2012 achteruit

De mislukte missie van ambassadeur Stevens

Met de val van president Mubarak in februari 2011 raakten de VS hun regie in Egypte kwijt, de belangrijkste steunpilaar in de Arabische wereld. Maar in buurland Libië zag het er begin 2012 veelbelovend uit voor de Amerikanen, vooral door de inspanningen van diplomaat Chris Stevens. Twee maanden na het begin van de opstand tegen Gaddafi had Stevens zich met een klein team vanaf een Grieks vrachtschip laten afzetten in Benghazi. Zijn opdracht: snel goede contacten opbouwen met de rebellen.

‘Leading from behind’ heette de nieuwe buitenlanddoctrine die Obama uitprobeerde in Libië. Europa nam het voortouw bij NAVO-aanvallen op doelen van Gaddafi, de VS stuurden vanaf de achtergrond. In maart, in een hoorzitting van het Congres, zei ambassadeur Stevens dat de Libiërs intussen wel begrepen dat de VS achter de schermen een sleutelrol hadden gespeeld. „Er is nu een enorme welwillendheid jegens de VS in Libië”.

Maar in september werd ambassadeur Stevens in Benghazi gedood bij een raketaanval op het Amerikaanse consulaat. Het State Department verwaarloosde het gevaar van een terreuraanslag, luidde het oordeel na een Amerikaans onderzoek dat deze maand uitkwam. Tot zover het succes van ‘leading from behind’.

In Egypte zoeken de VS intussen naar evenwicht met de nieuwe president, Mohammed Morsi, een Moslimbroeder. En de burgeroorlog in Syrië volgen zij vanaf de zijlijn. In de Veiligheidsraad stemmen Rusland en China na ‘Libië’ niet meer in met ingrijpen.

Het einde van de Verenigde Staten

Hoe lang kunnen de VS nog wereldleider zijn? Die vraag klonk vaak, begin 2012. Met de groei van het dynamische China en de andere BRIC-landen (Brazilië, Rusland en India) naderde het einde van de Amerikaanse geschiedenis. De binnenlandse problemen zijn er nog. Polarisatie vergiftigt de binnenlandse politiek, de overheidsfinanciën zijn ontspoord, de infrastructuur drastisch verouderd.

Maar wacht eens even. Wat zei president Barack Obama in zijn beste toespraak van het jaar, die hij bewaarde tot het moment dat zijn herverkiezing op 6 november binnen was? ‘Voor Amerika moet het beste nog komen’, beloofde hij in Chicago.

Bluf? Obama’s uitspraak, een oratorische klassieker, komt niet uit de lucht gevallen. Neem de opzienbarende voorspelling die het Internationaal Energie Agentschap vorige maand presenteerde. Amerika zal in 2020 de grootste olieproducent ter wereld zijn, en in 2035 zelfs helemaal in zijn eigen energiebehoefte kunnen voorzien, aldus het IEA. De betekenis daarvan is moeilijk te onderschatten. „De politieke gevolgen zullen groot zijn en de toekomst zal er echt een slag anders uitzien dan je kon opmaken uit alle voorspellingen over de onvermijdelijke Amerikaanse neergang”, schreef NRC-redacteur Juurd Eijsvoogel.

Obama wist dat natuurlijk al. „Iedereen die beweert dat Amerika in verval is of dat onze invloed afneemt, weet niet waarover hij praat”, zei hij in januari al in zijn State of the Union.

Wie rekende op

salvatore Mario Draghi in Europa?

De Europese Unie was aangeschoten wild begin 2012. De Griekse euro was op weg naar de uitgang, de rente op staatspapier van Spanje en Italië tot onhoudbare hoogten gestegen, en de Europese besluitvorming verlamd. Toen stond hij er: Mario Draghi, de Italiaanse president van de ECB, die op 26 juli in Lancaster House in Londen, voor een zaal vol beleggers en bankiers, een magische formule uitsprak. De ECB zal alles doen wat binnen haar mandaat mogelijk was om de euro te redden, zei hij. „En geloof me, het zal genoeg zijn.”

