De (on)macht van leiders, oog in oog met het wereldwijde web

René Moerland Correspondent Parijs NRC Handelsblad Rotterdam 14 mei 2009 Foto Hilko Visser NRC (beeld vrijstaand gemaakt) Hilko Visser NRC

Tegen het einde van 2012 is het, volgens het Amerikaanse bedrijf Renesys dat ontwikkelingen op het internet met kaart brengt, in 61 landen mogelijk met een vingerknip het internet af te sluiten. In die landen hebben maar een of twee providers het internet onder controle. Datzelfde geldt voor vrijwel geheel Afrika, continentaal Azië, en ook voor Latijns-Amerika (uitgezonderd Brazilië en Argentinië).

Dit soort trends domineert zelden het nieuws – net als de opwarming van de aarde en de nieuwe verhoudingen in de mondiale energiemarkt. Maar ze hebben er wel invloed op. Dat het ijs sneller smelt, brengt Groenland in de krant, nu daar een slag om grondstoffen begint. Voor het Midden-Oosten is het niet onbelangrijk dat Amerika, door nieuwe boortechnieken en het winnen van schaliegas, in 2035 zelfvoorzienend kan worden op het gebied van energie, en dat Aziatische landen de topafnemers zijn van Arabische en Iraanse olie.

Ook dit jaar zal de Amerikaanse en Israëlische vrees voor een Iraans kernwapenprogramma weer leiden tot oorlogsgevaar. Al zijn er in Iran ook verkiezingen, die een nieuwe wind in Teheran kunnen laten waaien. Het zwartste scenario is dat alle conflicten in het Midden-Oosten in elkaar grijpen. In Syrië, waar de opstand tegen president Assad in maart twee jaar duurt, staan Iran (aan de zijde van Assad) en Saoedi-Arabië en Qatar (die rebellen bewapenen) tegenover elkaar. Maar ook Turkije en Egypte bemoeien zich met de machtsverdeling na Assad, en Amerika en Rusland, en ook nog Frankrijk.

In de slag om het internet lopen autoritaire regimes voorop, maar succes is niet verzekerd. In China maakt de censuur soms overuren, omtrent onwelgevallige kwesties zoals het megavermogen dat de familie van scheidend premier Wen Jiabao volgens The New York Times vergaard heeft. Nu zijn er plannen om de vele miljoenen Chinezen op het web te verplichten altijd hun echte naam te gebruiken. De kans op succes lijkt klein. Niet voor niets belooft de nieuwe partijleider Xi Jinping, die in maart president wordt, plechtig tegemoet te komen aan de grootste klacht die Chinezen op Weibo en andere platforms ventileren: de corruptie. In 2013 zal blijken of de druk via internet op de leiders groter wordt, nu de afzwakkende groei in China ook sociaal-economische eisen in de hand werkt.

De politieke mogelijkheden die de technologie biedt, hebben in het Westen een ander effect. Er komen verkiezingen aan in Italië (februari) en in Duitsland (september). Europeanen kijken, net als Amerikanen, vaak met afgrijzen naar hun leiders, die almaar worstelen om economische en financiële rampspoed af te wenden. Of het nu door de polarisatie komt, zoals in Washington, of door de lappendeken van conflicterende nationale en electorale belangen, zoals in Europa. Tot nu toe is het opmerkelijk hoe groot het incasseringsvermogen is van de Europese werklozen, met straks een derde van de bevolking onder de armoedegrens – de meesten in Zuid-Europese landen.

René Moerland is chef buitenland. De chefs van de deelredacties schrijven deze weken over belangrijke gebeurtenissen op het gebied van sport, kunst, binnenland, politiek, buitenland en economie.

    • René Moerland