Ego's en echo's uit het verleden blijven niet onopgemerkt

Een zin uit NRC Handelsblad van vorige week, ingestuurd door diverse lezers: „Dat klinkt als een ego uit het verleden.”

Kan dat, klinken als een ego uit het verleden? Ja. Een voorbeeld: „Vroeger had ik een grote bek, nu ben ik veel bescheidener. Tot ik laatst uit m’n slof schoot. Toen dacht ik: dat klinkt als een ego uit het verleden.”

Kwam de zin in de NRC ook in een dergelijke context voor? Nee, anders was hij niet door diverse lezers ingestuurd. Hij dook op in een vraaggesprek met de Britse economisch filosoof Edward Skidelsky. Die zei: „De staat moet de burgers voorzien van een basisinkomen, waardoor de keuze tussen werken en niet-werken makkelijker kan worden gemaakt.” Waarop de interviewer opmerkte, als aanloop naar een volgende vraag: „Dat klinkt als een ego uit het verleden. Thomas Moore pleitte in 1517 al voor zo’n inkomen.”

Lees echo, dat vaker zal worden verdrongen door ego, maar in de krantenarchieven heb ik hier geen andere voorbeelden van kunnen vinden. De auteur van het vraaggesprek kon niet reproduceren hoe de fout was ontstaan, maar dat is natuurlijk altijd lastig. Slip of the pen, wellicht speelde de Engelse uitspraak van echo een rol – wie zal het zeggen. Eén lezer zag de spelfout als voorteken van de naderende ondergang van correct Nederlands in deze krant, reeds voorspeld toen de centrale eindredactie werd opgeheven, maar dat zal een overdrijving zijn geweest.

Het is in ieder geval niet onopgemerkt gebleven. Dat geldt ook voor almas, dat een lezer aantrof in een reisverslag op internet. „De olifanten hadden er ook zin in, want die gingen almas het water in.” Deze fonetische schrijfwijze van en masse komt vaker voor. Zo vond ik in een discussie op internet over belastingvluchtelingen: „De rijken, als ze al niet weg zijn, gaan almas weg uit Nederland en vertrekken net over de grens.”

Volgens mij wordt en masse sowieso minder gebruikt. J.L. Heldring meende deze Franse uitdrukking ooit te horen uit de keel van duizenden Feyenoordsupporters, op een station in Amsterdam. Op 29 maart 1996 schreef hij in deze krant dat hij ze „En masse, en masse, joden aan het gas” had horen schreeuwen. Ons is nu meteen duidelijk dat de supporters hun abjecte leus begonnen met „Hamas, Hamas”, maar die kreet was toen net nieuw en Heldring maakte er, bij mijn weten, als eerste melding van.

In 2012 las ik, vaker dan voorheen, transformatiehuisje voor transformatorhuisje. Ik kwam het zeker vier keer in kranten tegen en tientallen keren op internet. Er is overigens weleens een transformatorhuisje omgetoverd tot een ‘Transformatie Huisje’. Kunstenaar Roeland Otten deed dat in 2009 in Rotterdam. Door grote foto’s van de omgeving op het elektriciteitshuisje te plakken viel dit, vanuit sommige hoeken, helemaal weg.

In 2012 heb ik vaker dan ooit de uitdrukking bla-di-bla-di-bla gehoord. Vaak als slot van een lang, opsommerig verhaal. „En toen ook nog dit! Nou ja, bla-di-bla-di-bla.” Ik weet het, er zijn nog ergere dingen in de wereld, maar dit is toch ook behoorlijk gruwelijk.

En dit jaar hoorde ik voor het eerst grolse kat, waar het voorheen niet ongewoon was om katten of poezen krols te noemen. Klinkt hier de echo van een biermerk? Hopelijk kunt u dat, samen met mij, volgend jaar in de gaten houden.

Taalhistoricus Ewoud Sanders schrijft wekelijks op deze plek over taal.

    • Ewoud Sanders