Oudejaarsnacht op de achterbank van de politie. ‘Nieuwe ronde, nieuwe kansen’

Het is half twee ‘s nachts. De bewoners van de Rotterdamse wijken oud-Charlois en Carnisse hebben hun vuurwerk in rap tempo opgeknald. Ogenschijnlijk is de rust wedergekeerd, maar de politie blijft alert. “Alles wat nu op straat loopt is op rottigheid uit”, aldus agent Edo Begic.

Rotterdamse agenten en brandweerlieden bestrijden kelderbrand. Foto NRC

Het is half twee ’s nachts. De bewoners van de Rotterdamse wijken oud-Charlois en Carnisse hebben hun vuurwerk in rap tempo opgeknald. Ogenschijnlijk is de rust wedergekeerd, maar de politie blijft alert. “Alles wat nu op straat loopt is op rottigheid uit”, aldus agent Edo Begic.

Samen met collega Kim rijdt hij op oudejaarsnacht rond in een grijze Mercedes, een gehuurde personenwagen zonder politiekenmerken. Bewust ‘in burger’? Nee, verklaart Begic. Er zijn onvoldoende politieauto’s voor het grote aantal agenten dat nu op pad is. Liefst 1.163 van de Eenheid Rotterdam, de nieuwe naam per vandaag van het voormalige korps Rotterdam-Rijnmond.

Ik zit op de achterbank. De afspraak is dat ik zaken ‘waarvan ik het vertrouwelijke karakter redelijkerwijs moet vermoeden’ niet met anderen deel. Dit op straffe van een gevangenisstraf van ten hoogste een jaar, aldus het geheimhoudingscontract dat ook voor agenten geldt. Bovendien wil de persvoorlichter het stuk lezen voor publicatie. Een afspraak dus, maar zo kan ik wel alles meemaken. Zelfs de briefing van de agenten op het bureau aan de Dorpsweg - een uiterst gastvrij gebaar en een buitenkans om het politiewerk van dichtbij te verslaan.

‘Ga tussen de mensen staan, niet tegenover de groep’

Het ‘voordeel’ van een burgerauto is dat de jongens die uit zijn op rottigheid dat voor onze ogen doen. Op een kruispunt begroet een groepje een passerende automobilist met middelvingers. Dat is rot, zeker zo kort na de jaarwisseling. Reden voor Begic om er wat collega’s op af te sturen. “Het is in ieder geval goed om even contact met de jongens te maken, zodat we weten dat we ze in de gaten hebben”, legt hij uit. “Ik zie allerlei bewegingen. Daar volgen misschien vernielingen op. Die willen wij voor zijn.” Op elk incident reageert hij even kalm in het zo kenmerkende politiejargon. Onderweg naar een ‘inbraak heterdaad’, vraag ik of hij nooit bang is. “Indien nodig, kunnen we geweldsmiddelen gebruiken. Die mogen we opschalen.” Eenmaal aangekomen zien we de inbreker afgevoerd worden.

In de briefing van 22.00 uur, die ook bezocht werd door medewerkers van Stadstoezicht, waarschuwde Begic al voor woninginbraken. Naast agent op straat is hij bovenal operationeel chef van Oud-Charlois/Carnisse, een wijk met veel goedkope huurwoningen en sociale problemen. Al snel bleek dat Begic zijn collega’s niet met een schouderklopje de straat opstuurt, maar minutieus instrueert over de beleidsuitgangspunten van deze GBO, het Grootschalig en Bijzonder Optreden van oudejaarsnacht. Enkele daarvan luiden: lage tolerantiegrens, bij geweld tegen brandweer of ambulance altijd overgaan tot aanhouding, arrestanten ‘worden pas de volgende dag geholpen’ (lees: eerst een nachtje brommen), ga niet met collega’s tegenover een groep staan maar ertussen, zie je iedereen wegrennen dan is het misschien verstandig ook zelf weg te rennen, wees kort en zakelijk over de portofoon, strategie is kennen en gekend worden.