Nu is Draghi voor Europa de man van het jaar. „Weinig betrokkenen bij de grootste economische en politieke crisis in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog zullen 2012 als een succesjaar omschrijven. Daarvoor is de rust te fragiel en zijn de risico’s nog te talrijk”, schreef correspondent Caroline de Gruyter. „Maar vergeleken met een jaar geleden is het een stuk minder turbulent. Voor het eerst sinds de crisis Europa vier jaar geleden trof, hebben de politici het initiatief van de financiële markten overgenomen.”

Maar Europa viert niet gauw feest. Toen de EU in oktober de Nobelprijs voor de Vrede kreeg, voerden „cynische commentaren zoals altijd de boventoon”, stelde De Gruyter vast. Niet alleen in Brussel overigens, weet de nieuwe minister van Buitenlandse Zaken Frans Timmermans. „Dit was geen pro-Europese verkiezingsuitslag. Helemaal niet”, zei hij in deze krant over de verkiezingswinst van de VVD en zijn PvdA in september.

Afscheid van president Karzai van Afghanistan

Eind 2014 moeten de Amerikaanse grondtroepen nagenoeg uit het Afghanistan van Hamid Karzai zijn verdwenen. Maar in feite namen de VS en zijn Europese bondgenoten dit jaar al afscheid van Afghanistan. Afghanistan bepaalt niet langer het politieke discours, stilzwijgend wordt een komende terugkeer van de Talibaan in Kabul geaccepteerd – Osama bin Laden is immers dood. ‘De zinloosheid van de grootste operatie uit de geschiedenis van de NAVO, de langste oorlog in de Amerikaanse geschiedenis, staart ons in het gezicht’, schreef Juurd Eijsvoogel in zijn rubriek in De Wereld.

In het eerste nummer van De Wereld, op 16 januari, zei president Amadou Toumani Touré van Mali, „een wijze democraat van het Afrikaanse continent”, dat de verschrikkelijke oorlogen in Afrika zijn opgelost. „Over twintig of dertig jaar zullen we onze problemen bij het vestigen van democratie in Afrika hebben opgelost.”

Dat kan zijn, maar twee maanden later, in maart, werd hij afgezet bij een staatsgreep. Nu is Mali een tweede ‘Afghanistan’, in het noorden in de greep van rebellen en strijders van Al-Qaeda, deels overgekomen vanuit Libië, en in het zuiden ten prooi aan politieke chaos. Extremisten hebben muzikanten het zwijgen opgelegd, de Mali blues is verstomd, net zoals onder de Talibaan muziek werd verboden. Maar anders dan in Afghanistan laat het Westen ingrijpen nu maar even aan het continent zelf over.

Met Chinaon our side

Wat wil het opkomende continent Azië nu eigenlijk? Vraag het aan de nationalistische premier Shinzo Abe van Japan, sinds deze maand terug van weg geweest als premier. Of, misschien relevanter, ga te rade bij de sterke man van China, partijleider Xi Jinping, die over enkele maanden ook president wordt. Gaan ze, net zoals hun voorgangers, nog meer ruzie maken over rotsblokken in zee? Of gaan ze zich gedragen als goede buren die rust willen in de regio?

Misschien is er eenvoudige verklaring voor de Chinese assertiviteit rond de betwiste Diaoyu/Senkaku-eilanden: beter opwinding over een buitenlandse vijand in de publieke opinie dan onrust op het internet over binnenlands ongenoegen.

Toen in februari 2011 kleine groepjes in Peking en Shanghai Jasmijnwandelingen organiseerde, werd onmiddellijk ingegrepen. Een jaar later zwichtten de machthebbers voor de dorpelingen van Wukan die in opstand kwamen tegen landjepik, met bloggers op internet aan hun zijde.

Dit jaar legde de partij het internet verder aan banden, in de aanloop naar de geplande machtswisseling in november. Die verliep minder soepel dan gehoopt, met de spectaculaire val van Bo Xilai, de machtige partijleider van Chongqing, en zijn vrouw.

Achter die gebeurtenis ging een richtingenstrijd schuil binnen de communistische partij. Maar waar die precies over ging, heeft ook de nieuwe leider Xi niet onthuld na zijn benoeming. China werd namelijk ook dit jaar geen democratie.