Vicieuze cirkel (en een gelukkig nieuwjaar)

Januari is de maandag onder de maanden en daarbij specifiek; 1 januari is de maandagochtend, er is bijna niet om doorheen te komen, toch kom je er jaar na jaar weer doorheen. Je wordt, ondanks je goede voornemens, kwijlend en trillend wakker. 2013 is nog niet eens begonnen en je bent nu al zo moe. Je huis ligt bezaaid met peuken en oliebollen, de grond plakt, je weet niet meer wie je een gelukkig nieuwjaar hebt gewenst; je herinnert je vaag een paar gezichten, een ruzie, wat gezoen in de keuken.

Je buurjongens hebben de hele nacht gillende keukenmeiden afgestoken om hun ouders (GroenLinks leden) te stangen. Toen de gillende keukenmeiden op waren deden de buurjongens het vuurwerk zelf na. 

Er komen dingen terug.

Je vriendin die voor de vijfhonderdste keer teletekst controleert om te checken of ze de oudejaarsloterij gewonnen heeft. Ze wist het van tevoren zo zeker, ze had het juiste gevoel bij het juiste nummer. De intuïtie rondom de loterij heeft ze van haar oma geërfd, een rijzige zwarte vrouw die de hele dag sigaren rookte vanuit een schommelstoel die op de veranda van haar huis aan zee stond. De oma bestudeerde de askegel zorgvuldig en meende daar een winnend nummer in te ontwaren. Niet dat er ooit iemand gewonnen heeft. Het jaar eindigt en begint steeds weer in een anticlimax.

En waar waren je echte vrienden eigenlijk? Zij hadden op de valreep betere dingen te doen, op een ander feest, ergens in de binnenstad.

Je grootvader belde traditiegetrouw om vijf voor twaalf om de gebeurtenissen van het afgelopen jaar door te nemen. Je had hem meteen moeten zeggen dat er niets groots is gebeurd want nu mis je de vuurpijl die je broer voor honderden euro’s heeft gekocht. Je grootvader zegt: “Wat dacht je van Epke?”

En je denkt: “Dat was inderdaad groots.” Gelukkig heeft ondertussen iedereen de vuurpijl van je broer gemist want de pijl ging niet af. En dan is het oude jaar weer geruisloos verdwenen, het nieuwe gestart. Aan het einde van 2013 zal er weer een keurig jaaroverzicht zijn; dingen om te vergeten. Daar is een dag als 1 januari uiterst geschikt voor.

    • Maartje Wortel