en woede op.”

1 januari, 01.11 uur. Hoewel de blusauto’s van melding naar melding kriskras door Delft rijden, klagen sommige brandweerlieden. „Je wilt toch een lekkere brand hebben”, zegt een van hen.

02.10 uur. De drukte lijkt voorbij. De brandweermannen die de Delftse meldkamer binnenkomen zeggen allemaal hetzelfde: wat een rustige nacht. Volgens Van den Berg komt dat door het slechte weer in combinatie met preventie. „Vuilcontainers worden nu op oudejaarsdag nog geleegd en buurthuizen zijn tijdens de nacht open, waardoor minder jongeren op straat rondhangen.”

03.05 uur. Kuipers is terug in Delft na een rit door de regio. De hoofdofficier kijkt terug op een „opvallend rustige” nacht. De Haagse politie spreekt van een „kalme jaarwisseling”. Grote incidenten bleven uit. Toch werden in Den Haag 181 mensen aangehouden en raakten 100 personen gewond door vuurwerk. Brandweerlieden werden „enkele keren het mikpunt van agressie”, aldus de politie. „Opvallend was dat veel zwaar vuurwerk werd gegooid richting hulpverleners.” Ook de brandweer werd enkele keren „gehinderd door vuurwerk gooiende jongeren”. In de regio waren twee incidenten waarbij (zwaar) vuurwerk werd gegooid. Kuipers: „In samenwerking met de politie worden deze zaken komende dagen verder behandeld.” Geen van de brandweerlieden raakte gewond.

03.15 uur. De hoofdofficier krijgt een melding van een ‘middelbrand’ in het Haagse Zeeheldenkwartier. Maar de brand is al meester als hij arriveert. Na een rondgang langs wat collega’s en een vlugge blik op het pand vertrekt de hoofdofficier weer. „Dit was niks”, zegt hij over de portofoon.

    • Brian van der Bol