Met Boom en bier in de modder

Surhuisterveen heeft donderdag de primeur: deelname in dit seizoen van wielrenner Lars Boom aan een veldrit op Nederlandse bodem. Hij zal voor het eerst gestoken zijn in een shirt met ‘Blanco’ erop, om te tonen dat er een opvolger voor Rabobank als sponsor wordt gezocht.

Tien dagen later, in Beekse Bergen, komt Boom even de nationale titel ophalen. Tenminste, zo gaat dat al een jaar of zes, en sinds oud-wereldkampioen Boom het veldrijden meer als een warming-up beschouwt voor het wegseizoen, en dus maar af en toe mee fietst en holt door de bagger, is dat voor de beroepscrossers ietwat vernederend.

Boom wint liever Parijs-Roubaix dan een veldrit in Gieten.

Maar ditmaal zal hij serieuze concurrentie ondervinden van de jonge Lars van der Haar, die zo licht is als de spaken van zijn fiets, maar op de wereldranglijst al is opgerukt naar de vijfde plaats, voorafgegaan door vier Belgen. En hij weet zich moreel gesteund door Niels Albert, de Belgische kampioen van 2011, die het niet zo op Lars Boom heeft. „Ik zal hem niet op de koffie vragen”, reageerde Albert onlangs, nadat Boom had gezegd dat de tegenstanders van Sven Nys, dit seizoen superieur in vele veldritten, maar wat harder moesten trainen. Dat zorgde voor opschudding in de Vlaamse pers.

Dat Boom zijn uitlating omringde met een grijns op het gelaat, was menigeen ontgaan. Humor, altijd lastig. Zelfs in een sport die dankzij de modderige, besneeuwde of bevroren terreinen waarop de renners ploeteren, zijn eigen slapstick verzorgt.

Daaraan leverde vrijdag een 17-jarige toeschouwer in Loenhout een speciale bijdrage. In elk van de zeven rondes waarin Nys passeerde, besprenkelde hij hem met bier. Schandelijke verspilling, inderdaad, en ook weer goed voor een polemiek. Met deze uitsmijter van de organisatie: „Als je geen bier verkoopt, dan neem je de ziel van de cross weg.”

Een betere verklaring voor de Belgische dominantie in deze sport is haast niet denkbaar.

John Kroon

    • John Kroon