Syrische strijd ook gevoerd op Facebook

Opstandelingen in Syrië houden elkaar en de wereld op de hoogte via Facebook. Elke wijk heeft zijn eigen pagina. Ook de andere kant is actief. Maar objectief is niemand.

Omslagfoto van de Facebook-pagina van de Syrische Revolutie 2011.

Vanaf dag één van de Syrische opstand was de camera een van de belangrijkste wapens in de strijd tegen het regime. Elke betoging tegen het regime werd vastgelegd, elke aanval van de veiligheidstroepen gedocumenteerd. Activisten stuurden deze beelden vervolgens naar internationale nieuwszenders zoals al-Jazeera en BBC Arabic, of plaatsten deze op het internet. Het regime was niet meer in staat om haar misdaden weg te moffelen onder een tapijt van leugens, zoals Bashar al-Assads vader dat dertig geleden nog had kunnen doen.

Op Facebook ontstonden nationale nieuwskanalen bijgehouden door ‘burgerjournalisten’ uit het hele land. Aanvankelijk plaatsten zij filmpjes van demonstraties en het gewelddadige optreden van de veiligheidsdienst. Toen de revolutie echter veranderde in een oorlog berichtten zij over militaire operaties van de opstandelingen en de bombardementen door het leger. Iedereen met een internetverbinding kon de gebeurtenissen in het land bijna rechtstreeks volgen.

De pagina’s op Facebook dienden vooral om afwachtende landgenoten te overtuigen van het misdadige karakter van het regime en hen aan te moedigen zich bij de revolutie aan te sluiten. De boodschap aan de Syriërs luidde: ‘jullie zijn niet alleen!’. Bovendien was de documentatie van de wreedheden van het regime een oproep aan de internationale gemeenschap: laat ons niet in de steek!.

Wat begon met een handvol nieuwspagina’s vertakte zich snel tot een uitgebreid netwerk. Elke stad, iedere wijk, elke brigade van het Vrije Leger heeft inmiddels wel een eigen pagina met lokaal nieuws. Op de Facebookpagina van het stadje Arbin staan bijvoorbeeld filmpjes van schermutselingen tussen leger en rebellen in de stad, foto’s van gebombardeerde woningen of beelden van de begrafenis van een omgekomen opstandeling.

Het regime zag de burgerjournalisten als een directe bedreiging. Ordetroepen schoten dan ook met scherp op burgers die een camera in hun handen hielden.

Op sommige video’s zie je een agent van de veiligheidsdienst zijn geweer richten op de camera, waarna kort daarna de camera op de grond valt en het beeld op zwart springt. Een vriend uit Arbin kwam bij een missie van het Vrije Leger om het leven toen tijdens het filmen een mortier insloeg op zijn camerapositie.

Ondertussen hield de regering in de staatsmedia gewoon vast aan de theorie dat islamitische terroristen het op onschuldige burgers hadden voorzien. Op Facebook richtten de aanhangers van het regime hun eigen nieuwspagina’s op, met vergelijkbare logo’s, maar een geheel andere zienswijze. Op de lokale pagina van de regeringsgetrouwe stad Jaramana leest men bijvoorbeeld over de dood van gewapende terroristen, martelaren aan de kant van het leger, bomaanslagen in woonwijken. Deze proregime pagina’s willen naar eigen zeggen aantonen wat er werkelijk in Syrië aan de hand is.

Verder kent iedere pagina zijn eigen invalshoek. Antiregime, proregime, seculier, islamitisch, christelijk, geweldloos of militair. Ondanks de overvloed aan informatie, blijft het probleem dat geen van de pagina’s objectief nieuws brengt, maar allereerst een eigen politieke boodschap uitdraagt. En die boodschap heeft maar een beperkt bereik. Voor- en tegenstanders bekijken namelijk uitsluitend de televisiekanalen en Facebookpagina’s die hen in hun eigen overtuigingen bevestigen. Aan dat aspect van een conflict hebben de nieuwe media niets kunnen veranderen.