De Higgs, dat andere deeltjes massa geeft

Er was al zo veel over de Higgs gepraat: was de glans niet bij voorbaat van de ontdekking af? Niet dus. De vondst van de Higgs, bekendgemaakt op 4 juli, haalde de voorpagina’s van de kranten. Terecht, want hoe prachtig de achterliggende theorie ook is, een deeltje bestaat pas echt als het ook empirisch is aangetoond. En dat duizenden onderzoekers dat bij het Europees instituut voor deeltjesonderzoek Cern voor elkaar kregen, was een klein wonder. Bovendien is het Higgsdeeltje, in 1964 voorspeld, een uniek exemplaar in de elementairedeeltjesfamilie. Via het bijbehorende Higgsveld zorgt het ervoor dat alle andere deeltjes uit die familie een rustmassa hebben. En daarmee dus ook de sterren, planeten, mensen en dieren die eruit zijn opgebouwd. Alsof we er, als vissen, ineens achterkomen dat we in water (dat Higgsveld) zwemmen en daardoor een zekere traagheid hebben, zeiden sommige fysici. De ontdekking boorde een diepere laag onder de bestaande kennis aan – en roept nu alweer nieuwe vragen op.