Wie geeft Californië nog licht?

De geest van Los Angeles is vaardig geworden over Charlie James. Deze opgeruimde veertiger, was directeur van een internationale divisie van Microsoft, tot hij een paar jaar geleden genoeg had van alleen maar geld verdienen. Hij zegde zijn baan op en verkocht zijn aandelen in het bedrijf. Wie James nu zoekt, vindt hem in zijn galerietje in de wijk Chinatown in Los Angeles, waar hij sinds kort kunst verzamelt en exposeert. De tijden van groeiende rijkdom zijn voor hem voorbij. Kapitalisme, alleen maar denken in je eigen financiële belang, is saai en uiteindelijk dodelijk, vindt James. Een gemeenschap kan er volgens hem niet op groeien.

Zoals Charlie James afscheid nam van zijn streven steeds rijker te worden, zo verkozen ook zijn stadgenoten het publieke belang boven het eigen belang. In november legde gouverneur Jerry Brown, een Democraat, de bevolking van Californië in een referendum een keuze voor: verhogen we de belastingen, dan kunnen we de scholen openhouden en de salarissen aan ambtenaren betalen. Laten we de belastingen zo laag als ze nu zijn, dan zullen scholen sluiten, universiteiten hogere collegegelden vragen en leraren worden ontslagen. De inwoners van Californië kozen (met 55 procent) voor het verhogen van hun belastingen. Wie meer verdient dan 250.000 dollar, gaat meer inkomstenbelasting betalen. Ook de omzetbelasting gaat omhoog. Californië zal zo de komende jaren zes miljard dollar per jaar binnenhalen. Californië verwacht volgens een eigen berekening in 2014 weer een sluitende begroting te hebben.

De steun voor Proposition 30, zoals het voorstel heette, was vooral overweldigend in Los Angeles. Deze stad was het hart van de ja-campagne, die werd gevoerd met steun van de lerarenvakbond, gouverneur Brown, grote lokale bedrijven als Coca Cola en rijke individuele geldschieters. „Ik ben er trots op dat wij hier verantwoordelijkheid hebben genomen”, zegt Joe Agnew, eigenaar van een investeringsmaatschappij in Los Angeles en een groot voorstander van hogere belastingen. „Het zal mij geld kosten, maar ik heb als vader ook belang bij een school die maandag nog opengaat. Deze staat was bijna bankroet, wij burgers hebben het tij gekeerd.”

Het is een interessante tegenbeweging in een tijd waarin het verhogen van belastingen bijna tot een nationaal taboe is verklaard. Onderhandelingen over de zogeheten ‘begrotingsafgrond’ in Washington liepen de afgelopen weken hierom op niets uit. Zolang president Barack Obama de staatsschuld denkt op te lossen met hogere belastingen, al is het alleen voor de allerrijkste Amerikanen, weigerden de Republikeinen een compromis te sluiten. De Democraten zijn om electorale redenen ook voorzichtig met het opperen van hogere belastingen als oplossing voor de beroerde Amerikaanse financiën.

Maar in 2013 zouden de VS wel eens het voorbeeld van Los Angeles kunnen volgen.

Niet voor het eerst. Los Angeles, trendsettend als altijd, zette in de jaren zeventig juist de toon voor de harde Republikeinse anti-belastingpolitiek. In 1978 werd hier de verzetsbeweging geboren die uitgroeide tot de Tea Party en, zo indirect, de basis legde onder de halsstarrige Republikeinse houding tijdens de onderhandelingen over de begrotingsafgrond. Zakenman Howard Jarvis wist met zijn Taxpayers Association de inkomstenbelastingen in Californië drastisch te verlagen. Daarna verklaarde hij met succes de oorlog aan ‘big government’ en talloze belastingen. Jarvis belandde lachend op de cover van Time Magazine, maar lokale overheden in de staat hadden sindsdien grote moeite hun begrotingen op orde te houden. Californië heeft inmiddels een schuld opgebouwd van 150 tot 300 miljard dollar, niemand weet het precies.

De crisis rondom de begrotingsafgrond vormt het zoveelste bewijs, zeggen deskundigen in koor, van de verziekte politieke verhoudingen in de Verenigde Staten. De Republikeinen kunnen als anti-belastingpartij de komende jaren het democratische proces saboteren en Washington onbestuurbaar maken. Bovendien: wie onderhoudt het land als de overheid haar rekeningen niet meer kan betalen?

Maar buiten het zicht van Washington heeft Californië, net als in 1978, een nieuwe ontwikkeling ingezet. Steun voor het verhogen van de belastingen kwam niet alleen van Democraten, maar ook van Republikeinse en onafhankelijke kiezers. De Republikeinse partij was fel tegen het voorstel, maar Proposition 30 kreeg meer steun dan president Obama, die op dezelfde dag in Californië won met 53 procent. Joe Agnew, partijloos: „Star vasthouden aan oude principes gaat niet als de tijden veranderen. Hier was actie nodig, veel mensen zagen dat in. Hopelijk hebben ze in Washington een beetje op ons gelet.”

    • Guus Valk