Accountants moeten ook de klok kunnen luiden

Accountants mogen niets over gecontroleerde bedrijven naar buiten brengen – behalve over fraude. Wijzig die regels, stelt Jan Bouwens.

Het pas verschenen rapport over de onderwijsgroep Amarantis (dertigduizend leerlingen) laat opvallende verschillen zien tussen wat huisaccountant Deloitte aanmerkt als winst, reserves en eigen vermogen en wat Ernst & Young tijdens de uitvoering van een speciale opdracht aanmerkte als winst, reserves en eigen vermogen.

De verschillen liepen in de miljoenen.

De bespreking van de rol van de accountant in deze krant op 4 december laat weinig ruimte voor twijfel: „De affaire toont hoeveel ruimte de regels laten voor slappe controles. Uit angst de klant te verliezen zijn accountants ook te weinig kritisch.”

Op 14 december concludeerde deze krant in zijn commentaar: „De samenleving rekent op een straffe controleur en waar nodig een luidruchtige klokkenluider.”

Het is de vraag of deze kritiek terecht is. Dit zijn de regels. Terwijl fraude aanhangig moet worden gemaakt, mag de accountant niet over wanbestuur naar buiten treden.

De wetgever geeft de accountant de opdracht om te controleren of de jaarrekening in overeenstemming is met de regels. Het management stelt toepassing van een stelsel van waardering voor. Het is aan de accountant om vast te stellen of het voorgestelde waarderingsstelsel overeenstemt met de desbetreffende wet- en regelgeving.

Tevens maakt de accountant het management erop attent welke informatiewaarde het gekozen waarderingsstelsel oplevert voor de gebruiker van de informatie. Het management mag dit advies negeren. Vervolgens controleert de accountant of de jaarrekening conform het afgesproken stelsel werd opgesteld.

Voorzover dan de regels zijn overschreden, dient aanpassing te worden doorgevoerd. Voorzover alsnog blijkt dat de gebruiker mogelijk op het verkeerde been wordt gezet door de verstrekte informatie, moet de accountant deze vaststelling in een zogenoemde ‘managementletter’ samen met andere opmerkingen aanhangig maken bij het bestuur en de raad van toezicht.

De accountant kan hiermee niet naar buiten gaan, ook niet als het bestuur of de raad van toezicht de inhoud van de brief negeert.

In de zaak-Amarantis blijkt uit het rapport van Ernst & Young dat Deloitte over de onderzochte jaren steeds stevige opmerkingen heeft gemaakt in zijn ‘managementletters’.

Deze opmerkingen werden echter in de wind geslagen. We weten niet hoe de discussie zich verder heeft afgespeeld. Tot we hier meer inzicht in hebben, moeten we de kritiek op de accountant temperen.

Dat neemt niet weg dat de accountant wellicht steviger in de richting van het bestuur had mogen optreden. We weten niet of en in hoeverre dit is gebeurd.

Indien we het er Nederland niet mee eens zijn dat het bestuur of de raad van toezicht het waarderingsstelsel kiest en de accountant alleen maar controleert en aan bestuur en raad van toezicht rapporteert, dan moeten we het anders regelen.

De accountant zou dan nadrukkelijk de opdracht moeten krijgen naar buiten te gaan met kritiek die hij eventueel heeft op de keuzes die het door hem gecontroleerde bedrijf maakt. Hij kan optreden als klokkenluider in geval van fraude en treedt op als straffe controleur in de richting van de raad van bestuur en de raad van commissarissen.

Nu met de beschuldigende vinger naar de accountant wijzen als hij niet in de openbaarheid mag treden, is weinig productief zolang we zijn handen binden.

Jan Bouwens is hoogleraar accounting aan Tilburg University.

    • Jan Bouwens