Bij de nachtapotheek gaat straks het licht uit

Haarlemmers kunnen straks niet meer naar de nachtapotheek om medicijnen te halen. De apotheek leed dit jaar een verlies van 160.000 euro. „Het is niet vol te houden.”

Nederland, Haarlem, 28-12-2012. Nachtapotheek/Dienstapotheek Centraal Apotheek aan de Gedempte Oude Gracht in Haarlem. Foto: Olivier Middendorp.

De apothekers hebben gedaan wat ze konden. Tijd geïnvesteerd, geld geïnvesteerd. Aan de bel getrokken bij de zorgverzekeraar. Maar het is voorbij. Apotheker Hub Haan baalt. De nachtapotheek van Haarlem moet dicht. Iedereen die midden in de nacht een pijnstiller of antibioticum nodig heeft, moet binnenkort naar Beverwijk of Amsterdam. Twintig minuten rijden.

Drie kogelvrije, doorzichtige wanden beschermen vanavond een apothekersassistent. Achter haar de felverlichte schappen vol doosjes en flesjes. Een klant bij de kassa overlegt met zijn vrouw via de telefoon. „Hè? Hoe moet ze het innemen?” Hij geeft het antwoord door aan de assistente. Er is een kind ziek.

Het was gewoon niet vol te houden. Haan richtte twaalf jaar geleden met alle apothekers in Haarlem de nachtapotheek op in het centrum van de stad. De voorziening heet ook wel ‘dienstapotheek’. Dit jaar leed hij 160.000 euro verlies. De hoofdoorzaak, zegt Haan, is dat sommige klanten verdwenen. Het ziekenhuis heeft poliklinische apotheken geopend die open zijn tot tien uur ’s avonds. Dus iedereen die ’s avonds naar de huisartsenpost of de spoedeisende hulp op hetzelfde terrein gaat, kan dáár terecht voor medicijnen. Die klanten is de nachtapotheek kwijt.

Gevolg is dat de kleinere groep patiënten die ’s nachts komt – vijftig per week – nergens meer terecht kan in Haarlem. Ouders van kinderen met oorontsteking, mensen met de acute pijn van nierstenen, of koorts en pijn van longontsteking. Het zijn er te weinig om voor open te blijven. De kosten voor de nachtapotheek liggen, door de arbeidskosten in avonden en weekeinden, hoger dan overdag.

Is het noodzakelijk dat patiënten ’s nachts ergens terecht kunnen? Huisarts Marnix van der Leest in Leusden vindt van wel. „Het zijn geen levensbedreigende situaties. Je zou ook zes uur, tot de volgende ochtend, kunnen wachten tot je een antibioticum krijgt of een pijnstiller. Maar voor mensen met hevige pijn vinden wij het wel goed dat ze in hun gemeente iets kunnen halen.”

Niet alleen in Haarlem, maar ook in Zoetermeer en Roermond is de toekomst van de nachtapotheek onzeker. Er is namelijk nog een oorzaak voor de problemen waarmee de apothekers kampen. De wijze waarop ze hun geld verdienen, is een jaar geleden veranderd, waardoor sommige apotheken het financieel niet redden. Ze moeten, net als ziekenhuizen, met elkaar concurreren.

Daarvoor heeft de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) twaalf ‘prestaties’ opgesteld die zorgverzekeraars bij apothekers kunnen inkopen. Gemiddeld zouden ze dan zeven euro bruto verdienen per ‘receptregel’. Maar de verzekeraars, zegt apotheker Haan schamper, kopen per apotheek maar twee van de twaalf ‘prestaties’ in: verstrekking van het middel én eenvoudige voorlichting geven aan de klant. Daardoor zijn hun inkomsten gedaald. „We verdienen bruto ongeveer 5,50 euro per receptregel. Veel apothekers hebben dus problemen.”

Er zijn het afgelopen jaar in Haarlem en omgeving drie apotheken gesloten omdat ze het financieel niet redden. Ook haakten een paar andere apotheken af bij de dienstapotheek. Oorspronkelijk waren er veertig die de nachtapotheek in de lucht hielden, nu zijn het er dertig. Haan: „De bijdrage die zij moeten leveren wordt dus groter. Het is niet vol te houden.”

En dan is er het laagsteprijsbeleid dat sommige zorgverzekeraars hanteren voor apotheken. De apotheker krijgt alleen de prijs vergoed voor het medicijn van de fabrikant die op dat moment de laagste prijs vraagt. Dus wat doen fabrikanten? Die stunten met prijzen. Begrijpelijk. En wat moet de apotheker? Elke maand een ander doosje kopen van dezelfde stof, omdat dát merk nu weer het goedkoopste is. „Ik heb hier van één middel soms zeven doosjes liggen in de la. Aan oude mensen krijg ik het niet uitgelegd. ‘Is dit wel hetzelfde middel meneer?’ vragen ze. Ik zeg: ja hoor, precies hetzelfde, de verpakking is alleen anders. Sommigen geloven me gewoon niet. En dat begrijp ik eigenlijk wel – er verandert al zoveel om hen heen.”

Er is nog iets: Haan hoort politici en onderzoekers vaak spreken over therapietrouw. Dat er honderden miljoenen euro’s te besparen zijn als alle patiënten trouw hun medicijnen slikken zoals het hoort. „Maar als er één is die therapietrouw kan bevorderen bij de patiënt, dan is dat de apotheker wel. Wij praten met de patiënt, geven uitleg over het middel. Dat is nu lastiger doordat we steeds een ander doosje moeten overhandigen.”

    • Frederiek Weeda