Ook volgden wat technische instructies, zoals over het gebruik van ‘aanhoudingskaarten’, het toepassen van nieuwe wetsartikelen en meenemen van brandvertragende hesjes, blussers, veiligheidsbrillen en oordoppen. Het credo voor deze nacht: ‘Feestvieren mag, maar op rottigheid zijn we streng.’ Van die feestjes is de politie overigens goed op de hoogte. Van bescheiden buurtpartijen tot grote evenementen als het nieuwjaarsfeest in de populaire discotheek Maassilo (4.500 bezoekers). Twitter wordt gebruikt om spontane samenscholingen te signaleren, maar agenten krijgen het nadrukkelijke advies niet zelf te twitteren. Indien zij versterking nodig hebben, kunnen zij een beroep doen op de centrale politiemacht: drie pelotons ME’ers, een helicopter, een waterwerper, zes videoteams, drie groepen verkenners en drie arrestatieteams.

Surveilleren, een grote zintuiglijke inspanning

Edo Begic en zijn collega Kim maken na enkele uren de balans op. “Het is één groot feest”, meldt Begic door de portofoon. “De mensen zijn redelijk aanspreekbaar.” Kim: “Dronken, maar aanspreekbaar.” Hoewel we van incident naar incident rijden - een inbraak, een flinke kelderbrand, een groot vreugdevuur van meubilair, verbrijzelde tramhokjes, een verdacht busje met mogelijk illegaal vuurwerk, een burenruzie, een agent-in-burger die een fietsendief achtervolgt - spreken Begic en Kim van een bijzonder rustige nacht. En dat terwijl er door de portofoon nog veel meer meldingen klinken: een opgeblazen parkeerautomaat, prullenbakken die in de hens staan. Maar inderdaad: geen rellen of grote ongelukken. De agenten kennen deze wijk door en door, weten van de achtergronden van notoire overlastgevers. Een enkele bewoner kreeg onlangs zelfs bezoek van een ambtenaar namens de burgemeester. Met het vriendelijke doch dringende verzoek zich koest te houden vannacht.

Straatje in, straatje uit. En nog maar weer een rondje. Surveilleren lijkt op het eerste gezicht doodsaai. Maar hoe ‘rustig’ de nacht ook is, het vergt alle aandacht. Edo Begic en Kim wachten niet alleen op instructies van de meldkamer, maar nemen de wijk letterlijk in zich op. Vooral de mensen die erdoor wandelen of rijden. Bij ieder persoon denk ik nu ook: voert hij iets in zijn schild of is het een bewoner die huiswaarts keert? Je let op iemands tred en blik bij het voorbij rijden. Soms is het niet wat het lijkt. Een groep jongeren waar ik normaal gesproken met een grote boog omheen zou lopen, blijkt redelijk goed gemutst. Ze wenken naar ons. “Mag ik blazen”, vraagt één van hen vriendelijk. “Ik heb één of twee glaasjes gedronken en wil weten of ik nog kan rijden.” Begic raadt hem dat af. De jongen merkt op dat het redelijk rustig in de wijk is. “Houden zo”, spoort Begic hem met een glimlach aan.

Om de paar uur houden we een korte pauze. Soms in de eigen wijk op het bureau aan de Dorpsweg. En soms bij naburige agenten in de Tarwewijk. Iedere agent heeft een eigen lunchpakket met broodjes gezond. De aankleding van de kantoren is gezellig: kerstbomen, posters, spreuken als ‘tenue correct, vertrouwen gewekt’, slingers, kalenders van de Chinees. Daartussen wat ‘boevenportretten’, zodat de agenten weten naar wie ze uit moeten kijken. Als operationeel chef instrueert Edo Begic collega’s, maar het commando wordt door iemand anders gevoerd. “Dit is het zenuwcentrum”, vertelt hij als we een zaal met telefonerende agentes binnenwandelen op Bureau Zuidplein. Hij stelt me voor aan de commandant, een vrouw die wel wat weg heeft van Judi Dench, de baas van James Bond (codenaam M). Een stuk zachtaardiger weliswaar, maar ook beslist. “Ik wil vandaag een vernieler binnen hebben”, zo agendeert ze de vandalismemeldingen.

