Janine Jansen is magneet voor luisteraars en voor musici

Het Kamermuziekfestival van Janine Jansen in Utrecht is een onderonsje voor muzikanten waar het publiek van profiteert.

Klassiek

Internationaal Kamermuziekfestival Utrecht. Janine Jansen, viool. Gehoord: 28 en 29/12 diverse locaties. Terugluisteren: Radio4.nl ****

Het strikje van violist Julian Rachlin zat onberispelijk tijdens een afgewogen uitvoering van Brahms’ Hoorntrio vrijdag bij zijn optreden in de Utrechtse Geertekerk. Later op de avond hing het los langs zijn boord terwijl hij het informele Late Night Concert in Winkel van Sinkel presenteerde. „Musici vinden het heerlijk om elkaar in dit festival weer te zien na een druk jaar van solo reizen.”

Inderdaad lijkt het Internationaal Kamermuziekfestival Utrecht (IKFU) van Janine Jansen soms te worden verzorgd door en vóór musici, met Jansen als gastvrouw van haar – ditmaal vooral mannelijke – buitenlandse muziekvrienden. Stevige kritiek bood het recente rapport van het Fonds Podiumkunsten, dat de programmering van het sinds tien jaar bestaande festival eerder willekeurig dan avontuurlijk vindt en prominente aandacht voor Nederlands talent mist. Een verdiepend randprogramma ontbreekt, waardoor geen ‘state of the art op het gebied van kamermuziek’ wordt geboden.

Nu heeft het festival een bijdrage van het fonds niet echt nodig, gezien de magneetwerking van Jansen die niet alleen beroemde musici maar ook veel bezoekers en sponsors aantrekt. Dat lijkt haar makkelijker af te gaan dan Liza Ferschtman, wier vergelijkbare zomerfestival in Delft de crisis voelt. En met de festivalformule van het IKFU is weinig mis. De musici hebben het onderling gezellig maar het publiek – zelfs in de regen in lange rijen – profiteert daar net zo goed van.

Het programma vrijdagavond met Brahms, Schubert en Michel van der Aa zal intuïtief zijn samengesteld. Maar het gaf Van der Aa gelegenheid zijn eerdere And how are we today?¸ waarbij mezzosopraan Christianne Stotijn paranoïde op de contrabas van broer Rick Stotijn sloeg, uit te breiden met Miles Away. Hier bleef de waanzin meer onder de oppervlakte, en was Stotijns warme stem prachtig complementair aan de koele noten van Van der Aa.

Hetzelfde concert bood een bijzondere combinatie met Jansen en de 89-jarige pianist Menahem Pressler. Vingervlugheid mag niet altijd meer worden verwacht, maar Pressler wist zelfs het simpelste motief in Schuberts pastorale Vioolsonate in A karakter te geven. Pienter en innemend volgde hij de violiste, die ondanks koorts de subtielste schaduwen realiseerde. Zo werd de sonate een betoverende kinderdroom.

De late Schubert klonk vrijdagmiddag in een weldadige uitvoering van het Strijkkwintet, als festivallieveling ook op een jubileum-cd gezet. Met geduld werd onder aanvoering van Jansen de onpeilbare diepten van het werk afgetast; alleen cellist Jens Peter Maintz sprong wat al te assertief uit het hechte collectief.

Bij het Late Night Concert (zonder zieke Jansen) kon de gewone bezoeker nog dichter bij de musici komen, die schijnbaar uit losse pols speelden maar met behoud van hoge kwaliteit. Klarinettist Martin Fröst experimenteerde met tegelijk spelen en zingen. Eldar Nebolsin dolde met Denis Kozhukhin in een vierhandig stuk Schubert.

Zaterdag vormden Kozhukhin, Rachlin en cellist Torleif Thedéen een gelegenheidstrio in het Tweede pianotrio van Sjostakovitsj. Het meesterwerk uit 1944 klonk dreigend en elektrisch geladen. Na de desolate slotnoten smeet Kozhukhin aangedaan zijn partij dicht.

    • Floris Don