Naar het centrum van de macht in Teheran

Wordt het in 2013 nog meer oorlog in het Midden-Oosten behalve in Syrië? Dat hangt af van de Israëlische premier Netanyahu, als die, zoals verwacht, over drie weken de parlementsverkiezingen wint. Wil hij, ongeacht de niet direct bedoelde gevolgen, Iran een militaire dreun toebrengen uit angst voor een Iraanse atoombom?

Het hangt ook af van de Amerikaanse president Obama. Houdt hij Netanyahu in toom omdat Iran wel eens bloedig wraak zou kunnen nemen op Amerikaanse doelen in de regio? Of geeft hij onder Israëlische druk misschien zélf opdracht tot een aanval op de Iraanse nucleaire faciliteiten?

En het hangt niet in de laatste plaats af van de Iraanse opperste leider, ayatollah Ali Khamenei (73). Hij zou in theorie immers kunnen toegeven aan de eisen van de internationale gemeenschap of, aan de heel andere kant, een atoomwapenprogramma aan de wereld kunnen bekendmaken.

De islamitische republiek Iran heeft een geheel eigen systeem. Het heeft een onder algemeen kiesrecht gekozen parlement en president. Maar de man die in 1979 de islamitische republiek oprichtte, groot-ayatollah Khomeiny, bedacht als tegenwicht het instituut van de opperste leider, de velayat-e faqih. Hij is de niet-gekozen religieuze gids of voogd van de natie die het laatste woord heeft. In zo ongeveer alles.

Khomeiny was zelf de eerste, onbetwiste opperste leider. Na zijn dood in 1989 benoemde de daartoe bevoegde ‘Raad van Deskundigen’ de havik Khamenei, wiens tweede termijn als Iraans president juist afliep, als zijn opvolger.

In tegenstelling tot de charismatische Khomeiny was de weinig aansprekende Khamenei maar een geestelijke van middelrang, een hojatoleslam (letterlijk: autoriteit inzake islam). Verraste waarnemers zagen hem in eerste instantie als een tussenpaus, tot de Raad van Deskundigen het eens zou worden over een gewichtiger figuur.

Maar hij werd door zijn aanhang in de geestelijkheid meteen tot ayatollah (teken van God) verheven, wat in het shi’itische systeem van promotie door kennisverwerving eigenlijk helemaal niet kon.

En meer dan twintig jaar later zit hij er nog steeds.

Khomeiny was nooit de vertegenwoordiger van één factie; hij gaf nu eens de rekkelijken en dan weer de preciezen hun zin. Hij stond boven de partijen.

Maar Khamenei had daarvoor te weinig gezag en overredingskracht. Hij kon zich dat niet permitteren. Daarom ontwikkelde hij zich geleidelijk tot de man van alleen de factie van de harde lijn.

Concessies en democratisering zijn voor hem letterlijk uit den boze. Dat kwam bijvoorbeeld in 2009 tot uiting toen hij extreem hard stelling nam tegen de „oorlogvoerders tegen God” – de brave middenklassedemonstranten die massaal op straat protesteerden tegen de hun inziens frauduleuze herverkiezing als president van zijn beschermeling Mahmoud Ahmadinejad.

Khamenei heeft in een fatwa – een islamitisch decreet – productie, opslag en gebruik van kernwapens als in strijd met de islam verboden. Een fatwa is zo sterk als de geestelijke die haar uitvaardigt, gezien Khamenei’s status dus keihard.

Maar in Israël en het Westen wordt aan het waarheidsgehalte van de ‘nucleaire fatwa’ getwijfeld. Daar wordt Khamenei beschuldigd van taqiyeh, de shi’itische praktijk van verhulling. Dat betekent dat je onwaarheid mag vertellen in een vijandige omgeving, een erfenis uit de gewelddadige begintijd van de shi’itische islam te midden van de intolerante sunnitische meerderheid.

Hoe dan ook kan de opperste leider natuurlijk onder verwijzing naar een existentiële bedreiging voor Iran zijn decreet intrekken.

De fatwa hoeft ook helemaal niet te verhinderen dat de Iraanse militaire industrie alles voorbereidt voor een kernwapen, zonder dat een bom in elkaar wordt geschroefd: de zogeheten ‘Japan optie’. Het is helemaal niet nodig dat hij taqiyeh praktiseert.

Wat de internationale gemeenschap betreft is een politieke oplossing met Iran alleen mogelijk als het Iraanse regime afziet van een belangrijk onderdeel van zijn nucleaire programma, het verrijken van uranium.

Dat zou een enorme concessie zijn. Totaal ondenkbaar dus zolang opperste leider Ali Khamenei het laatste woord heeft.

Carolien Roelants