‘Als je hulp nodig hebt, kan je altijd bij ons aankloppen’

‘Geweld tegen hulpverleners wordt nimmer getolereerd. Altijd aanhouden!’, dicteerde een powerpointsheet van de briefing. Twee collega’s van Begic en Kim hebben echter niets te vrezen. Hun auto heeft zich ingegraven in het gras bij het ingangsgebouw van de Maastunnel. Met man en macht proberen omstanders de dienders te bevrijden. Kabels om de trekhaak, duwen tegen de bumper. “Kan ik nu mijn bekeuringen naar jullie terugsturen?”, probeert een hulpvaardige burger na gedane arbeid.

Het loopt inmiddels tegen vieren. Voor de zoveelste keer passeren we dezelfde winkeltjes, dezelfde snackbars, dezelfde huizen. “De zwaan doet het nog steeds”, zegt agent Kim opgelucht als we het beest voor de tweede keer tegenkomen. Voor de jaarwisseling maakte ze zich zorgen of de watervogel al dat vuurwerk wel zou overleven. Op de portofoon wordt het steeds stiller en op straat passeren de agenten eigenlijk alleen elkaar nog. Dan komt er opeens een verontrustende melding binnen. Een 48-jarige vrouw heeft ruzie met haar vriend, is naar de buren gelopen en belde de politie toen haar vriend niet meer open wilde doen. Nu is ze weer binnen, maar de man dreigt zichzelf iets aan te doen met een mes. Op Bureau Zuidplein is reeds uitgezocht dat de man psychiatrisch patiënt is en een verleden van harddrugsgebruik heeft. Enkele jaren geleden overtrad hij de Wet wapens en munitie. De vrouw doet open en laat zes agenten binnen. Haar huis ruikt naar katten en sigaretten. Voor de ramen hangen kerstkransen met lichtjes. De ruzie lijkt inmiddels gesust, maar Begic vertrouwt de man nog niet. De kolossale en vol getatoeëerde man houdt een enorm mes verborgen onder zijn buik. Begic kiest voor de menselijke aanpak. “Ik wil graag je verhaal horen, maar dan moet je dat mes even op tafel leggen. Iets verder graag. Ja, nog iets verder. Oké.”

Wat volgt is een relaas. De man vertelt over de ruzie met zijn zoon, die weer aanleiding was voor ruzie met zijn vriendin, “de fouten uit het verleden”, “de vorm waarin hij gegroeid is”, “dat hij bang is om fouten te maken”, “dat mensen dingen van hem weten”, enzovoorts, enzovoort. Agent Kim hoort ondertussen het verhaal van de vriendin aan. “Dit gaat allemaal nergens over”, “dat mes is aandacht trekken”, “ik wilde gewoon naar binnen”,  “hij denkt anders over bepaalde dingen”, “afspraak is afspraak bij hem, anders wordt hij boos”, enzovoorts, enzovoorts. Oplaaiende emoties onder invloed van alcohol. Of zoals de vrouw zegt: “We hebben allemaal een slokje op.”

De agenten weten dat het niet alleen aan het drankgebruik ligt: de man is een bekende van de politie, iemand die vroeger weleens een benzinestation overviel of een zelfmoordpoging ondernam. Hij staat ingeschreven in een wijk verderop, feitelijk woont hij hier. “Maar niet voor de sociale dienst”, benadrukt de man. Een gevaar vormt hij niet meer. Zichtbaar geniet hij van het luisterende publiek. “Wat een gelul zeg”, verzucht Kim tegenover de vrouw. Dat bedoelt ze niet veroordelend, maar meelevend. Begripvol naar de vrouw die de politie heeft gebeld. Het relaas is gekmakend, er is geen touw meer aan vast te knopen. Begic stelt voor dat de man en zijn vriendin elkaar een gelukkig Nieuwjaar wensen. “Als je hulp nodig hebt, kan je altijd bij ons aankloppen. Ga nu maar lekker naar bed. Nieuwe ronde, nieuwe kansen.”

Volg de auteur op Twitter