Asscher zal er hoe dan ook bij zijn

Met zijn achtendertig jaar is hij de jongste van de ministersploeg. Maar Lodewijk Asscher wacht in 2013 als minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de zwaarste taak van het kabinet Rutte II.

Onder hoge druk van een in rap tempo verslechterende economie moet hij werkgevers en vakbonden meteen al in de eerste maanden van het jaar tot afspraken verleiden. Die afspraken moeten er voor zorgen dat „mensen hun baan houden, een baan krijgen en er nieuwe banen bijkomen”, aldus Asscher zelf in Nieuwsuur.

Maar hij moet zaken doen met partijen die tot voor kort maar moeilijk met elkaar door één deur konden en ruimte om bezuinigingen terug te draaien is er vrijwel niet.

Rustig inwerken is er zodoende niet bij voor de nieuwkomer in Den Haag. Nog geen twee weken in functie drukte onverwacht slechte economische cijfers van het CBS de voormalige wethouder uit Amsterdam al met de neus op de feiten. Nederland stevent nog dit jaar af op een derde recessie in drie jaar tijd.

Het wordt misschien wel de moeilijkste opdracht van zijn ministerstermijn. Want om een nieuwe ronde aan bezuinigingen te voorkomen moeten sociale partners en kabinet het eigenlijk al vóór maart volgend jaar eens worden over een pakket aan maatregelen. De hoop is dat dit consumenten en bedrijven weer vertrouwen geeft. Herstel van vertrouwen moet voorkomen dat het Centraal Planbureau haar voorspelling voor 2013 in maart bevestigt en het begrotingstekort toch de drie procentsnorm uit Brussel overschrijdt.

Asscher kan in 2013 de geschiedenisboeken ingaan als de minister die onder druk van de crisis het polderoverleg nieuw leven inblies en met sociale partners een akkoord wist te sluiten à la het beroemde Akkoord van Wassenaar uit 1982. Maar het kan ook heel goed anders lopen. Dat hangt vooral af van de opstelling van de FNV, dat wordt geleid door een interim-voorzitter zonder duidelijk mandaat om centrale akkoorden af te sluiten. Spreken over een groot sociaal akkoord is dan ook taboe in Den Haag. Maar helemaal consequent is Asscher daar niet in. Tegenover de Tweede Kamer bracht hij onlangs nog het economisch herstel na het Akkoord van Wassenaar in 1982 in herinnering. Toen beloofden vakbonden de lonen te matigen in ruil voor werktijdverkorting om de oplopende werkloosheid tegen te gaan.

Asscher wil erbij zijn als er „ingrijpende dingen moeten gebeuren” verklaarde hij onlangs in NRC Handelsblad zijn overstap naar de Haagse politiek. Maar tegelijk dekt hij zich al in voor een mislukking van het polderoverleg. Hij wil voorkomen dat mensen te hoge verwachtingen koesteren van „onze invloed” op de economische ontwikkelingen en de werkloosheid, zei hij tijdens de begrotingsbehandeling van zijn ministerie in de Kamer. „We zijn als relatief klein exportland vooral afhankelijk van wat er om ons heen gebeurt in Europa”, aldus Asscher.

Maar als het polderoverleg mislukt betekent dat een nieuwe knauw voor het toch al broze consumentenvertrouwen. Zo kan een vicieuze cirkel ontstaan van extra bezuinigingen en groeiend maatschappelijk verzet en onzekerheid. Als dat gebeurt heeft Asscher kostbare maanden verloren om parlement en burgers voor te bereiden op de grote hervormingen van de arbeidsmarkt die al in 2014 moeten ingaan. Hij heeft sociale partners immers beloofd gedurende het overleg niets los te laten over de uitwerking van de omstreden passages uit het regeerakkoord. Daarmee stelt hij het geduld van parlement en burgers op de proef. Volgend jaar zal moeten blijken of Asscher zich dat risico kon permitteren.

    • Ariane Kleijwegt